Back to Top
Woensdag 13 Dec
86034 users - nu online: 1065 people
86034 users - nu online: 1065 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
De verhulde erotiek van George Quaintance


door Rob Blauwhuis in Theater, Kunst & Expo , 07 december 2017

This article is also available in English


De essayist Rudy Kousbroek stelde zich in een artikel naar aanleiding van een boek over naaktfotografie in de periode 1840-1986 ooit voor dat buitenaardse wezens, die over vele duizenden jaren een bezoek brengen aan de aarde waar door een atoomoorlog al het leven is vernietigd, als enige bron van informatie over de uitgestorven bewoners een collectie naaktfoto’s vinden uit de jaren 1840-1985.

De buitenaardse geleerden constateren dat de romp van het aardse wezen tussen de achterpoten eindigde met een gave, gladde driehoek. “Daarmee moet iets bijzonders aan de hand zijn geweest, want vaak is juist die plek als bij toeval aan het oog onttrokken door een ander lichaamsdeel, of door een boomtak, een vaas, een stukje draperie. Het is alsof degene die de foto maakte vooral die driehoek op het oog had, maar telkens door pech werd achtervolgd,” aldus Kousbroek.

In de laatste decennia van de twintigste eeuw verdwijnt deze verhulling allengs uit de fotografie, vooral natuurlijk foto’s die voor openbaar gebruik waren bedoeld, want voor privé-gebruik bestonden er al veel langer afbeeldingen die bewijzen dat die aardse wezens geen gladde driehoek tussen hun achterpoten hebben. Deze, als door het toeval gedicteerde verhulling is echter nog volop aanwezig in het oeuvre van de kunstenaar George Quaintance, die op 8 november dit jaar precies zestig jaar geleden overleed. Die verhulling moest ook in dat werk aanwezig zijn, want tot 1965 was het in de Verenigde Staten wettelijk verboden frontaal mannelijk naakt af te beelden.

Maar Quaintance heeft de verhulling uiterst fantasievol doorgevoerd. Zijn bedrevenheid in het aan het oog onttrekken van het mannelijk geslachtsdeel was formidabel. Niet alleen benutte hij hiervoor de houding van zijn modellen en afgesleten attributen als handdoeken of bladeren, maar ook gitaren, laarzen, een slang, de manen van een paard, een meeuw die toevallig voorbij vliegt, een pistoolholster. En als zijn mannen zich in het water bevinden dan blijken golven of waterstralen die vitale plaats aan het oog te onttrekken. Kortom, in het werk van Quaintance komt geen blote pik voor.

Bij het beschouwen van Quaintance’s oeuvre krijg je echter niet de indruk dat hij onder deze beperking geleden heeft. Integendeel, hij lijkt er een aanvullende inspiratie aan te hebben ontleend. Erotiek wint er vaak bij als niet alles open en bloot wordt gepresenteerd, maar er nog het nodige te raden en te fantaseren overblijft en Quaintance is er een meester in deze aantrekkingskracht van het verhulde te zijner gunste aan te wenden. Hierbij speelt ook een rol dat, als hij zijn mannen gekleed afbeeldt, ze zeer strakke broeken dragen en het daarin duidelijk zichtbare reliëf duidelijk maakt dat zich tussen de benen van deze mannen geen gave, gladde driehoek bevindt, hoewel Quaintance realistisch bleef en zich niet aan pornografische overdrijving overgaf.

Bovendien buitte Quaintance de bekrompen opvattingen van de zedelijkheidswetgevers over wat “expliciet seksueel” is volop uit door de mannelijke achterpracht in volle glorie te verheerlijken in zijn schilderen. Overigens krijg je niet de indruk dat hij dit met tegenzin deed, want hij oordeelde bijvoorbeeld dat zijn model Jim Glasper “esthetisch ideale” ofwel “ideaal geproportioneerde billen” had, en hij liet deze achttien-jarige jongeman dat ook poseren voor drie van de vier personages op zijn schilderij Saturday Night (1954).


Jeugd op het platteland

Maar wie was George Quaintance?
Hij werd op 3 juni 1902 geboren op het platteland van Page County, Virginia en hij wordt omschreven als vanaf zijn tienerjaren duidelijk en actief homoseksueel, hoewel hij, zoals in die jaren noodzakelijk was, zijn erotische voorkeur natuurlijk zeer discreet uitleefde. In een autobiografische schets, die hij in 1956 op verzoek van de Grecian Guild schreef, bekende hij dat hij niet gelukkig was in zijn jeugd omdat hij zich een buitenstaander voelde: “Ik leed als kind, omdat ik wist dat ik niet thuishoorde in die vallei van rijke boerderijen, omringd door hoge blauwe bergen. Mijn ouders moeten ook geleden hebben toen ze zich realiseerden met wat voor persoon ze waren opgescheept.

Maar ze waren wijs en goed en ze hebben nooit geprobeerd me te veranderen, of me in hun wijze van leven te dwingen. Integendeel, als ik meer verf en meer kwasten vroeg, kochten ze die voor me.” Terugblikkend is Quaintance echter verheugd over zijn eenzame plattelandsjeugd omdat hij zich hierdoor heeft kunnen ontwikkelen tot wie hij geworden is: “Wanneer ik in een stad geboren zou zijn, dan zou ik me onder andere kinderen hebben gemengd en in het gebruikelijke patroon van de kindertijd zijn vervallen. Zoals het was, was ik helemaal alleen, met niets om me te leiden dan mijn eigen intuïtieve gevoelens.”

Door de omstandigheden van zijn jeugd geloofde Quaintance niet dat de familie waaruit iemand voortkomt van grote invloed is op wat je van je leven maakt. Hij geloofde niet in erfelijkheid. Wel meende hij dat een mens niet als een onbeschreven blad ter wereld komt, dat “we niet als nieuw in dit leven geboren worden. We komen hier, uitgerust met de ervaringen en de herinneringen van vele levens die we hiervoor hebben geleefd - met een achtergrond aan kennis die niets temaken heeft met onze ouders of onze directe voorouders. (...) Natuurlijk groeide ik op in een droomwereld. "



"Die hoge blauwe bergen waren geen grenzen voor mijn zwervende verbeelding. In die grote, ongestoorde stilte leerde ik alle voorbije grote gebeurtenissen (...) kennen en navoelen. Ik las veel. De meeste historische gebeurtenissen waren niet nieuw voor me. Ik wist dat ik erbij was en ze had zien gebeuren. In de loop van deze vormende jaren was mijn droomwereld mijn enige realiteit geworden. (...) Terwijl we aan de buitenkant allemaal menselijke wezens zijn, zijn er geen twee van ons gelijk. En de enige realiteit die ons anders maakt is die droom diep in onszelf.”


Droom versus realiteit

De alledaagse werkelijkheid voldoet natuurlijk niet aan de droom die iemand tijdens een afgeschermde jeugd heeft opgebouwd en dat moest ook Quaintance ervaren: “Later, toen ik volwassen geworden was en de kunstacademie in New York volgde, en werkelijke ervaringen had, ontdekte ik dat die op geen enkele wijze overeenkwamen met mijn droom - dat de werkelijke, alledaagse ervaringen minderwaardig waren.”

Zoals uit zijn opmerking over zijn verlangen naar “meer verf en meer kwasten” blijkt, had hij al vroeg belangstelling voor schilderkunst. In 1920 vertrok Quaintance dan ook naar New York om daar aan de prestigieuze Art Students League te gaan studeren. Hier trainde hij zich echter ook als danser en hij beheerste verschillende stijlen, van klassiek ballet tot tapdans en de tango.

In de decennia nadat hij het platteland van Virginia vaarwel had gezegd, had Quaintance, eerlijk gezegd, meer carrières dan een kat levens heeft. Aan het eind van de jaren dertig was hij bijvoorbeeld een gevierd dameskapper die uitbundige kapsels ontwierp voor diverse Hollywood-sterren en leden van de New Yorkse beau-monde. En voordat hij zijn fraaie lofliederen op de mannelijke schoonheid schilderde genoot hij faam als portretschilder van rijk en beroemd Amerika. Ook fotografie voegde hij aan de lijst van zijn vaardigheden toe door lessen te nemen bij fotografen als Edwin Townsend (bekend door zijn naaktportretten uit de jaren twintig en dertig van de body-builder Tony Sansone) en physique-pionier Lon Hanagan (Lon of New York).

In 1938 ontmoette Quaintance Victor Garcia, die zijn model, levens- en zakenpartner werd. Ze vestigden zich in Phoenix, Arizona, in een huis dat ze Rancho Siesta doopten en dat het hoofdkwartier werd van Studio Quaintance, een zakelijke onderneming om niet alleen Quaintance’s kunst te produceren, maar vooral ook om het aan de man te brengen. Omdat veel homo’s in de jaren veertig en vijftig hun betreffende activiteiten zeer discreet behandelden en soms voor hun dood al het belastende materiaal zelfs vernietigden (en dat anders hun nabestaanden wel postuum ter hand namen), is het amper na te gaan hoe succesvol Quaintance’s promotie van zijn werk (internationaal) was.

Een indicatie kan echter zijn dat Tom of Finland in een interview ooit vertelde dat hij reproducties van Quaintance’s werk eerder onder ogen had gekregen dan het fameuze tijdschrift Physique Pictorial. “Nog nooit eerder had ik homo-erotische kunst gezien,” aldus Tom. “Ik was bijzonder onder de indruk van zijn techniek en van de schoonheid van zijn schilderijen. Ik had al wel schetsen gemaakt, maar ik had nooit gedacht dat ik daar wat mee kon doen. Toen ik echter Quaintance’s werk zag, drong tot me door dat het toch de moeite waard was om iets dergelijks te proberen.”

Anders echter dan de wereld die Tom of Finland vastlegde en die de eerste veertig jaar van Tom’s carrière “overweldigend blank” is, nam Quaintance, die van Mexicaanse afstamming was, “aanzienlijke aantallen niet-blanke mannen in zijn werk op, ofschoon dit vaak in ‘exotische’ settings was en, zo lijkt het, inzonderheid om extra pit aan zijn erotische taferelen toe te voegen. Quaintance’s invocatie van raciaal verschil diende om de afstand te vergroten tussen de afbeelding en de overwegend blanke consument in de traditionele, en comfortabele, positie van etnografische toeschouwer,” aldus Micha Ramakers in Dirty Pictures: Tom of Finland, Masculinity, and Homosexuality (2000).


Gedurfde verbeelding

In 1951 leverde Quaintance de omslagillustratie voor het allereerste nummer van Physique Pictorial, het baanbrekende tijdschrift van Bob Mizer, dat tot 1990 verscheen. Zijn werk verscheen ook in diverse andere physique-tijdschriften zoals Grecian Guild Pictorial, Adonis, Demi-Gods en Young Physique. In 1954 verschenen zijn foto’s en afdrukken van zijn schilderijen ook in het in Zwitserland gepubliceerde tijdschrift Der Kreis, een van de eerste tijdschriften ter wereld dat zich, anders dan de physique-bladen, openlijk op een homopubliek richtte. En ook in Nederland maakte het werk van Quaintance opgang; op verschillende nummers van het C.O.C.-tijschrift Vriendschap (1949-1964) werden werken van hem gereproduceerd.

George Quaintance overleed op 8 november 1957 aan de gevolgen van een hartaanval, die hem enige maanden aan het ziekenbed had gekluisterd. “Gedurende de zomer streed hij om zijn krachten terug te winnen en uiteindelijk, door absolute passie voor zijn kunst, slaagde hij erin enig werk te doen. (...) Tragischerwijze, (...) verliet de montere geest die Quaintance was ons midden op negen november (sic!),” meldde het allereerste nummer van The Young Physique in het hoofdredactioneel. Hoewel Bob Mizer in 1957 schreef dat Quaintance “over de gehele wereld wordt toegejuicht als een wegbereider van een cultuur die bijna twintig eeuwen genegeerd is,” raakte zijn werk al snel in de vergetelheid.

Pas aan het begin van de jaren tachtig werd het door de homo-archeologische werkzaamheden van historisch bewuste homo’s weer onder de aandacht gebracht. In 1982 verscheen in de in San Francisco verschijnende krant The Voice een profiel, waarin onder andere werd gesteld: “Quaintance was begiftigd met zoveel energie en artistiek talent dat hij de gave had de puriteinse beperkingen van zijn tijd te overstijgen en ons iets van zijn gedurfde verbeelding in zijn schilderijen na te laten.”

Het jaar daarop publiceerde het pornotijdschrift In Touch een uitvoerig portfolio, waarin sommige schilderijen in kleur werden gereproduceerd, die tot dan toe alleen in zwart-wit waren verschenen. In 1989 publiceerde de Berlijnse homo-uitgever en galleriehouder Volker Janssen de monografie The Art of George Quaintance, waarin voor het eerst een groot deel van zijn geschilderde oeuvre werd bijeengebracht, helaas in zwart-wit. Pas in 2010 verscheen bij Taschen het weelderige koffietafelboek Quaintance, dat volledig recht doet aan de kwaliteiten van “de grondlegger van homokunst over gespierde kerels” omdat alle schilderijen in kleur zijn afgebeeld.



 









Rubrieken:


















Meer uit Theater, Kunst & Expo
Meer uit nummer 315
Meer van Rob Blauwhuis





People Direct


Zelfstandig werkende Escortboys | Self employed escortboys

meer info |visit


Club Church


Cruise Club with theme-nights and darkroom

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media