Back to Top
Donderdag 21 Sep
85985 users - nu online: 1427 people
85985 users - nu online: 1427 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Een spraakmakende rechtszaak en nieuwe theorieŽn over gelijkgeslachtelijk gedrag

door Gert Hekma in Historie & Politiek , 18 januari 2017


Aan de vooravond van de eenwording van het Duitse Rijk volgde de bevolking van de Pruisische hoofdstad Berlijn aandachtig de verslagen van een ernstig zedenmisdrijf. Op een koude zondagmiddag in januari 1869 was de vijf-jarige Emil Hancke bij zijn makkers weggelokt en op een zolder verkracht en ernstig mishandeld. Twee jaar eerder was een andere jongen onder vergelijkbare omstandigheden vermoord, een in 1869 nog onopgeloste zaak.

Deze keer liet de Berlijnse politie er geen gras over groeien en binnen twee dagen had ze de vermoedelijke dader gearresteerd, een bekende “pederast”: de zevenenveertig-jarige Carl Ernst Wilhelm von Zastrow. De verdachte, zoon van een Pruisisch generaal, was een gepensioneerd officier die uit liefhebberij schilderde.

Zastrow werd verdacht van de verkrachting, niet van de eerdere moordzaak. Hijzelf bleef echter in zijn onschuld volharden. Zijn rechtszaak leverde een grote spraakverwarring op, omdat in de medische wetenschap, in de onderwereld van de verkeerde liefhebbers en in de juristerij de begripsvorming rond homoseksualiteit aan het schuiven was.

Duitsland bestond nog uit vele staten en staatjes die ieder hun eigen regeringsvorm en wetten kenden. Op “tegennatuurlijke ontucht” stonden in Pruisen en de meeste andere staten strenge straffen, maar weer niet in Beieren, het roomse rijk van de sprookjeskoning Lodewijk II.

 Karl Heinrich UlrichsSinds 1864 voerde de allereerste homoseksuele activist, Karl Heinrich Ulrichs, een eenzame strijd tegen de strafbaarstelling van homoseksueel gedrag. Hij meende dat het uranisme - zo noemde hij homoseksualiteit - niet tegennatuurlijk, maar natuurlijk was en niet strafbaar hoorde te zijn. Ulrichs had er zelfs een formule voor: anima muliebris in corpore virili inclusa, een vrouwenziel in een mannenlichaam. Voor hem was de urning, zoals hij homoseksuelen doopte, een mietje; de urninde, de lesbienne, een manwijf.

KertbenyUlrichs was niet de eerste die beweerde dat homoseksuele mannen iets vrouwelijks hadden, maar wel de eerste die er een theorie van maakte. Onder zijn mede-urningen vond zijn theorie weinig gehoor. Alleen de Hongaarse schrijver Kertbeny ondersteunde zijn pleidooi. Ook hij kwam met een nieuwe naam voor de mannenliefde: in 1869 lanceerde hij het woord “homosexual.”
   
Aan neologismen geen gebrek in die jaren: in 1869 speelde Geigel, hoogleraar geslachtsziektes, met de begrippen pedofilie en gynandromanie (de waan een vrouwman te zijn, een parodie op Ulrichs’ formule). In hetzelfde jaar introduceerde professor en psychiater Westphal de “conträre Sexualempfindung” (seksuele inversie) - dezelfde man die in 1871 in ander verband “agorafobie” op zijn naam bracht.
   
Onmiddellijk na de arrestatie van Zastrow rezen vragen over zijn toerekenbaarheid. Behalve zijn pederastie werden hem nog drie “storingen” aangerekend: allereerst zijn geloof in de genezende werking van muziek, verder zijn religieuze Schwärmerei (van huis uit protestants wilde hij katholiek, of joods, worden) en tenslotte het feit dat hij altijd zijn hele vermogen op zak had, terwijl hij met gespuis omging (Zastrow werd overigens nooit bestolen). Direct na het begin werd de rechtszaak derhalve verdaagd: eerst moesten de psychiaters in de gelegenheid worden gesteld hun onderzoek te verrichten.

Westphal Drie artsen van naam zouden deskundigen-verklaringen opstellen: Liman, Skrzeczka en de al genoemde Westphal.

Westphal was van mening dat de seksuele inversie, waaraan Zastrow leed, een pathologische toestand was, maar dat sloot toerekenbaarheid allerminst uit. De twee andere artsen sloten zich bij die opvatting aan. Ook de beklaagde beschouwde zichzelf niet als gestoord, integendeel, hij had kennis genomen van Ulrichs’ werk - ook bij een huiszoeking in zijn bibliotheek aangetroffen - en zag zijn mannenliefde als edel en natuurlijk. Daarover verschilde hij van mening met de Berlijnse politie die een register bijhield van alle bekende hoofdstedelijke pederasten, volgens de Berliner Gerichtszeitung zo’n drieduizend. Kennelijk was voor haar elke pederast een crimineel.

De officier van justitie had tegen Zastrow erg weinig bewijsmateriaal, dat bovendien tegenstrijdig was. Het slachtoffer en zijn broer, die de dader ook had gezien, herkenden Zastrow niet. Een vrouw die de beklaagde op het uur van het misdrijf bij de zolder gezien zou hebben, legde daarover verklaringen af die andere getuigen bestreden. De getuigenissen van buurtbewoners die hem ten tijde van het misdrijf in de buurt meenden te hebben ontmoet, stonden tegenover andere dat Zastrow zowel een uur vóór als na het misdrijf in de buurt van diens woonhuis was gezien. Een politie-agent werd opdracht gegeven de afstand tussen huis en plaats des onheils per koets af te leggen: het bleek ongeveer een half uur te zijn, maar in gestrekte draf.
   
Het belangrijkste bewijsmiddel werd tenslotte een wandelstok die op de plaats van het misdrijf was aangetroffen. Vingerafdrukken kon men nog niet opsporen, zodat aan een hele reeks getuigen werd gevraagd of zij de stok als die van Zastrow herkenden. De meesten beaamden dit, zij het niet allen. De wandelstok was er overigens een van dertien uit een dozijn, zodat ook dit bewijsmiddel zwak was.

Tenslotte werden achttien getuigen opgeroepen, die verklaarden dat Zastrow hun onzedelijk had benaderd, wat overigens allerminst een bewijs voor de verkrachting opleverde. Het lijken meest jongemannen uit de volksklasse te zijn geweest: een arbeider, een schoenmaker, een nachtwaker, een spoorwachter, een handelaar, een soldaat. Met slechts één van hen was het tot seksuele handelingen gekomen, de anderen hadden zijn voorstellen afgewezen. Het ging om affaires die geruime tijd eerder hadden plaatsgevonden, eenmaal dertien jaar tevoren. Zelfs aan deze jongemannen vroegen de rechters of ze Zastrow’s wandelstok herkenden; ze zaten erg verlegen om een bewijs.

De meute getuigen die kwam opdagen stond ongetwijfeld tegenover een omvangrijker gezelschap dat niet van zich liet horen en zich Zastrow’s avances had laten welgevallen. Uit de verklaringen blijkt dat de beklaagde tamelijk doortastend was en dat hij daarbij kennelijk geen gevaar liep: hij was niet eerder gearresteerd en had ook zelden klappen opgelopen. En dat terwijl hij niet wierf op ontmoetingsplaatsen van verkeerde liefhebbers, maar elders onder de ogenschijnlijk normale vertegenwoordigers van de Berlijnse arbeidersklasse. De pers spon deze zaak zo uit dat Zastrow een nieuw begrip werd voor homoseksueel verkrachter en in Berlijn het nieuwe werkwoord zastrieren rouleerde.

Ondanks de gedegen pleitrede van de advocaat van Zastrow, verklaarde de jury hem schuldig. De rechtbank veroordeelde hem tot vijftien jaren gevangenisstraf en zette hem uit de adelstand. Zastrow overleed in de gevangenis. Met de eenwording van het Duitse Rijk kwam de omineuze paragraaf 175 alsnog in de strafwet, waarmee de tegennatuurlijke ontucht een misdrijf werd (en een eeuw zou blijven).

Ulrichs verhuisde naar Württemberg, waar hertog Karel zich nog omringde met Amerikaanse schoonheden van het mannelijke geslacht en zich weinig gelegen liet liggen aan de nieuwe paragraaf. Maar de tijden veranderden en de adel was op haar retour: in 1886 pleegde Lodewijk II van Beieren zelfmoord, de regering van Württemberg zette Karel’s gelieven het land uit en weer later werd de Berlijnse hofadel ontwricht door een reeks homoseksuele schandalen. De westerse wereld was in de greep van een zedelijkheidsoffensief en Ulrichs trok verder naar het zuiden, naar Italië waar uranisme geen misdrijf was.

1869 was een Sternstunde in het gehakketak over homoseksualiteit. De zaak-Zastrow was een as waar alle elementen bij elkaar kwamen: populaire, medische, juridische en homoseksuele vooroordelen. In het land waar het gekissebis de volgende decennia het levendigst bleef doorgaan, strooiden artsen en homoseksuelen om strijd met neologismen.

Wij danken er termen aan als homoseksueel, pedofiel en seksuele inversie. Zastrieren is echter in geen enkel woordenboek doorgedrongen, wellicht omdat homoseksuelen met hun vrouwelijke zielen niet kunnen verkrachten?



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 313, 2017














Meer uit Historie & Politiek
Meer uit nummer 305
Meer van Gert Hekma





Gays&Gadgets


Gay Shopping for anything gay

meer info |visit


Amsterdam Pride


Amsterdam Gay Pride

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media