Back to Top
Vrijdag 22 Nov
86376 users - nu online: 1530 people
86376 users - nu online: 1530 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:





Historie & Politiek

In 1940 ontmoeten twee Wolfgangs elkaar in Bergen. Hoewel ze allebei zijn van "de liefde die vriendschap heet", willen ze geen van beiden homoseksueel worden genoemd. Ze verwierven allebei een plaats in de Amsterdamse en in de homogeschiedenis. Wie waren zij en waarom deden ze zo moeilijk over homoseksualiteit?

door Gert Hekma - 16 april 2004

lengte: 13 min. Printervriendelijke Pagina  
Castrum Peregrini - Twee Wolfgangs

lengte: 13 minuten


Op de Herengracht te Amsterdam, op de hoek van de Beulingstraat en tegenover de Leidsegracht, staat een wereldberoemd huis, door Mattias Duyves 'de homoseksuele versie van het Anne Frankhuis" genoemd. Hier woonde vanaf 1940 de Duitse dichter en schrijver Wolfgang Frommel (1902-1986) met vrienden van wie sommigen er als joden ondergedoken hadden gezeten tijdens de bezetting. Het waren meest mannen van de mannenliefde maar zelf noemden ze zich nooit homoseksueel. Frommel was na de oorlog de leidsman van het nog steeds bestaande Castrum Peregrini (1), een Duitstalig tijdschrift van emigranten die in de voetstappen traden van de Duitse dichter Stefan George (1868-1933).


Het is een gesloten clan van vooral mannen onder elkaar die samen hun mannenhelden aanbidden, in de eerste plaats George en verder Goethe, Hölderlin, Nietzsche, Schiller, Kavafis, het Middeleeuwse ridderepos zoals Ames en Amiles, Griekse klassieken met vooraan Plato, maar ook de klassiek-Arabische traditie.

Nederlandse leden van Castrum waren de priester Antoine Bodar, de Amsterdamse hoogleraar Duitse taal- en letterkunde Alexander von Borman, de hoogleraar antropologie Reimar Schefold en de letterkundige Frank Ligtvoet.

De chemie van Castrum begon in de eerste oorlogsjaren. Frommel was in 1939 naar Nederland gekomen en bleef hier in de oorlog hangen.

Hij raakte bevriend met Gisèle van Waterschoot van der Gracht, glaskunstenares, die later met burgemeester d'Ailly huwde. Vanaf 1940 bewoonde zij met Frommel en diens vrienden het genoemde "Huis aan de Grachten". De Georgianen startten daar hun blad in 1950.

Edelmieën

Rond 1980 bezocht ik Frommel bij hem thuis. Hij was zelfs toen nog een echte copie van George met lange haren, wijde mantel en wandelstok, een niet te missen verschijning in het Amsterdamse straatbeeld. Het COC noemde Castrum in de jaren vijftig een club kastnichten en edelmieën. Wolfgang Frommel op zijn beurt sprak in 1980 over de bar Queen's Head, die tegenover zijn "Huis aan de Grachten" in de Beulingstraat lag, in afkeurende termen, iets van "schmutziger Nest". COC-oprichter Nico Engelschman was in die bar toentertijd een vaste gast. Frommel en Castrum waren van Plato en George, van de hogere liefde, van Albert Verwey's "vriendschap die liefde heet" (Verwey en George waren bevriend). Ze vonden de aardse liefde maar vuil. Zelf had ik niks tegen homoseks in zijn verschillende vormen, maar tegelijk trok het homosociale van Castrum me aan.

Toen ik Frommel in het huis aan de grachten bezocht, ontving hij naast mij mooie Duitse jonge mannen die hem aanbaden als schakel tussen George en het heden. Frommel is intussen overleden. Toen ik afgelopen jaar het huis opnieuw bezocht, ontvingen twee aantrekkelijke jonge heren me. Zijn traditie werd levend gehouden.
Ik kwam daar om een dichtbundel van de andere Wolfgang (Cordan) aan te schaffen die door Castrum is uitgegeven. Aan de gedichten gaat een korte levensbeschrijving vooraf waarin Cordan wordt ingelijfd bij de chique homo-erotische heren van Castrum. Hij was ook een bewonderaar van George, Gothein en de andere helden van Castrum, aldus de inleiding, die vrijwel helemaal over de poëzie gaat.

Even wordt verwezen naar de verzetsdaden van Cordan, die in de oorlog in Amsterdam leefde en leider van een knokploeg was. Daar schermde hij wel erg mee, aldus schamperen de inleiders, die er niet bij vertellen dat hun eigen groep nauwelijks een rol in het verzet speelde (zie Bock 1985). Het gebrek aan informatie over het leven van Cordan wordt evenwel ruimschoots goedgemaakt door diens autobiografie Die Matte (2003) die zeer posthuum verscheen.

Waarheid en fantasie

Wolfgang Cordan (pseudoniem van Wolfgang Heinrich Horn, 1908-1966) was een Duitse journalist, dichter en schrijver die in 1933 naar Frankrijk en in 1934 naar Nederland vluchtte. In Frankrijk schreef hij een boekje tegen de nazi's, L'Allemagne sans masque (1933) met een voorwoord van André Gide en in Nederland een Essai over het surrealisme (1934). Met dat boek was hij in Nederland meteen een avantgardist.
Hij was vervolgens betrokken bij het links-literaire tijdschrift Het fundament, werkte bij de roemruchte Maastrichtse uitgever Stols en richtte het literaire wereldblad Centaur op.

Cordan was een homoseksueel die zich niet zo wilde noemen. Hij omschrijft zijn voorkeur in zijn zeer interessante autobiografie Die Matte: "Mein Eros ging ganz ins Geistige." Afkeurend spreekt hij over de Adonis-Diele, een Berlijnse bar met hoerenjongens die hij in de jaren twintig bezocht, als "Lasterhöhle".

Overigens neemt hij daaruit een schandknaap mee naar huis die bij hem intrekt. Mack, een andere mooie jongen die hij kent uit het linkse milieu en die in z'n Berlijnse jaren bij hem inwoont, stelt hem eens, na het zien van een homotoneelstuk, voor om samen te seksen.



Hij doorziet Cordan, die zijn seksuele voorkeur zelf nog moet ontwikkelen en zijn heterovriend vervloekt om diens voorstel. Cordan verwijst naar een vriendin aan wie hij genoeg heeft. Mack wil aan haar worden voorgesteld, hetgeen tot een huwelijk leidt van Mack en vriendin. Aldus althans de mythomane Cordan in zijn biografie, waarin volgens sommigen waarheid en fantasie elkaar verdringen.
Cordan moet alleen verder met zijn mannenhelden. Aan de homokant zijn dat Peter Lampel en Arnolt Bronnen wier werk en levenshouding hij afkeurt, terwijl de waardering positief is in het geval van John Henry Mackay (Sagitta), Thomas Mann, maar vooral Klaus Mann die hij later in Nederland ontmoet.
De toon van Cordan is in Die Matte (in 1964 geschreven) steeds homo-erotisch, nooit homoseksueel. Hij voert een paar keer een excuustruus op, zoals Erica Mann op wie hij zeer verliefd zou zijn geweest zonder overigens een aanzoek te doen.

Aan Nederlands nationale dichter Adriaan Roland Holst legt hij op 4 juli 1940 in een brief zijn gevoelens uit (hij woont in 1940 enige tijd in het huis van diens broer - de zakenman Eep - in Sloterdijk): "Ik wil liever uw vriendschappelijke belangstelling op het spel zetten dan onduidelijkheid laten bestaan op een voor mij centraal punt [...]. Inderdaad beken ik me openlijk tot de 'liefde die vriendschap heet' (Verwey), maar niet in de zin waarop ze gewoonljk wordt gepraktizeerd en met een onaangenaam klinkende naam omschreven. Ik zie het als de zeldzame unieke kans van innigst contact tussen twee mannen van ongeveer gelijke leeftijd en geestelijke ontwikkeling, een bliksemschicht die alle weerstand overwint en twee naturen tot versmelting brengt. Het erotische zal daarbij een zeer onbelangrijke rol spelen - vaak van volledige ascese sprake zijn. Dat alles zegt Socrates onovertreffelijk in het 'Symposium'."

De onaangenaam klinkende naam is ongetwijfeld homoseksueel. Iets verderop schrijft hij: "Wat in beruchte cafés door verdorven knapen en afgeleefde roués wordt gedaan is hier lichtjaren van verwijderd." Cordan is kortom van de hogere liefde.

Omgeven met jonge mannen

Bij dezelfde Adriaan Roland Holst in Bergen ontmoet hij in 1940 een geestverwant, Wolfgang Frommel. Beide vluchtelingen zijn gelijkgezinden op literair en erotisch gebied. Frommel heeft de bliksemschicht waarover Cordan sprak ervaren. Hij is de oogappel van de dichter Percy Gothein die op zijn beurt de uitverkorene was van Stefan George, de man die kort voor zijn dood door Hitler was aangezocht hofdichter van Nazi-Duitsland te worden en dat geweigerd had. Frommel is met andere woorden het geestelijk-erotische kleinkind van de gevierde dichter George.

Frommel en Cordan omgeven zich als klassieke knapenminnaars op hun beurt ook weer met jonge mannen. Cordan pikt vlak voor de oorlog Hannes Piron en dandy Tom Maretzki op in hetzelfde Quaker Instituut in Eerde waar Frommel zijn jongens, zoals de broers Manuel en Peter Goldschmidt, Claus Victor Bock en zijn vriend, de leraar F.W. Buri, leert kennen.(2) Piron kunnen we wel de grote liefde van Cordan noemen.

Of ze ooit seks hebben gehad is onzeker want Cordan bleef vooral in geestelijke sferen. Hij gaat wel in 1941 met Piron samenwonen. Volgens Hans Renders was dat de aanleiding voor de breuk tussen Cordan en Frommel wier gelijkgezindheid dus al snel ontaardt in een ordinaire miepenruzie. De Griekse eros was een ideaal, maar gaan samenwonen als man met een jongeman ging een stap te ver. Het klinkt bevreemdend van Frommel die zelf op de Herengracht ook met jongemannen samenleeft. Maar daar is het vanwege een communaal woonpatroon minder opvallend.



Cordan is in 1940 mogelijk nog geen praktizerend homoseksueel, maar hij neust wel steeds aan het aardse zoals in de Adonis-Diele en in een gedicht "Die Insel Urk (Folklore)". Urk is de plek waar ook de linkse schrijver Jef Last en de schilder Willem Arondéus mannenliefdes vinden, een soort Nederlands Capri (3):
"Es gehn mit schwerem blick die bleichen
Jungfrauen durch die alten gassen,
Die burschen hinter ställe schleichen
Und müssen sich verliebt umfassen.

Es spricht der pfarrer streng von sünde,
doch haben nur die frauen glauben -"
(uit: Das Jahr der Schatten, 1940, in: Cordan 1982:50)

(De bleke meisjes lopen met doffe blik door de oude stegen, de jongens sluipen achter schuurtjes en moeten zich verliefd omarmen. De dominee spreekt van zonde maar alleen de vrouwen geloven -)
In de novelle "Tage mit Antonio" (1954), die in Die Matte is opgenomen, bezwijkt de hoofdpersoon - die sterk op Cordan lijkt - wel voor de charmes van een Italiaanse jongen die zich in een afgelegen dorp in Zuid-Italië op hem werpt. Liefde wil hij het niet noemen, maar de katholieke jongeman gaat wel naar de priester om vergeving te vragen voor een zonde waaraan alle mannen in het dorp zich volgens hem overgeven.

De beide Wolfgangs strijden met hun voorkeur. In plaats van samen de buitenwereld aan te pakken, gaan ze kwaad spreken over elkaar. Het is een echte nichtenruzie. Cordan citeert in zijn boek Adriaan Roland Holst over Frommel: "Hij blijft een soort high-brow animeerknaap die in verschillende landen jongeren om zich heen verzamelt en tot edele opwinding brengt."

Verzetsactiviteiten

Cordan zegt in zijn door Herzer geciteerde dagboek over de arrestatie van Percy Gothein, Frommels geestelijke vader (4): "Ommen 30 juli 1944. Treurig symbool: Percy Gothein is hier 's nachts op heterdaad betrapt / kaal geschoren en in het plaatselijke concentratiekamp opgesloten / met hem twee knapen van wie de ene in de ware zin des woords het corpus delicti was [...] dit is een misdrijf - weliswaar niet in juridische maar in filosofische zin [...]. Wat me al bij Wolfgang [Frommel] als hoogstbedenkelijk trof - ja vaak afstootte: het consumeren van een bijna onafgebroken rij knapen en jongelingen die dan allemaal op de lopende band van zijn cultus het adelspredikaat en de inwijding deelachtig worden / zodat men de bittere vraag moet stellen: wie omarmd werd is geadeld?"

Gothein komt later in een Duits kamp om. Zijn maatjes zijn Vincent Weyand en Simon van der Keulen (waarschijnlijk het corpus delicti waar Cordan het over had; hij sliep bij Gothein in bed). Vincent sterft in Buchenwald; Simon springt op de Veluwe uit de trein die hem als gevangene naar Duitsland brengt en overleeft de oorlog.
Claus Victor Bock, die een boek schreef over de kring rond Frommel in de oorlog, oppert over diezelfde arrestatie de mogelijkheid dat Gothein is opgepakt vanwege een bijrol in de aanslag op Hitler van 20 juli 1944 waarbij George-aanhanger generaal von Stauffenberg een hoofdrol speelt. Hij zou via de Utrechtse hoogleraar Gerretson (de dichter Geerten Gossaert), die een directe radioverbinding heeft met Londen, namens de plegers van de aanslag vredesvoorstellen aan de geallieerden hebben gedaan.


Dit is evenwel een hoogst onwaarschijnlijk verhaal omdat de dichter Gossaert een onhandige man was die van techniek weinig benul had.

Van de andere kant dingt de groep rond Frommel af op Cordans verzetsactiviteiten. Maar ze hebben later nog een ander wapen.

Bij Castrum bewaren ze een kopie van Die Matte, die ze zeker ook gelezen hebben want ze weigeren inzage aan derden.

Als Manfred Herzer, de bezorger van de autobiografie, die er dan al een kopie van heeft, vraagt om medewerking aan een uitgave en tevens om de adressen van Maretzki en de weduwe van Piron, dreigen ze met een advocaat.

Het argument om het boek niet uit te geven is dat Cordan in de oorlog veel leed heeft veroorzaakt en dat nabestaanden zeker een proces tegen de uitgever zullen beginnen. Het lijkt een smoes om te verhinderen dat alle lelijke dingen die Cordan over Frommel zegt, op tafel zullen komen.

Omdat ze niet over de rechten beschikken, hebben ze geen been om op te staan en kan Herzer het fascinerende boek uitgeven. Hij publiceerde al eerder het deel ervan dat aan Frommel is gewijd, stuurde het op naar Castrum en hoorde er niks van zodat hij geen proces meer vreest. Gelukkig hebben we nu het hele boek (hoewel er volgens Hans Renders nog een eerdere versie bestaat die Gerrit Kouwenaar in 1946 in het Nederlandse vertaalde maar die nooit is uitgegeven). Hoewel Cordan zich graag van zijn mooie kant laat zien en niet schuwt een beetje te overdrijven, is het erg goed dat het boek is verschenen. Het geeft veel informatie over Nederland en de oorlog vanuit het homo-erotische oogpunt van Cordan. Het is een beetje hijgerig geschreven, maar het leest fantastisch.(5)

De warme zon van het zuiden

Na de oorlog blijft Cordan nog een paar jaar in Nederland en is bij de heroprichting van Centaur betrokken. Verder werkt hij als een soort rechter-commissaris die vooral Duitse oorlogsverdachten moet opsporen en ondervragen. Na zijn Hollandse jaren schrijft Cordan verschillende boeken over de landen van de Middellandse zee en twee romans, waaronder het homo-erotische Julian der Erleuchtete (1950). Van de Middellandse zee gaat hij naar Mexico en Midden-Amerika waar hij zijn geluk vindt. Naar eigen zeggen ontcijfert hij het schrift van de Maya's en doet hij het vast en zeker met hun mannelijke afstammelingen.

In de novelle over Antonio komt Cordan met de ouderwetse miepentheorie dat onder de warme zon van het zuiden het er niet toe doet of je homo dan wel hetero bent. Licht gekleed geven alle mannen zich wel eens zonder zorgen over aan homoseks. Het gerucht dat hij vermoord is, klopt waarschijnlijk niet. Wel wordt een Mexicaanse levensgezel een half jaar na Cordans dood vermoord. De heer Horn was een man van mythes wiens dood ook weer tot wilde verhalen leidde. Hij zou er vast van genoten hebben.



Erg aardig maar ook treurig is het geruzie tussen twee edelmieën over de vraag wie het meest platonisch is. Ik krijg de indruk dat ze beiden voor de aardse seks op de knieën zijn gegaan, kortom veel drukte om niks. Wanneer Antonio uit de gelijknamige novelle zegt "Ich liebe dich" dan bedoelt hij volgens Cordan "Legen wir uns hin." Cordan, die zoveel kansen aan zich voorbij heeft laten gaan in Berlijn en Amsterdam, moet helemaal naar zijn geliefde Middellandse Zee om de Griekse liefde te begrijpen en, rond zijn veertigste, een begin te maken met homoseks. En bij Castrum blijven ze ontkennen dat jongensvriend Frommel homoseksueel was. Heel vreemd dat ze nog steeds moeilijk doen over de mannenliefde in het hartje van de stad waar homoseks in culturele kringen nauwelijks nog een probleem is.

Noten
(1) Betekent letterlijk kasteel van de vreemdeling/zwerver/onwetende; het blad is opgericht in 1950 en de eerste jaargang is van 1951; jaargang 50 en nummer 250 verschenen in 2001 en het register over die jaren in 2002. Castrum is verder een rendabele uitgeverij van meest Duitse boeken en een vereniging die in Amsterdam lezingen organiseert.
(2) Het kasteel te Eerde was van Philip baron van Pallandt (1889-1979). Hij had het eerder ter beschikking gesteld aan Krishnamurti die er grote bijeenkomsten hield. In Anti-homo van Ernest Michel (1929) wordt deze leider der theosofen voorgesteld als een vuil pederastje. Nadat Krishnamurti richting Californië was vertrokken, werd het kasteel een Engelstalige Quakerschool die vooral kinderen aantrok van welgestelde vluchtelingen uit Duitsland. Zou Van Pallandt er na de oorlog nog een homosensuele bestemming voor gevonden hebben?
(3) Dat woordje "folklore", net als beider ondogmatisch links gericht zijn, doen me vermoeden dat Cordan ook Piet Meertens kende (directeur van Voskuils Bureau). En hoe goed kende de pedofiele Zeeuwse folklorist Urk weer?
(4) Cordan had zijn "blitz" vast ontleend aan Stefan Georg die jongens van straat plukte die hem bijzonder aanspraken. Het bekendste geval is de jong gestorven Maximin. Percy Gothein zou ook zo door George zijn ontdekt en Frommel op zijn beurt door Gothein. Cordan zegt overigens aardige woorden over Gothein.
(5) Ook Renders beschouwt Cordan als een mythomaan, maar neemt wel aan dat veel van wat Cordan in Die Matte vertelt wel ongeveer zo is gebeurd, ook zijn verzetsactiviteiten.

Literatuur
Claus Victor Bock, Untergetaucht unter Freunden. Ein Bericht Amsterdam 1942-1945 (= Castrum Peregrini 166/167). Amsterdam 1985).
Wolfgang Cordan, Jahre der Freundschaft. Gedichte aus dem Exil. Herausgegeben von Karlhans Kluncker. Amsterdam: Castrum Peregrini, 1982.
--, Die Matte. Autobiografische Aufzeichnungen. Herausgegeben und mit einem Nachtwort versehen von Manfred Herzer. Hamburg: MännerschwarmSkript Verlag, 2003. Anhang: Cordan: Tage mit Antonio.
Hans Renders, Verijdelde dromen. Een surrealistisch avontuur tussen De Stijl en Cobra. Haarlem: Enschedé, 1989 (heeft een hoofdstuk over Cordan).



Commentaar:
Re: Castrum Peregrini - Twee Wolfgangs-


Reactie van Pim Ligtvoet dd. 13 mei 2007
Er is momenteel een tentoonstelling over Gisèle van Waterschoot van der Gracht en haar Castrum-vrienden in het NIOD. Daar staat een mooie foto van Calus Victor Bock. Aanvullende informatie over Castrum is ook te vinden op www.bevrijdingintercultureel.nl


Reactie van Floriek L. dd. 07 mei 2007
Hebben jullie ook meer informatie over Claus Victor Bock?

gelieve die te mailen naar het onderstaand adres:

florieklandeweerd@hotmail.com

b.v.d.










GERELATEERDMEER VAN GERT HEKMAMEEST GELEZEN VAN GERT HEKMA

Castrum Peregrini - Twee Wolfgangs

Gert Hekma, in Historie & Politiek op 19 april 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp








TOP STORIES

MEEST GELEZEN (6 mnd)IN HISTORIE & POLITIEKIN NUMMER 151














bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media