Back to Top
Dinsdag 25 Jul
85938 users - nu online: 1490 people

Printervriendelijke Pagina  
Het tragisch korte leven van Sal Mineo, Hollywood’s mediterrane tienergod

door Rob Blauwhuis in Films & boeken , 25 december 2016


Wie zich tijdens de donkere winteravonden in de thuisbioscoop wil verpozen met een film waarin gelijkgeslachtelijke belevenissen centraal staan kan online en op blue-ray of dvd bij een grote verscheidenheid aan producties in een veelheid aan genres terecht.

James Dean & Sal MineoZeker sinds Ang Lee’s blockbuster Brokeback Mountain op verschillende fronten grote triomfen vierde is homoseksualiteit zelfs in Hollywood geen probleem meer, hoewel velen dit cowboy-drama beschouwen als een film voor “heteroseksuelen die gelukkig zijn met een bekrompen begrip van wat een homoseksueel leven vertegenwoordigt, namelijk een ongelukkige, eenzame man die moet sterven,” zoals een criticus in 2007 stelde.

Vele decennia lang behoorde zelfs dit “bekrompen begrip” in Hollywood amper tot de mogelijkheden, want sinds de invoering van de Motion Picture Production Code in 1930 en vooral de strikte naleving daarvan vanaf 1934 was onder andere elke verwijzing naar “seksperversie,” waaronder zeker ook homoseksualiteit viel, verboden, ongeacht de wijze waarop die werd behandeld.

Ondanks dit doodzwijgen van hun dagelijkse ervaringen, dat in meerdere of mindere mate ook de internationale filmproductie kenmerkte, al was het maar om de verspreiding van een productie onbelemmerd zo groot mogelijk te maken, waren sommige bioscopen in vooral grotere steden voor homo’s een geliefde vrijetijdsbestemming. In de donkere zalen konden ze namelijk contacten leggen - “met de knie, dat was de eenvoudigste manier,” zoals een betrokkene Scott McKinnon vertelde voor diens recent verschenen Gay Men at the Movies: Cinema, Memory and the History of a Gay Male Community - en soms zelfs seks hebben.

Bovendien konden opmerkzame toeschouwers met de nodige fantasie op het witte doek toch zeer verborgen, meestal ook anderszins te duiden verwijzingen naar homoseksualiteit ontdekken. Zo figureerden in sommige films verwijfde maar verder seksloze mannen, die aan het toenmalige, wijdverspreide cliché van de flamboyante nicht appelleerden, en anderzijds waren sommige innige mannenvriendschappen bepaald meerduidig voor kijkers die er een erotische ondertoon in wilden ontdekken.

Sal Mineo, James Dean & Natalie Wood in ‘Rebel Without a Cause,’ 1955Hoewel de Motion Picture Production Code tot 1968 van kracht bleef, was de invloed ervan in de jaren daarvoor al steeds verder afgenomen. Al in de jaren vijftig vormden bijvoorbeeld de films waarin opstandige jongeren centraal stonden een bron van irritatie en bezorgdheid. “Sterren zoals [James] Dean en [Montgomery] Clift en [Marlon] Brando waren sexy op een manier, uitdagend en verleidelijk, die tot dan toe min of meer aan vrouwen voorbehouden was geweest,” zoals een filmhistoricus dit ooit samenvatte.

Dat deze jonge mannen emotioneel gevoelig en seksueel beschikbaar leken te zijn, zorgde voor een morele paniek bij vele ouderen, die zich zorgen maakten over de invloed die deze karakterisering in het dagelijks leven op hun jeugd zou hebben.

Daarbij kwam dat iemand als James Dean seksueel een zeer ambigue uitstraling had, die nog werd versterkt door bijvoorbeeld de relatie die hij als Jim in Rebel Without a Cause uit 1955 heeft met de jonge Plato (Sal Mineo), een onpopulaire en eenzame jongen die zich onmiddellijk voelt aangetrokken tot de nieuwe jongen op school, Jim. Deze aantrekkingskracht is echter niet eenduidig: “Plato’s onschuldige liefdesblikken naar Jim kunnen worden geïnterpreteerd als een teken van een jongen op zoek naar een vader; een jongen op zoek naar een minnaar; of een soort Freudiaans mengsel van de twee. Jim’s liefdevolle en tedere reactie op Plato is gelijkerwijze complex. Tegen het eind van de film is Plato dood en Jim blijft achter in de veilig heteroseksuele armen van zijn vriendin,” aldus Scott McKinnon.

Hoe de toen zeventien-jarige Sal Mineo zijn rol als Plato toentertijd zelf interpreteerde zal voor altijd in nevelen blijven gehuld. Later in zijn leven kwam hij echter uit de kast. Het tragische is dat zijn leven op een bepaalde manier aan een filmscript uit Hollywood ontleend lijkt te zijn, want ook hij stierf - net als Plato, die door de politie wordt doodgeschoten, en vele dencennia later Jack (Jake Gyllenhaal) in Brokeback Mountain, die door potenrammers wordt omgebracht - een gewelddadige dood, nu veertig jaar geleden.

Op 13 februari 1976 kopte de Amerikaanse Daily News “Sal Mineo doodgestoken in Hollywood,” terwijl The New York Times “Zoek een Blonde Man in Mineo Moord” boven de berichtgeving over de dood van de filmster plaatste. Sal Mineo was op dat moment zevenendertig jaar.


Straatjongen

Toen Mineo Rebel Without a Cause maakte, had hij al een aanzienlijke carrière achter zich. Sal Mineo werd op 10 januari 1939 geboren als derde zoon van Italiaanse emigranten. Hij werd genoemd naar zijn vader, die zijn brood verdiende als maker van doodskisten. Het gezin Mineo woonde in East Harlem in New York, een multiculturele wijk die gedomineerd werd door Italianen en Puertoricanen.

In 1948 konden de Mineo’s zich een eigen huis veroorloven in East 217th Street in de Bronx. Deze buurt zou Mineo’s karakter bepalen, zoals H. Paul Jeffers stelde in zijn biografie Sal Mineo: His Life, Murder, and Mystery (2000): “Hollywood had de jongen jaren geleden uit de Bronx gehaald, maar het was onmogelijk de Bronx uit Sal Mineo te halen.”

Zoals veel kinderen die naar een nieuwe buurt verhuizen had Sal aanvankelijk enige moeite aansluiting te vinden bij de geboren en getogen Bronx-jongetjes. Hij werd echter in de groep opgenomen toen bleek dat hij een hele sigaar kon roken zonder in hoesten en kotsen uit te barsten, zoals de anderen deden. Sal sloot zich aan bij een groep straatjongens, wat uiteindelijk leidde tot zijn verwijdering van de nonnenschool. Hij raakte verwikkeld in gevechten, waarvan er één een gebroken neus opleverde, en deed mee aan kleine diefstallen, waarvan de jongens de buit verborgen in vader Mineo’s lijkkisten.

Voor hij van school werd gestuurd had Sal hier kennis gemaakt met wat voor de rest van zijn leven zijn roeping zou zijn: acteren. De nonnen hadden hem voor een schooluitvoering namelijk gecast als Jezus, een rol die hij met verve vervulde. “Jaren later zei hij dat het een heilig moment van openbaring was geweest, dat hij geboren was om acteur te worden, en meer dan dat, een ster,” meldde Jeffers met de geëigende beeldspraak.

Voordat hij helemaal op het slechte pad geraakte, zoals veel van zijn kameraden overkwam, werd hij “gered” door een dansleraar. Met fraaie verhalen over de aanzienlijke sommen geld die te verdienen waren in het theater en op het nieuwe medium televisie, kreeg deze man Sal’s moeder - overigens na aandringen van Sal zelf - zover dat Sal danslessen mocht volgen. De jongen genoot van de lessen en hij bleek bovendien talent te hebben. Maar ook bleek al spoedig dat de leraar totaal geen connecties had in de wereld van het theater en de televisie.

Nu Sal had bewezen zijn lessen serieus te nemen, schreef zijn moeder hem in bij een school waarvan bekend was dat studenten soms op televisie verschenen. Al spoedig was Sal één van hen. Zoals te verwachten was leverde hem dit de afgunst en de afkeer van zijn voormalige vriendjes op, die hem al spoedig voor “mietje” uitmaakten.


Debuut op Broadway

In 1950 werd Sal ontdekt door een producer van Broadway, die bezig was met het op de planken brengen van Tennessee Williams’ The Rose Tattoo. Met het uitspreken van de regel “The goat is in the yard” begon de carrière van de toen elfjarige Mineo met een honorarium van vijfenzestig dollar per week. Dit hield echter ook in dat hij voor het eerst van zijn leven alleen op reis moest, aangezien de tryouts in Chicago plaatsvonden.

Het vertrek uit New York greep hem zo aan dat hij in de trein in huilen uitbarsste. Tennessee Williams, van wie bekend is dat hij niet vies was van Italiaanse mannen, al moesten die wel wat ouder zijn dan de jonge Sal, trad als troostende engel op en nam het knulletje op schoot.

Toen The Rose Tattoo eenmaal op Broadway liep moest Sal dagelijks met de metro van de Bronx naar Times Square. Dit ritje bleek niet zonder risico’s. Hij arriveerde vaak met gescheurde kleren en een bloedneus in het theater. “Ik voelde me als een opgejaard dier,” vertelde hij in 1959 een verslaggever van de Saturday Evening Post, die daaraan toevoegde: “Met zijn delicate gelaatstrekken en sensuele lippen en een make-upkoffertje in zijn hand geklemd was hij een natuurlijk slachtoffer voor de gangs van de Bronx.” Aangezien Sal zelf maar net aan het gang-leven was ontsnapt kon hij deze jongens vaak wel aan. Hij wist echter veel minder raad met de mannen die uit geheel andere motieven achter hem aan zaten. De ontdekking dat er mannen waren die seks met een jongen zochten kwam als een ware schok voor hem. Door de aanschaf van een zeer realistisch speelgoedpistool wist hij zich deze lustzoekers van het lijf te houden.

Hij liet zich er door deze toestanden echter niet van weerhouden opnieuw zijn geluk in het theater te beproeven nadat het doek voor The Rose Tattoo was gevallen. Al spoedig had hij een nieuwe rol en daarna werd hij reserve voor de rol van de kroonprins in The King and I, waarmee Yul Brynner triomfen vierde. Na een jaar kwam het moment dat Sal daadwerkelijk voor deze rol op de planken geroepen werd. Toen The King and I in 1954 na 1246 opvoeringen werd gestaakt, had Mineo de rol van kroonprins bijna negenhonderd maal gespeeld. De weg naar iets groters lag voor hem open.

Aanvankelijk vond hij dat in televisieshows. Op 5 mei 1952 was hij voor het eerst op de treurbuis te zien in het toneelstuk A Woman for the Ages. Pas achttien maanden later kon de kijker hem opnieuw bewonderen, nu in het door Yul Brynner geregisseerde The Capital of the World, waarin hij naast Anne Bancroft en de toen nog jonge, latere “lach-of-ik-schiet-acteur” Leslie Nielsen speelde. Mineo speelde in The Capital of the World een jonge matador en ter voorbereiding op zijn rol moest hij niet alleen leren stierenvechten, maar zich er ook aan gewennen zich gracieus te bewegen in het strakzittende matadorspak.


Naar Hollywood

Deze en volgende tv-optredens bleven niet onopgemerkt in Hollywood. In 1954 werd hij vanuit Tinseltown benaderd om auditie te doen voor een rol in Six Bridges to Cross, waarin een spectaculaire overval die in 1950 in Boston had plaatsgevonden op het witte doek zou worden gebracht. Tony Curtis speelde hierin de hoofdrol, maar er moest ook iemand gevonden worden die de crimineel in zijn jeugdjaren zou vertolken. Dat werd Mineo. De opnames vonden plaats in Boston, maar om een aantal problemen met de geluidsband op te lossen moest hij vervolgens afreizen naar Hollywood. Toen Mineo eenmaal in Californië was gearriveerd, maakte hij geen enkele haast terug te keren naar de Bronx. Zeker niet toen hij hoorde dat er een jongen werd gezocht om naast Charlton Heston een hoofdrol te spelen in The Private War of Major Benson. De vijftienjarige acteur werd geselecteerd voor de rol van cadet-kolonel Sylvester Dusik.

Na de opnames van deze film was Mineo eigenlijk van plan naar moeder’s pappot terug te keren. Dat wil zeggen, totdat hij vernam dat Warner Bros. Studios jeugdige acteurs zocht voor een film over jeugdcriminaliteit, een thema dat in de jaren vijftig, onder meer door de opkomst van rock ’n’ roll, veel aandacht kreeg. Sal auditeerde voor de rol van Plato, die hem blijvende roem zou opleveren. De held van de film, Jim Stark, zou worden gespeeld door James Dean. De regisseur van wat Rebel Without a Cause zou worden was Nicholas Ray, die met de nodige twijfel Mineo voor de rol selecteerde. Mineo en Dean konden het uitstekend met elkaar vinden en daarmee was één van de tot op de dag van vandaag voortlevende roddellegendes van Hollywood geboren.

James Dean & Sal Mineo In het roddelcircuit gonsde het namelijk al spoedig van geruchten over een verhouding tussen Mineo en Dean. In een interview dat Jeffers in 1973 met Mineo had, vertelde die over deze verhalen: “Als ik toentertijd had begrepen dat een gozer verliefd kon zijn op een andere, dan zou het zijn gebeurd. Maar ik realiseerde me dat pas een paar jaar later en toen was het te laat voor Jimmy en mij.” Het verlangen dat uit Mineo’s legendarisch mooie, bruine ogen spreekt als hij blikken op Dean werpt lijkt desondanks onmiskenbaar.

Rebel Without a Cause ging vier dagen na Dean’s tragische dood op vierentwintig-jarige leeftijd in première. Met drie films in een jaar had Mineo zijn niet te negeren intrede in de wereld van Hollywood gedaan. Dit werd nog versterkt toen in het voorjaar van 1956 bleek dat hij voor de rol Plato was genomineerd voor een Oscar voor de beste bijrol. De Oscar ging uiteindelijk naar Jack Lemmon, maar alleen al de nominatie was een geweldige opsteker voor Mineo’s carrière; hij zag zijn naam nu groot verschijnen op aanplakbiljetten voor films waarin hij maar een kleine rol had gespeeld.

Tussen 1954 en de herfst van 1956 was Mineo bij maar liefst zeven films betrokken, maar hij werd langzaam maar zeker te oud om tieners te blijven spelen. Hollywood heeft bovendien ook een geschiedenis van nieuw, nieuwer, nieuwst, en zeker rond het midden van de jaren zestig was Mineo oud nieuws geworden, waardoor zijn ster langzaam achter de Hollywood-horizon verdween.

In 1964 werd hij echter benaderd door Joseph Cates, die bezig was met een in zwart-wit te draaien low-budget productie over het discoleven in swinging sixties’ New York, Who Killed Teddy Bear? In deze film kreeg Mineo alle kansen om zijn aantrekkelijke fysiek op allerlei manieren te laten zien en daardoor werd hij de eerste filmster die op het witte doek in een strakzittende slip verscheen (tot dan toe droegen heren altijd boxershorts als ze in ondergoed verschenen). De ongebreidelde erotiek die Mineo in Who Killed Teddy Bear? uitstraalde, deed zijn carrière geen goed. Het zou vier jaar duren voor hij opnieuw in een film meespeelde. Omdat de rollen uit Hollywood op zich lieten wachten, keerde Mineo terug naar de televisie en het theater.


Gevangenisseks op de bühne

In 1969 verwierf hij de uitvoeringsrechten voor het toneelstuk Fortune and Men’s Eyes, dat in een jeugdgevangenis speelt en het onderlinge (seksuele) geweld in dit soort instellingen centraal stelt. Het stuk is mede geïnspireerd door eigen ervaringen van auteur John Herbert, die in 1947 enige maanden in een jongenstuchthuis doorbracht nadat hij op straat in travestie was gearresteerd. Aanvankelijk wilde Mineo uitsluitend als regisseur optreden, maar hij werd door de producenten overgehaald zelf ook op de planken te verschijnen. De hoofdrol werd gespeeld door een zeer jonge Don Johnson. Na een bezoek aan de voorstelling schreef Christopher Isherwood op 24 januari 1969 in zijn dagboek: “Het [stuk] is verschrikkelijk dwaas en wollig en goed bedoeld. Een leuke blonde jongen van  negentien (Don Johnson) wordt, tegen enkele tralies gedrukt, door een gevangenis-bullebak (Sal Mineo) geneukt, kijkend naar het publiek. Zijn jockey shorts worden naar beneden getrokken en de bullebak geeft voor van achteren bij hem binnen te dringen.

Hij trekt scheve gezichten en schreeuwt. Ik veronderstel dat dit een mijlpaal op de weg naar vrijheid is. Maar wat schitterend zou het zijn als we werkelijk neukbeurten hebben geëxploreerd en kunnen voortgaan met de postorgastische momenten.” Hoewel hij het stuk “verschrikkelijk dwaas” vond, ging Isherwood Fortune and Men’s Eyes ruim vier maanden later nogmaals zien omdat hij nieuwsgierig was naar wijzigingen die in de enscenering waren aangebracht. Hierover meldde hij in zijn dagboek: “In de verkrachtingsscène trekt Sal Mineo al zijn kleren uit voor hij de doucheruimte ingaat en laat zijn pik zien; en dan in de doucheruimte trekt hij Don Johnson’s slip uit en zie je ook diens pik.” Hoewel Isherwood het stuk nog steeds “hysterisch dwaas” vindt, constateerde hij ook dat “Sal Mineo er nog steeds behoorlijk goed uitziet zonder kleren.”

Het regiedebuut van Mineo werd in Los Angeles gematigd positief ontvangen, maar toen hij het stuk later ook in New York op de planken bracht, kreeg het een vernietigende kritiek in The New York Times. Desondanks was Fortune and Men’s Eyes redelijk succesvol in New York. Hierna kabbelde Mineo’s carrière voort tussen het theater en de televisie. In 1976 nam hij de rol van Vito aan in het toneelstuk P.S. Your Cat is Dead. Vito is een biseksuele inbreker die op een gegeven ogenblik gesnapt wordt door Jimmy, die regelmatig het slachtoffer van zijn criminele escapades is geweest. De rollen worden dan omgedraaid in een soort sadomasochistische wraakactie. Vito wordt half ontkleed en vastgebonden aan het aanrecht, waarna hij Jimmy zijn levensverhaal moet doen. Het toneelstuk was een regelrecht succes bij de kritiek en het publiek en Mineo verklaarde in een interview dat zijn “zigeunerdagen” nu voorbij waren.


Doodgestoken

Voordat Mineo met P.S. Your Cat is Dead zijn opwachting in Los Angeles kon maken, werd hij op de avond van 12 februari 1976 met een messteek omgebracht in een steegje naast zijn huis. Geruchten die Mineo al zijn hele leven hadden achtervolgd, kregen nu volop de ruimte. Zo wierp de constatering van injectiegaatjes de vraag op of hij niet alleen recreatief wel eens marihuana en LSD had gebruikt, maar of hij verslaafd was aan cocaïne of heroïne. Het onderzoek dat zich op dit drugsaspect richtte liep echter op niets uit.

Een andere richting die het politie-onderzoek nam was die van de “fag murder.” De foto’s van naakte mannen aan de slaapkamermuur, de pornotijdschriften en de kasten vol zwartleren kleding maakten de politie meteen duidelijk wat Mineo’s seksuele voorkeur was geweest.

De pers stortte zich hier gretig op, vooral omdat acht jaar eerder de ster van de stomme film Ramon Novarro, wiens carrière zekere overeenkomsten met die van Mineo vertoonde, door een paar jongenshoeren was vermoord. Het feit dat de politie zich vooral op deze homo-invalshoek richtte en veel minder uitging van een ordinaire, uit de hand gelopen overval, zou de oplossing van deze zaak wel eens fiks vertraagd kunnen hebben. In ieder geval werd in 1978 Lionel Williams voor het gerecht gebracht en veroordeeld, hoewel zelfs nu, veertig jaar later, velen nog serieuze twijfels hebben of hij werkelijk de dader was. Een andere verdachte heeft zich echter nooit voorgedaan.
 



 









Rubrieken:










Fantasy Pride
9 september @ Phantasia Land











Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 304
Meer van Rob Blauwhuis





A. van Ostade Bed & Breakfast


Rooms with all the comfort you may need.

meer info |visit


Mister B


Leather, rubber, tattoo & piercing

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren