Back to Top
Donderdag 19 Oct
86002 users - nu online: 1602 people
86002 users - nu online: 1602 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Robert Mapplethorpe, de vormingsjaren van een artistiek perfectionist


door Rob Blauwhuis in Theater, Kunst & Expo , 04 augustus 2017


In de winter 2015-2016 organiseerde de Kunsthal te Rotterdam een omvangrijke expositie met werken van Keith Haring en deze zomer is daar plaats gemaakt voor een groots retrospectief van het leven en werk van Robert Mapplethorpe. Hoewel Mapplethorpe en Haring in leeftijd zo’n twaalf jaar van elkaar verschilden en hun artistieke beeldtaal mijlenver uiteenligt, zijn er toch ook opvallende overeenkomsten tussen de loopbanen van beide kunstenaars.

Robert Mapplethorpe, Two Men Dancing, 1984 Beiden waren namelijk in de jaren zeventig en tachtig actief in New York, waar de Stonewall-rellen, zeker aanvankelijk, nog vers in het geheugen lagen en de homobevrijdingsactiviteiten ervoor zorg hadden gedragen dat een ongebreidelde seksualiteit hoogtij vierde in het nachtleven, waaraan beiden actief deelnamen. Ze schrokken er ook niet voor terug deze seksualiteit in hun werk een plaats te geven.

Kort nadat hij in 1978 van Pittsburgh in Pennsylvania naar New York was verhuisd om zijn kunststudie voort te zetten, maakte Haring een reeks cartoon-achtige Manhattan Penis Drawings for Ken Hicks (in 2016 in boekvorm uitgegeven door Nieves te Zürich). Deze missen het kleurrijke karakter van het werk waarmee hij korte tijd later wereldberoemd werd, maar titels als “Drawing Penises in Front of Tiffany’s,” en “Phallic Church Windows 5th Ave.” geven aan wat op dat moment de fantasie van de twintig-jarige kunstenaar volop in beslag nam. Mapplethorpe’s fascinatie voor het (forse) mannelijke geslachtsdeel heeft zowel tijdens zijn leven als na zijn overlijden voor soms grote maatschappelijke ophef gezorgd.

Robert Mapplethorpe, Self-Portrait, 1980Twee jaar voor Haring in Manhattan een fallisch paradijs ontwaarde had Mapplethorpe bijvoorbeeld al “Mark Stevens (Mr. 10½)” gefotografeerd. Hoewel de toevoeging voor de goede verstaander weinig te raden overlaat (10½ inches is bijna zevenentwintig centimeter) kan deze foto toch niet als een gedachteloos loflied op traditionele, viriele mannelijkheid worden beschouwd, maar heeft Mapplethorpe daar een zekere ironische draai aan gegeven, zoals Jonathan D. Katz in de begeleidende catalogus betoogt: “de grote penis van het model is geposeerd, als een beeldhouwwerk, op wat feitelijk een sokkel is; maar de fotograaf herschrijft dit schijnbaar hyperfallische script door Stevens in leren chaps te kleden en hem op zo’n manier over de sokkel te laten buigen dat een erotische tendens naar seksuele passiviteit wordt geïmpliceerd.

Door dit te doen wordt elke ingeburgerde gelijkstelling tussen penisgrootte en mannelijke dominantie in twijfel getrokken, zelfs als de penis zelf standhoudt als een object van autonome identiteit.”

Robert Mapplethorpe, Patti Smith, 1978Zowel Mapplethorpe als Haring behoren ook tot de talloze slachtoffers van de aids-epidemie. Minder dan een jaar voor zijn eigen overlijden schreef Keith Haring op 12 maart 1989 tijdens een verblijf in Marrakesh in zijn dagboek: “Terwijl ik gisteren door de bergen reed dacht en dagdroomde ik voor me heen en was benieuwd naar Robert Mapplethorpe. Ik stelde me voor erachter te komen hoe hij gestorven was. Ik denk dat ik me voorstelde het in een krant te lezen. En ik verwonderde me - of ik stelde me voor - over zijn begrafenis dat zijn doodkist door zes grote gespierde zwarte mannen werd gedragen en toen dacht ik nee, misschien wordt hij niet begraven - hij wordt gecremeerd. Vanavond opende ik de Herald Tribune en las zijn in memoriam. Het lijkt erop dat elke keer dat iemand die ik ken overlijdt, ik het weet of het onderbewust voel terwijl het gebeurt.”

Of Haring het werkelijk heeft voorvoeld of dat hij toch iets had opgevangen blijft zijn geheim, maar Mapplethorpe was inderdaad op 9 maart 1989 overleden en werd werkelijk gecremeerd. Zijn as werd bijgezet in zijn moeder’s graf op St. John’s Cemetery in Queens, New York.

Avonturen in Manhattan

Robert Mapplethorpe, Self-Portrait, 1975Mapplethorpe was tweeënveertig jaar eerder, op 4 november 1946, geboren in de middenklassewijk Floral Park in het stadsdeel Queens van New York City in een gelovig katholiek gezin. Vooral zijn vader was er veel aan gelegen dat zijn jongens zich tot echte mannen zouden ontwikkelen en dat zorgde natuurlijk voor de nodige problemen met Robert.

In een interview zei Mapplethorpe later over zijn jeugd: “Ik kom uit voorstedelijk Amerika. Het was een erg veilige omgeving en het was een goede plek om vandaan te komen in zoverre dat het een goede plek was om te verlaten.” Hij nam deze stap in 1967 toen hij ging samenwonen met dichteres en zangeres Patti Smith, die jarenlang zijn muse was en met wie hij zijn hele leven bevriend bleef. Om zijn vader tevreden te stellen schonk Mapplethorpe haar zelfs een ring en vertelde hij dat ze in Californië waren getrouwd, maar hij was ondertussen bezig zijn homoseksualiteit te exploreren, waarmee hij hevig worstelde.

Al in 1963 had hij de half-legale sekswinkeltjes in de omgeving van Times Square ontdekt, waar hij op een gegeven ogenblik een homopornografisch tijdschrift zag. Nu was “pornografie” in de jaren zestig zeker niet zo expliciet als die later in de eeuw zou worden, maar het tijdschrift was toch in cellofaan verpakt en het geslachtsdeel van het cover-model was bovendien ook nog door zwart plakband onzichtbaar gemaakt. Omdat hij nog geen achttien was, kon Robert het tijdschrift niet kopen, maar hij was buitenmate gefascineerd geraakt: “[De tijdschriften] waren allemaal verpakt, wat ze op de een of andere manier nog sexier maakte, omdat je ze niet kon inkijken.

Een joch krijgt een bepaald soort reactie, die je natuurlijk nadat je aan alles bent blootgesteld niet krijgt. Ik kreeg dat gevoel in mijn maag, het is niet direct seksueel, het is iets dat machtiger is dan dat. Ik dacht dat als ik op de een of andere manier dat element in kunst kon onderbrengen, als ik dat gevoel op de een of andere manier kon vasthouden, ik iets zou doen dat uniek van mezelf was,” vertelde hij later. Als tiener wilde hij echter eerst zijn nieuwsgierigheid bevredigen en toen hij op een gegeven ogenblik een blinde kioskhouder ontdekte, pikte hij een tijdschrift.

Robert Mapplethorpe, Joe, NYC, 1978Nadat hij het cellofaan en het kleefband had verwijderd, raakte hij zo opgewonden door wat hij zag, dat hij enkele dagen later terugkeerde om nog een tijdschrift te jatten. De blinde verkoper had ondertussen echter twee vrienden gevraagd potentiële winkeldieven in het oog te houden en toen Robert met het tijdschrift wilde verdwijnen grepen ze hem vast en riepen: “Roep de politie!” Robert zag kans zich los te rukken en te vluchten, maar hij was zo bevreesd voor de reactie van zijn vader als de politie hem zou vertellen dat zijn zoon wegens het stelen van homoseksuele pornografie was gearresteerd, dat hij zichzelf bezwoer, aldus biografe Patricia Morrisroe, “zijn flirt met homoseksualiteit te beëindigen.”

Foto’s als kunst

Van dit goede voornemen kwam natuurlijk niets terecht. Een paar jaar later experimenteerde de jonge kunstenaar onder andere met collages en daarin begon hij op een gegeven ogenblik ook foto’s uit homo-erotische tijdschriften te verwerken. In 1970 schafte hij zich een Polaroid-camera aan en maakte daarmee foto’s, soms van een homo-erotisch karakter, die ook een plaats in zijn collages kregen omdat hij het gevoel had dat “het eerlijker was.” Al snel realiseerde hij zich echter dat (Polaroid)-foto’s ook als zelfstandig medium artistiek bevredigend konden zijn en daarmee nam de carrière die hem uiteindelijk wereldroem zou bezorgen een aanvang.

Toen Mapplethorpe serieus begon zich op fotografie toe te leggen, werd dit medium nog maar door een enkeling als werkelijk een uitingsvorm van de schone kunsten beschouwd. Er was slechts een zeer beperkt aantal kunstgalerieën dat zich in fotografie specialiseerde en het soms expliciete karakter van Mapplethorpe’s werk maakte het voor diverse galeriehouders uiterst problematisch zich daarmee in te laten, ook als ze het waardeerden en zeker als ze er ook subjectief in waren geïnteresseerd, zoals Patti Smith vertelde: “Verschillende van hen zeiden me: ‘Ik vind dat het werk werkelijk interessant is, maar hoe kan ik het tentoonstellen zonder een statement te maken over wie ik ben?’”

In 1973 durfde de Light Gallery te New York het uiteindelijk aan een tentoonstelling van Mapplethorpe’s Polaroids te organiseren. Bij deze gelegenheid werd ook duidelijk dat Mapplethorpe niet alleen artistiek naar perfectie streefde, maar dat hij er ook niet voor terugschrok zich uit commerciële motieven provocerend in de schijnwerper te stellen. Hij hield de galeriehouder voor dat een tentoonstelling niet begint als iemand de galerie binnenkomt, maar op het moment dat de uitnodiging wordt opengemaakt. Als mensen de uitnodiging voor deze expositie openmaakten zagen ze een naakt zelfportret van Mapplethorpe die een camera vasthoudt, waarbij zijn penis door een opgeplakte stip is bedekt.

Robert Mapplethorpe, Ken Moody and Robert Sherman,’1984 Twee jaar na deze expositie stapte Mapplethorpe over op een Hasselblad-camera en begonnen de werken te ontaan die hem binnen korte tijd wereldberoemd zouden maken. Omdat de boeken waarin Mapplethorpe’s werk werd uitgegeven vaak thematisch waren samengesteld hebben sommigen de indruk dat zijn oeuvre in periodes ingedeeld kan worden. Uit een portfolio dat in 1978 verscheen in het Parijse tijdschrift Creatis: La Photography au Present blijkt dat toen al “het gehele toekomstige spectrum van Mapplethorpe’s loopbaan op z’n plaats is, technisch, esthetisch, en inhoudelijk met leer, bloemen, portretten en zwarten,” zoals voormalig Drummer-redacteur Jack Fritscher vaststelde in Robert Mapplethorpe: Assault With a Deadly Camera (1994).

Nederlandse erkenning

Niet alleen in Frankrijk had Mapplethorpe al vroeg supporters. Een jaar nadat hij in een Parijse galerie zijn Europese debuut had gemaakt, vond op 5 mei 1979 bij Galerie Jurka te Amsterdam de opening plaats van zijn tweede Europese tentoonstelling. Bij deze gelegenheid verscheen ook een fraai uitgegeven catalogus, met een inleiding door Rein von der Fuhr. Dit was de eerste keer dat Mapplethorpe’s werk in boekvorm bij een groter publiek onder de aandacht werd gebracht, want de catalogus was niet alleen in de galerie verkrijgbaar, maar ook bij de betere boekhandel.

Vanaf 11 januari 1980 was Mapplethorpe bij Rob Jurka terug. Op die datum werd de expositie Black Males geopend en ook ditmaal werd die begeleid door een (gelijknamige) catalogus, die een essay door Edmund White bevatte. White had toen nog niet zijn doorbraakroman A Boy’s Own Story gepubliceerd, maar hij had zich, zeker in de homowereld, al een behoorlijke faam verworven als mede-auteur van The Joy of Gay Sex (1977).

“Mapplethorpe’s carrière zou niet hetzelfde zijn geweest zonder Rob Jurka, die voor het eerst vele van zijn (nu) wereldbefaamde foto’s tentoonstelde, inclusief indrukwekkende portretten van minnaars, vrienden en samenwerkers zoals Sam Wagstaff, Patti Smith of Marcus Leatherdalde zij aan zijn met ruige afbeeldingen,” stelde een Franse handelaar onlangs vast.

Ongeveer een jaar voor zijn overlijden was Mapplethorpe met een expositie terug in Amsterdam, maar nu niet in een bescheiden, particuliere galerie, maar in het Stedelijk Museum. Na jarenlange afwezigheid wordt het werk van Mapplethorpe nu op de tentoonstelling Robert Mapplethorpe, een perfectionist in de Kunsthal voor het eerst in jaren weer op deze grote schaal in Nederland getoond. Ruim twee decennia na zijn dood leidt zijn werk nog altijd tot controverse en schuurt het tegen de grenzen van wat artistiek mogelijk is.

De tentoonstelling biedt een indrukwekkend overzicht van zijn carrière, vanaf de eerste werken eind jaren zestig tot zijn doorbraak in de kunstwereld in de jaren tachtig. De ruim tweehonderd foto’s en objecten schijnen een nieuw licht op zijn favoriete genres: portretten, zelfportretten, naakten en stillevens. De tentoonstelling focust op wat Mapplethorpe “perfectie in vorm” noemt, wat zowel tot uitdrukking komt in zijn fascinatie voor seksueel fetisjisme als in zijn bijna tastbare bloemblaadjes.

Robert Mapplethorpe, een perfectionist werd samengesteld door het Los Angeles County Museum of Art en het J. Paul Getty Museum in samenwerking met de Robert Mapplethorpe Foundation en de Kunsthal is verheugd om de bijzondere tentoonstelling als enige instelling in Europa te presenteren.


 Robert Mapplethorpe, een perfectionist is nog tot 27 augustus te bezoeken in de Kunsthal, Westzeedijk 341, 3015 AA Rotterdam. Open: dinsdag–zaterdag 10.00-17.00 uur, op zondag 11.00-17.00 uur. Zie voor meer informatie: www.kunsthal.nl.



  [foto credits]
Robert Mapplethorpe, ‘Self-Portrait,’ 1975 (© Jointly acquired by the Los Angeles County Museum of Art and the J. Paul Getty Trust. Partial gift of the Robert Mapplethorpe Foundation; partial purchase with funds provided by the J. Paul Getty Trust and the David Geffen Foundation)

  Robert Mapplethorpe, ‘Self-Portrait,’ 1980 (© Gift of the Robert Mapplethorpe Foundation to the Los Angeles County Museum of Art and to the J. Paul Getty Trust)

Robert Mapplethorpe, ‘Ken Moody and Robert Sherman,’ 1984 (© Jointly acquired by the Los Angeles County Museum of Art and the J. Paul Getty Trust. Partial gift of the Robert Mapplethorpe Foundation; partial purchase with funds provided by the J. Paul Getty Trust and the David Geffen Foundation)

Robert Mapplethorpe, ‘Joe, NYC,’ 1978 (© Gift of the Robert Mapplethorpe Foundation to the Los Angeles Museum of Art and to the J. Paul Getty Trust)

Robert Mapplethorpe, ‘Two Men Dancing,’ 1984 (© Promised Gift of the Robert Mapplethorpe Foundation to the J. Paul Getty Trust and the Los Angeles County Museum of Art)
  Robert Mapplethorpe, ‘Patti Smith,’ 1978 (© Jointly acquired by the Los Angeles County Museum of Art and the J. Paul Getty Trust. Partial gift of the Robert Mapplethorpe Foundation; partial purchase with funds provided by the J. Paul Getty Trust and the David Geffen Foundation)



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 314, 2017














Meer uit Theater, Kunst & Expo
Meer uit nummer 312
Meer van Rob Blauwhuis





HotSpot Bar


The bar with the 'campy' music videos

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media