Back to Top
Woensdag 17 Oct
86205 users - nu online: 1371 people
86205 users - nu online: 1371 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Hoe denkt Nederland over seksuele diversiteit?


door Redaktie in Mode & Lifestyle , 02 augustus 2018


Het SCP brengt sinds 2006 de stand van zaken van de LHBT-emancipatie in kaart. Dat doen we door aan de ene kant naar de leefsituatie van LHBT-personen te kijken (hoe gaat het met de groep zelf?) en aan de andere kant naar de publieke opinie (hoe denkt Nederland over seksuele en genderdiversiteit?). Het huidige rapport belicht de emancipatie vanuit dat tweede perspectief, de publieke opinie.


Opvattingen over homo- en biseksualiteit en genderdiversiteit zijn niet alleen van belang als indicatie van het maatschappelijk klimaat, maar zijn ook direct gerelateerd aan de leefsituatie van seksuele en genderminderheden. Buitenlands onderzoek laat zien dat opvattingen gerelateerd zijn aan homonegatief gedrag en aan het welzijn van LHBT-burgers.

Opvattingen hebben daarmee een effect op het welzijn en de leefsituatie van de LHBT-burgers zelf. Hier lijkt overigens een bovengrens aan te zitten: waar onderzoek laat zien dat leefomgevingen die in grote mate verschillen in wetgeving en sociaal klimaat ook verschillen in het welzijn van LHBT-personen (in negatieve omgevingen rapporteren LHBT-personen een sterker verminderd welzijn), laten Jacob Felson en Amy Adamczyk (2017) zien dat boven een bepaald percentage van positieve bevolkingsopvattingen, een toename in dat positieve percentage geen verband meer houdt met een betere leefsituatie en welzijn van LHBT-burgers.

Dit rapport beantwoordt, op basis van nationale en internationale representatieve bevolkingsstudies, drie vragen: ‘Wat is de houding van de Nederlandse en Europese bevolking ten aanzien van homo- en biseksualiteit en zijn er verschillen tussen landen en bevolkingsgroepen?’. ‘Wat zijn de ontwikkelingen in de houding van de Nederlandse en Europese bevolking ten aanzien van homo- en biseksualiteit?’ en ‘Wat is de houding van de Nederlandse bevolking ten aanzien van transgender personen en gender diversiteit en zijn er verschillen naar achtergrondkenmerken?’ Met betrekking tot de eerste twee vragen laten de data zien dat de Nederlandse bevolking over het algemeen (zeer) positief over homo- en biseksualiteit denkt. In 2017 had 74% een positieve houding, 6% een negatieve houding en 20% een neutrale houding. De houding is tussen 2006/’07 en 2016/’17 steeds positiever geworden en ook tussen 2014/’15 en 2016/’17 zien we een significant, positief verschil in de opvattingen over homo- en biseksualiteit.

Deze veranderingen zien we op verschillende thema’s (zoals gelijke rechten, zichtbaarheid, acceptatie in nabije kring) en binnen verschillende bevolkingsgroepen (zoals jong en oud of gelovige en niet-gelovige mensen). Scholieren denken ook veelal positief over homoseksualiteit en scholieren in het basisonderwijs denken hier door de jaren heen ook duidelijk positiever over. Scholieren in het voortgezet onderwijs denken anno 2017 wel een stuk positiever over homoseksualiteit dan in 2009, al vlakt recent de toename wel af. In vergelijking met veel andere landen denkt men in Nederland heel positief over homoseksualiteit.

Bij het globale, positieve beeld vallen twee kanttekeningen te maken.

Ten eerste wordt over sommige onderwerpen op het terrein van homo- en biseksualiteit wat minder positief gedacht. Het gaat hier met name over opvattingen over (zichtbare) intimiteit tussen mensen van gelijk geslacht. Dit geldt voor zowel de volwassen bevolking als voor scholieren. Ook bij gelijke rechten ten aanzien van adoptie plaatst een wat groter percentage van de Nederlandse bevolking kanttekeningen. Dat de Nederlandse bevolking ‘relatief negatief’ over bovengenoemde zaken in vergelijking met andere onderwerpen denkt, betekent niet dat het overgrote deel van de bevolking dit afkeurt. Zo staat tegenover de 29% die twee zoenende mannen aanstootgevend vindt, 42% die dit niet aanstootgevend vindt en tegenover de 13% die geen gelijke rechten inzake adoptie wil, staat maar liefst 73% die gelijke rechten wel ondersteunt. De percentages zijn bovendien in de afgelopen tien jaar steeds positiever geworden.

De tweede kanttekening heeft betrekking op de opvattingen van enkele sociaaldemograische groepen in de samenleving. Hoe mensen denken over homo- en biseksualiteit hangt samen met hun geslacht, leeftijd, opleiding, etniciteit, religie en politieke voorkeur. Groepen die beduidend negatiever denken dan de algemene Nederlandse bevolking, zijn leden van de PKN, leden van overige religies en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Hierbij moet wel in het achterhoofd worden gehouden dat deze groepen gemiddeld weliswaar negatievere opvattingen hebben, maar dat ook van hen de meerderheid geen negatieve houding heeft.


Ook nemen de verschillen tussen de sociaal-demograische groepen door de jaren heen sterk af. De opvattingen over homo- en biseksualiteit komen in Nederland dus dichter bij elkaar te liggen. Deels kan dit wellicht worden verklaard door een plafondefect: een dusdanig grote meerderheid van de bevolking denkt inmiddels positief over homo- en biseksualiteit, dat door een gebrek aan variatie in opvattingen de samenhang met voorspellers (zoals sociaal-demograische kenmerken) wegvalt.

Voor de derde vraag, naar opvattingen over genderdiversiteit, laten de data zien dat de Nederlandse bevolking over het algemeen positief over genderdiversiteit denkt. In 2016/’17 had 57% een positieve houding, 34% een neutrale houding en 9% een negatieve houding. De eerste voorzichtige trends laten zien dat ook deze opva?ingen positiever worden, maar omdat we pas sinds 2012/’13 (in totaal drie meetmomenten) de opva?ingen over genderdiversiteit in kaart brengen, moeten we hierbij een slag om de arm houden.

Recente internationaal vergelijkbare cijfers zijn niet voorhanden. Dezelfde kanttekeningen die we maakten over de opvattingen over homo- en biseksualiteit, zijn hier van toepassing: over sommige onderwerpen denkt men relatief negatief en sommige groepen in de samenleving denken negatiever. Zo zijn de meningen verdeeld over wie de zorgkosten voor transgender personen moet betalen: 29% vindt dat transgender personen deze zelf maar moeten betalen, 35% is het daarmee oneens.

Gender-ambivalentie kan ook niet altijd op steun rekenen: één op de vijf deelnemers (20%) is van mening dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen en 14% gaat liever niet om met mensen van wie niet duidelijk is of ze man of vrouw zijn. Daar staat tegenover dat meer dan de helft aangeeft dat zij vinden dat er met deze mensen niets mis is (53%) en dat zij wel zouden omgaan met mensen waarvan het geslacht niet duidelijk is (62%). Mensen met een negatieve opvatting zijn vaker man, laagopgeleid, religieus, van niet-westerse afkomst en stemmend op CDA, PVV of VVD. De kanttekeningen over enkele onderwerpen, groepen en de onderzoeksmethodiek daargelaten laten de huidige cijfers over opvattingen over homo- en biseksualiteit en genderdiversiteit zien dat het overgrote deel van de Nederlandse bevolking positief staat tegenover het overgrote deel van de onderwerpen en dat dit de laatste jaren alleen maar positiever is geworden.


Vanuit het perspectief van opvattingen en meningen gaat de emancipatie van seksuele en genderminderheden er dus op vooruit. Echter, zoals eerder aangegeven, kijkt het SCP, als het gaat om de stand van zaken inzake de LHBTI-emancipatie, naar twee kanten van het verhaal: de leefsituatie van LHBTI-burgers zelf en de publieke opinie over homo- en biseksualiteit en genderdiversiteit. Alhoewel de opvattingen een positief beeld laten zien, weten we uit andere onderzoeken dat de emancipatie er slechter voor staat als we kijken naar de leefsituatie van de doelgroep zelf.

Daarover lieten recente SCP-onderzoeken zien dat – de positieve bevolkings opvattingen ten spijt – LHBT-burgers op achterstand stonden in vergelijking met heteroseksuele burgers (Kuyper 2015b; Kuyper 2016; Kuyper 2017). Zo leefden transgender personen vaker in armoede, werden LHBT-personen vaker slachtofer van geweld of pesterijen op het werk en rapporteren LHB-jongeren veel psychische problematiek. Dit onderstreept het belang van een brede blik en genuanceerde uitspraken over de stand van zaken met betrekking tot de emancipatie van LHBT-burgers.



 









Rubrieken:





Amstelveen wordt een regenboog-gemeente


Icarus Rickarus wil naar de Uitdekastmarkt


Help Mee! Materiële herinneringen aan de homo-horeca gezocht


Verkiezing Mister Leather Netherlands 2019


Zorgen om tientallen onbehandelde hiv-patiënten onder internationale studenten

    toon meer





In het nieuwste nummer, Gay News 326, oktober 2018






Mister B& B
Ontdek de wereld, ervaar je pride











Meer uit Mode & Lifestyle
Meer uit nummer 323
Meer van Redaktie





Cuckoos nest


Cruise bar with big darkroom

meer info |visit


Spijkerbar


Cruise and play bar

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2018 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2018 Gay News ®, GIP/ St. G Media