Back to Top
Woensdag 13 Dec
86034 users - nu online: 1064 people
86034 users - nu online: 1064 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
50 jaar homo-acceptatie, van onbereikbaar ideaal tot ontoereikend perspectief


door Gert Hekma in Algemeen , 05 december 2017

This article is also available in English


Mosse-lezing 2017, deel 1. Op 20 september hield Gert Hekma ter gelegenheid van zijn afscheid van de Universiteit van Amsterdam de zestiende Mosse-lezing. De jaarlijkse Mosse-lezing is een initiatief van de Stichting George Mosse Fonds ter bevordering van de studie van homo / lesbische geschiedenis aan de UvA en is vernoemd naar George L. Mosse (1918- 1999), een bekende, liberale historicus van Duits-Joodse komaf die in 1988 gasthoogleraar homostudies was aan de UvA. Gay News publiceert de tekst van de lezing in twee delen.

Gert Hekma & George L. MosseIk zal vandaag spreken over de geschiedenis niet van het homoseksueel uit de kast komen, maar over de geschiedenis van homo-acceptatie, een wat abstractere term. Hiermee bedoel ik, kort gezegd, dat hetero’s en homo’s zelf inzien wat homo-acceptatie betekent voor hun seksueel burgerschap. Dit begrip slaat op vrijheid van seksueel handelen, spreken en relaties. Aan homo-acceptatie is veel veranderd in de halve eeuw van massaal uit de kast komen. Er is wel sprake van homo’s als “victorious minority.”

Maar ondanks alle vooruitgang resoneert in mijn hoofd nog steeds de opmerking van Gerrit Komrij in zijn Mosse-lezing uit 2008: “Weten we wel wat homo-acceptatie is?” Waar hébben we het over?! Om die vraag te beantwoorden eerst een korte terugblik op hoe openlijk homo-zijn van onbereikbaar acceptatie-ideaal tot morele plicht heeft kunnen worden. Daarna zal ik op de uitkomst, onze hedendaagse acceptatie, ingaan en me afvragen of die een toereikend perspectief biedt. En opgelet: liever dan het HLBT-dieventaaltje gebruik ik de oudere en uiterst inclusieve woorden homo, lesbo en homoseksualiteit, de belangrijkste historische termen voor wie het houdt met geslachtgenoten.

Santekraam van identiteiten

Ik wil eerst mijn kijk op homoseksualiteit aanduiden. Het is in de eerste plaats meer een sociodynamisch dan biodynamisch gegeven; meer een resultaat van culturele vormgeving dan een natuurlijke geaardheid. Zo is het woord “homoseksueel” in 1868 bedacht; “uitgedokterd” als een militant denkbeeld. Sindsdien weten we dat met “Andere Namen, Andere Mannen” komen, om de titel van mijn scriptie te citeren.

De vroege episode van seksueel burgerschap is een treffend voorbeeld bij mijn sociodynamische plaatsbepaling van homoseksualiteit als een verschijnsel met vele bronnen, vormen en toepassingen, waarvoor geschiedenis en samenleving wisselende begrippen en betekenissen hebben gevonden zoals pederast, sodomiet, pervert, urning, homo, lesbo, flikker, pot, seksuele minderheid en tegenwoordig HLBT met haar santekraam van identiteiten. Al die woorden kennen dus verschillende, tegenovergestelde gevoelswaarden, omdat, zoals Gloria Wekker in haar Mosse-lezing van 2009 toelichtte: een Surinaamse, Marokkaanse of witte homo is steeds een ander door diversiteit in cultuur en kleur.

En óók door een verschil in homoseksuele manieren zoals manueel, oraal, anaal, actief of passief gedrag, BDSM, fetisjisme, aantal partners of andere variaties. Ik signaleer in mijn lievelingsboek ABC van perversies tientallen vormen. Waar minister Jet Bussemaker in háár Mosse-lezing een lans brak voor onderwijs over seksuele diversiteit: prima; maar wat een treurnis dat het parlement die voorzet heeft afgekapt tot de armzalige vier van HLBT. Een inclusief kwartet dat meer weglaat dan het binnenlaat. Seks is niet alleen een fysieke daad: daarbij komen vriendschap, drift, kunst, kleding, les geven, cruisen in de stad, liefde, de ars erotica.

Gelet op culturele flexibiliteit van homoseksualiteit ben ik niet van rituelen zoals plichtmatig elkaar kleur bekennen of integendeel het zwijgen opleggen; zie ik liever exclusieve dan inclusieve “sex and gender performances,” met een knipoog naar pioniers als Markies de Sade, Jim Holmes, John Gagnon, Michel Foucault; en vergaat me de lust bij verheerlijking van homotrots. Na eeuwenlange verkettering van homo’s, nu een viering van homo-acceptatie waaruit intussen de seks naar het verdomhoekje verdween.

Wat betreft visies op seksualiteit, Simone van Saarloos riep vorig jaar in haar Mosse-lezing liefhebbers van erotiek op er meer mee te doen; door middel van seks het mooiste uit jezelf en elkaar te halen; homo, hetero, bi, allemaal. Prima! Gloria Wekker stelde dan weer de “witte” dwang om te praten over seks tegenover het Surinaamse “moeder heeft ogen om te zien,” het “waarover je niet kan spreken, daarover moet je zwijgen.”

Wel, mij niet gezien! Ik wil liefst seks en acceptatie beoefenen en bespreken want stilzwijgen en wegkijken is tijdverspilling. Surinamers kennen evenals witte Nederlanders de roddels en scheldwoorden rond homoseksualiteit die we liever niet horen. “Spreken moet, want zwijgen past ons niet.” De vraag is niet of we seks bespreken, maar hoe: poëtisch, religieus, academisch, persoonlijk, met de zweep der liefde?

Als serieus acceptatiethema is seks onderbelicht in onze wereld, die denkt tolerant en positief te zijn. Dat betwijfel ik en daarom stel ik die vraag over acceptatie en homo/seksualiteit.


Een halve eeuw homogeschiedenis

De geschiedenis van homo-acceptatie is wel bekend. Vóór de seksuele revolutie en voordat homo’s en lesbo’s massaal uit de kast kwamen, bestond geen ruimte voor hun seksueel burgerschap; alleen in afwijzende zin. Volgens de kerken was hun seksuele voorkeur een zonde en volgens katholicisme en veel moslims is homoseks nog steeds “goed verkeerd.”

Foto Wilhelm van Gloeden

Ten tweede was homoseksualiteit een misdrijf. Nederland had tot 1971 artikel 248bis in de strafwet dat ontucht tussen volwassenen en minderjarigen van hetzelfde geslacht strafbaar stelde en daarbij was de leeftijdgrens eenentwintig jaar; voor hetero’s was en bleef die zestien jaar.

Ten derde was het een ziekte. Een belangrijke doorbraak maakte psychiater Wijnand Sengers met zijn voorlichtingsboek Gewoon hetzelfde? (1968) en zijn proefschrift Homoseksualiteit als klacht (1969). Literatuuronderzoek had hem ervan overtuigd dat geen homo “genezen” was van zijn voorkeur, dat “therapie” tijd nam, kostbaar was en weinig resultaat opleverde en dat homo’s zichzelf niet ziek voelden. Ze konden beter naar een homokroeg of COC gaan voor zelfaanvaarding.

Rond 1970 kwam een eind aan het idee van homoseksualiteit als zonde, misdrijf en ziekte. Vóór die tijd moesten Nederlanders niks van homo’s hebben. Daarna kwamen homo’s massaal uit de kast zoals Blaman, Reve, Premsela, Burnier, Hanlo en Albert Mol. Het verdwijnen van negatieve ideeën legde een enorme wereld open voor homocultuur en activisme, die flikkers en potten gretig gebruikten.


Een vrouwelijke ziel in een mannelijk lichaam, en omgekeerd

Mhicel FoucaultEen cruciale verandering in het acceptatieproces betrof het idee wat een homo of lesbo nu eigenlijk was. Sinds 1850 werden ze gezien als gender én seksueel geïnverteerd. Als gender hadden homo’s een vrouwenziel in een mannenlichaam, lesbo’s omgekeerd een mannenziel in een vrouwenlichaam. Hun toestand werd als aangeboren abnormaliteit gezien, waarvoor nieuwe woorden als homoseksueel en nieuwe theorieën kwamen.

Seks zochten homomannen bij “normale” mannen en lesbo’s bij “normale” vrouwen, dus bij hetero’s. Vaak sekswerk voor de gelegenheid. Prostitutie kwam veel voor. Homo’s hadden seks met hoerenjongens. Het principe van seks was toen dat tegengestelden elkaar begeerden, een man een vrouw en omgekeerd, zoals met elektriciteit tegenpolen vonken doen overslaan. Seksuele ongelijkheid was de norm voor seks en dat gold ook voor homo’s: ze vielen op hetero’s.

De broodnodige ongelijkheid kon ook in iets anders liggen, zoals ras, klasse, cultuur, macht of leeftijd. Dat laatste, leeftijd, kwam veel voor. Zo dacht de Franse homofilosoof Georges Hérelle in 1900 dat alle homomannen pederasten waren; een voorkeur voor pubers hadden. Magnus Hirschfeld, oprichter van de Duitse homobeweging in 1897, meldde in 1914 dat bijna de helft van de homomannen die hij interviewde op adolescenten viel.

Vanuit ons perspectief lijkt het vanzelfsprekend dat men indertijd homoseksualiteit met prostitutie vergeleek en afkeurde dat homo’s het met hetero’s deden zoals butches met femmes, maar voor nichten uit die tijd was het onvoorstelbaar dat homo’s het nu met homo’s doen, gelijken met gelijken, en lesbo’s met lesbo’s. Dat noemden potten indertijd hout op hout, dat werkte niet.

Het is een ware omslag geweest dat seks niet meer tussen ongelijken gedacht werd maar sinds de jaren zestig juist tussen gelijken. Gay met gay, lesbo met lesbo. Kritiek op politieke ongelijkheid in socialisme werd door homo’s en feministen vertaald in verzet tegen ongelijkheid in seksuele en genderrelaties. Aan gelijkheid worden steeds hogere eisen gesteld en ongelijkheid is nauwelijks meer geaccepteerd.

Ten onrechte, mijns inziens, want bij veel voorkeuren zoals BDSM zit geilheid in zo’n verschil. De herontwikkeling van ongelijke naar gelijke relaties vormt een belangrijke verklaring voor de ondergang van ideeën van zonde, ziekte en misdrijf én voor de opkomst van een beweging van homo’s voor homo’s met alles erop en eraan: coming out, gay pride, een levendige subcultuur met een breed draagvlak zoals op internet.

Seksuele gelijkheid werd de norm, een omwenteling die grote delen van de wereld nog altijd met stomheid slaat. Homo-acceptatie werd van een onbereikbaar ideaal een perspectief binnen handbereik, van een verre droom een draadje werkelijkheid. In hoeverre we er gebruik van maken staat te bezien.


Groeiende acceptatie?

Van eind jaren zestig tot 2001 duurde het dik dertig jaar, voordat sociale aanvaarding uit de kast kwam tot openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht. In de tussentijd zijn steeds kleine stapjes voor acceptatie van homo’s en lesbo’s bijgeploeterd. U kunt ze waarschijnlijk zo opdreunen. Desondanks vroeg Komrij zich in zijn Mosse-lezing van 2008 af, dus ruim na inburgering van het homohuwelijk, of Nederlanders wel weten wat acceptatie is en, wil ik toevoegen, benul hebben van homoseksualiteit.

Mij dunkt dat die vraag aan hetero’s en homo’s gesteld werd: accepteren anderen ons, accepteren we onszelf, weten we waar homoseksualiteit voor staat? Is het homohuwelijk een vorm van acceptatie; of het meedoen van hetero’s aan de Amsterdam Pride?

Magnus  HirschfeldMosse-lezingen zijn er om de confrontatie met homothema’s aan te scherpen. Zo hoorden we van sprekers als Hafid Bouazza en Mohammed Benzakour, vrij gezegd, dat Nederlandse Marokkanen nog wel een zetje konden gebruiken om tot homo-acceptatie te komen. Dolly Bellefleur behandelde de acceptatie van transformatie-artiesten. Maaike Meijer hekelde het doodzwijgen van lesbische vrouwen in vergelijking met het doodknuffelen van homomannen.

Zo wees Gloria Wekker op etnische minderheden die nog onvoldoende ruimte krijgen. Bas Heijne, Stephan Sanders en Ted van Lieshout voorspelden meer van de inmiddels bekende acceptatie zonder zich illusies te maken over de inhoud. Marian Sax en Hedy d’Ancona betoogden onverstoorbaar dat zolang het acceptatieproject onaf is, springlevend activisme nodig blijft. Simone van Saarloos wees op de onderbelichting van fluïditeit, biseksualiteit en polyamorie.

Mosse-lezingen hebben dus vooral vragen opgeleverd over reikwijdte en diepgang van homo-acceptatie in Nederland. Met als hamvraag: wat denkt u daarvan, wat vinden wij ervan?

In de jaren zeventig waren Paarse September en Rooie Flikkers jonge honden. Ze wilden “alles” en wel meteen, van woeste geile vrije seks, een Lesbian Nation, een flikkerfront tot aandacht voor homo-onderwerpen in onderwijs en onderzoek. Ze wilden een permanente homorevolte, de hetero-puinhoop wegvagen en een homocultuur opbouwen met demonstraties, clubs, blaadjes, theater, feesten, filmfestivals, erotische overvloed en veel jurkjes.

Ze kwamen op het spoor van homoliteratuur die zó wilde zijn. Ik leerde het werk kennen van de markies de Sade, Karl Heinrich Ulrichs, Hirschfeld, Jacob Israël de Haan. Zo’n boek was een bloem, soms een bom. Er kwamen homostudieboeken die hun tijd vooruit waren. Lezen, schrijven en discussie over homo-acceptatie werd voor mij een basisbehoefte, hobby en beroep. Tegenwoordig verschijnen er meer boeken dan mijn gezonde lichaam aankan. Het ging eerst om misschien één per maand, van Michel Foucault, Guy Hocquenghem, René Schérer, Jeffrey Weeks, George Mosse, Lilian Faderman, Monique Wittig, Rob Tielman, Myriam Everard.

Oh, wat voel ik een heimwee naar die tijd toen alles wat uitkwam over homoseksualiteit een gebeurtenis was en een bres sloeg in de onkunde, ja onschuld die in Nederland normaal was! Helaas, die rillingen lopen niet meer over mijn rug en steeds meer boeken over homoseks bezorgen me steeds minder kippenvel.

Ik wil die ervaring van sociale verandering doornemen om te zien waar acceptatie een ontoereikend perspectief is gebleven aan de hand van drie hoofdthema’s van homo-acceptatie: relatierechten, gender gedrag en vooral seksuele praktijken, kortom het menu van seksueel burgerschap. Niet toevallig persoonlijke interesses. Ik keer tenslotte terug naar de homocultuur waar Komrij zo aan hechtte en hoop dan de vraag over acceptatie van homoseksualiteit te beantwoorden.

Geen van de thema’s van relatie, gender en seks is specifiek voor homo’s en lesbo’s; maar ze zijn meestal veel relevanter voor hen dan voor een heteropubliek van Henk, Ingrid, van Ab Normaal. Die profiteren op veel gebieden van heteronormen die nog lang niet zijn verdwenen.



Relaties

Bij het eerste thema van homo-acceptatie, over relatierechten, kunnen we niet heen om de openstelling van huwelijk en gezin. Het lijkt zo mooi dat naast hetero’s ook homo’s en lesbo’s met elkaar kunnen trouwen. Knal! om te spreken met couturier Max Heymans, vandaag precies twintig jaar geleden overleden. Het lijkt een vooruitgang dat gedacht wordt aan meervoudig ouderschap (dat elk kind meer dan twee ouders kan hebben) of aan veranderingen in het erfrecht ten gunste van ongehuwden - hoewel CDA en Christen Unie in een nieuw kabinet roet in het eten kunnen gooien.

Het huwelijk is overigens nog steeds slechts voor twee personen bestemd met uitsluiting van ieder ander, de minst inclusieve relatievorm die we kennen. Lang niet iedere gehuwde wordt gelukkig van een enkele partner. Sommigen hebben er liever één voor de liefde en een ander voor in bed, ze willen meer omdat ze kozen voor een poly- of biseksuele leefstijl. Of denk aan het oude COC-ideaal van individualisering, uit opportunisme opgegeven.

Denk dwars en heb lak aan ’t huwelijk, zeiden D’Ancona en Sax voor mij. Vergeet monogame en hetero-coïtale normen. Vergeet de seksedichotomie. Geen twee, drie of vier genders, maar nul. Zeker, het huwelijk is mee-gemoderniseerd, maar niet weg-gemoderniseerd. Kom op! Nederland was het eerste land dat het huwelijk openstelde voor paren van dezelfde gender, laat het nu het eerste land zijn dat het huwelijk afschaft!


Dan de openstelling van het gezin. Waarom is adoptie nog altijd alleen mogelijk van minderjarigen en niet van meerderjarigen? Veel homo’s en lesbo’s hebben een nauwe levensband met een jongere of oudere volwassene, die ze behoorlijk willen regelen. De regering wil steeds verbinden en hier is het een levensverrijking net als met meerpersoonsrelaties. Homo’s hebben traditioneel een losse band met familie mede omdat er vaak geen kinderen zijn.

Adoptie van volwassenen levert een sterkere binding op, niet alleen tussen personen maar ook tussen generaties. Het kan traditionele familiestructuren aanvullen en nieuwe creëren. Homo’s en lesbo’s zijn nog te vaak de dupe van het familierecht - het woord alleen al!

En daarbuiten: openstelling van het gezin is gebaat bij hogere eisen aan de ouderlijke macht. Ik ben nooit cijfers tegengekomen hoe vaak kinderen aan de ouderlijke macht zijn onttrokken vanwege homonegativiteit achter de voordeur. Het verbaast dat je nooit eens leest van een aanklacht tegen ouders die hun gezag misbruiken om hun kinderen op het heteropad te dwingen.


Gender

Naast acceptatie van meer relatievormen speelt acceptatie van gender-variatie. Onze kijk op gender, dat is het scala van mannelijke en vrouwelijke gedragingen, gevoelens, relaties en manieren, van trans en alles eromheen. Het heeft vanouds de kijk op homoseksuelen bepaald – zoals het idee van die vrouwenziel in dat mannenlichaam of over homomannen die mietjes zijn. Er valt nog veel te doen aan gender-vooroordelen binnen de homowereld zelf, die aan de mannenkant vaak zweert bij actief of passief, mannelijk of vrouwelijk, top of bottom, mietje of macho, en termen als “straight acting gay,” “gender conform.”



Kennelijk opwindend voor velen, maar hoe kóm je erbij?! Alleen goed voor een slappe lach! Wat mij betreft voorspelbare gemeenplaatsen zonder oog voor andere manieren, alsof alleen een imitatie van de coïtus, penetratie, telt als echte seks. Grappig genoeg waren homo’s zoals Ulrichs en Hirschfeld een dikke eeuw geleden er juist heilig van overtuigd dat homomannen vrouwelijk waren en dat anale seks onder hen zelden voorkwam. Nu is het omgekeerd. Weer een voorbeeld hoe ideeën over homo-zijn in een eeuw grondig veranderden.

Meer acceptatie voor transgenders, interseksuelen en gendervariatie, graag! Maar ik betwijfel of de homobeweging de aangewezen plaats voor trans- en interseksueel activisme is.

Zei Maxim Februari, ook een Mosse-spreker, niet in de NRC: “Trans-zijn is een kwestie van identiteit. Niet van seksualiteit.” Velen denken er net zo over, alsof seks vreemd is aan transen. Is niet het doel van de homobeweging seksueel burgerschap, dus acceptatie van vrijheid van spreken, praktijken en relaties voor allen die zich als homo en lesbo profileren? Liever solidariteit met groepen als feministen, transen, interseksuelen dan met de mond inclusiviteit en diversiteit belijden en hun seksueel burgerschap negeren.


(Wordt vervolgd)


De (meeste) illustraties bij dit artikel zijn vervaardigd door Mattias Duyves voor de powerpoint-presentatie die Gert Hekma’s lezing begeleidde.
 



 









Rubrieken:


















Meer uit Algemeen
Meer uit nummer 315
Meer van Gert Hekma





Ebab - locatie Prinsenstraat


Ebab, Enjoy Bed And Breakfast

meer info |visit


RoB


Leather, Rubber & Twisted gear

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media