Back to Top
Woensdag 23 Aug
85954 users - nu online: 1479 people
85954 users - nu online: 1479 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
IDFA belicht seksuele diversiteit met uitzonderlijke documentaires

door Redaktie in Films & boeken , 10 november 2016


Van 16 tot en met 27 november zijn op verschillende locaties in Amsterdam ruim driehonderd documentaires te zien in het kader van het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Dit evenement biedt al bijna dertig jaar een inspirerend programma met spannende, ontroerende, intrigerende, onthutsende, ongelofelijke en bizarre verhalen uit het echte leven, die laten zien dat er meer dan één werkelijkheid is.

IDFA werd in 1988 opgericht om de documentairecultuur nationaal en internationaal te stimuleren. Tijdens IDFA staat de creatieve documentaire centraal, die binnen het domein van de kunsten valt. De documentairemaker is dus een kunstenaar - géén journalist. Waar de journalist met zijn reportages de werkelijkheid zo objectief mogelijk probeert te presenteren, volgt de kunstenaar zijn eigen idee. Op de creatieve documentaire zijn de wetten van de journalistiek dan ook niet van toepassing; de documentaire kent eigen kwaliteitseisen.

Voor het Amsterdamse festival is de maatschappelijke relevantie van een documentaire van groot belang. Het wekt dan ook geen verwondering dat IDFA enkele jaren geleden een Gay Day in het leven riep. Die is ondertussen omgedoopt tot Queer Day, omdat “queer” in het hedendaagse (Engelstalige) gebruik een veelomvattender betekenis heeft gekregen en daardoor vaak als synoniem wordt gebruikt voor de letterreeks waarmee homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders, et cetera, als groep worden aangeduid. De programmering bestaat ditmaal uit vijf recente documentaires over “queer”-gerelateerde onderwerpen met aansluitend en tussendoor een aantal korte debatten en nagesprekken met filmmakers en experts.

De diversiteit van de “queer” gemeenschap komt duidelijk naar voren in documentaires over leven en werk van Robert Mapplethorpe; de ervaringen van een Israëlische homo in Londen bij wie hiv wordt gediagnosticeerd; de belevenissen van een groep gekleurde jongeren in New York, die een uitweg vinden in de vogueing-subcultuur; de strijd van een groep homo- en trans-jongeren in Washington die een gang vormen om de pesterijen waaraan ze op straat zijn uitgeleverd het hoofd te bieden, en Jonny von Wallström’s The Pearl of Africa (Zweden), het verhaal van een transgender vrouw in het tranfobe Oeganda. De eerste vier belichten we hieronder nader.


Mapplethorpe’s erotische universum


De titel van Mapplethorpe: Look at the Pictures is ontleend aan een verontwaardigde uitroep van de aartsconservatieve senator Jesse Helms, die in 1989, enkele maanden na het overlijden van de controversiële fotograaf, in de Amerikaanse senaat hevig tekeerging tegen overheidssubsidie voor een expositie van foto’s van Mapplethorpe, “een beruchte homoseksueel die aan aids stierf,” wiens oeuvre ook expliciete afbeeldingen van seks en S&M omvat. De film begint met de uitval van Helms, die leidde tot sluiting van een Mapplethorpe-tentoonstelling in Washington en meer in het algemeen jarenlang een ver strekkende invloed heeft uitgeoefend op het cultuurbeleid van de Verenigde Staten.

Kijken naar de foto’s, dat is precies wat de makers van de documentaire doen, maar waar Helms vooral doelde op de inhoud - de naakte huid, de geslachtsdelen, de gedurfde plaatsing van een rijzweep of een vuist - nemen zij de foto’s als uitgangspunt voor een invoelend biografisch portret, waarin ze worden geplaatst in de context van zijn leven en artistieke visie. Mapplethorpe: Look at the Pictures biedt een onverbloemd verslag van Mapplethorpe’s leven vanaf zijn kinderjaren in een grote, katholieke familie in Queens, New York, tot zijn overlijden op tweeënveertig-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids in 1989.

De cineasten konden hierbij terugvallen op een reeks herontdekte interviews waarin hij met niets ontziende eerlijkheid over zijn passies praat. Daarnaast interviewden ze tientallen familieleden, vrienden, kompanen, modellen en minnaars, onder wie Jack Fritscher, de voormalige redacteur van het leer-tijdschrift Drummer, die van 1977 tot 1980 met Mapplethorpe gelieerd was, seks-icoon Peter Berlin, Warhol-intimus Bob Colacello, biografe Patricia Morrisroe, zangeres Debbie Harry en actrices Fran Lebowitz en Brooke Shields.

Pornografie-fotograaf

Mapplethorpe studeerde kunst aan het Pratt Institute in Brooklyn, maar stopte daar in 1969 voortijdig mee. In de tweede helft van de jaren zestig werd fotografie nog meer als een ambacht beschouwd dan als kunst. In de film merkt Philip Gefter, de auteur van de biografische studie Wagstaff: Before and After Mapplethorpe, op dat fotografie simultaan met de homorechtenbeweging aan status won. Mapplethorpe begon zijn carrière wat dit betreft op een gunstig tijdstip, want voor hem bestond er al vroeg een verbinding tussen kunst en erotische opwinding. Aanvankelijk experimenteerde hij met collages waarvoor hij foto’s uit homoporno-tijdschriften gebruikte. Zijn eerste foto’s maakte hij aan het eind van de jaren zestig en begin jaren zeventig met een Polaroid-camera, daarna schafte hij zich een Hasselblad aan.

Mapplethorpe’s vroegste werken lopen vooruit op zijn beroemdste foto’s, waarvan in de film overvloedig voorbeelden worden getoond, die zowel ongekend seksueel als koud als marmer kunnen zijn. Toen Mapplethorpe zich als twintiger in Soho in New York vestigde omschreef hij zichzelf zelfs als “een pornografie-fotograaf.” In de loop van zijn professionele ontwikkeling bleek dit een veel te beperkte karakterisering te zijn, maar hij geeft wel aan dat Mapplethorpe er niet voor terugschrok om te choqueren.

Sommige critici storen zich eraan dat de regisseurs, hoewel ze ruim aandacht schenken aan Mapplethorpe’s foto’s, “meer geobsedeerd lijken te zijn door zijn persoonlijke seksuele escapades en zijn reis in het sadomasochisme” en dat het te wensen was geweest dat “meer projectietijd was besteed aan vertoning van het minder voor de hand liggende werk en dat er meer was geconcentreerd op minder bekende series, zoals zijn bloemen-beeldwerk en portretten. Maar seks verkoopt, en de kunstenaar wist dat, net als de filmmakers dat hier doen.”

Mapplethorpe: Look at the Pictures is geregisseerd door Fenton Bailey en Randy Barbato, die in 2003 naam maakten met de film Party Monster over “Club Kid” Michael Alig, die zich onder invloed van onder andere de drug Special K (ketamine) tot moordenaar ontpopte. Daarnaast produceren Baily en Barbato Rupaul’s Drag Race.


De wisselvalligheden van leven met hiv


In de jaren na Mapplethorpe’s overlijden is de wetenschap zover voortgeschreden dat een hiv-besmetting niet automatisch een doodvonnis inhoudt, maar de diagnose kan nog steeds voor persoonlijke en maatschappelijke problemen zorgen, zoals blijkt uit de Israëlisch-Britse productie Who’s Gonna Love Me Now?, die wordt omschreven als een “komedie-drama.”

Who’s Gonna Love Me Now? volgt de belevenissen van Saar Maoz, een veertig-jarige, homoseksuele Israëli die in Londen woont en daar zingt bij het Gay Men’s Chorus. Hij is ver weg van zijn orthodoxe familie, maar die is in zijn leven, zowel op de voorgrond als op de achtergrond, nog altijd volop aanwezig. Het blijkt dat hij de kibboets waar hij opgroeide min of meer werd uitgegooid, en dat dit bij zijn familie nog steeds schaamtegevoelens oproept. Sinds twintig jaar woont hij nu in Londen. De titel van de film is ontleend aan de vertwijfeling waarin Maoz vervalt als bij hem hiv wordt gediagnosticeerd, net op het moment dat hij de middelbare leeftijd bereikt. Hij heeft het virus opgelopen, zegt hij, tijdens braspartijen met seks en drugs, waarin hij zich onderdompelde nadat een langjarige relatie op de klippen was gelopen.

Hij wordt gekoesterd en opgevangen door zijn vrienden van het Gay Men’s Chorus, maar zijn familie wil dat hij naar huis komt. Zijn moeder vreest voor de toekomst van haar zoon, maar zijn norse vader, die paratroepers drilt, komt niet verder dan vragen als “kun je daar niet gewoon een pil voor nemen?” en “Waarom noemen jullie het niet gewoon het ‘men’s chorus?’” De vader is, aldus een criticus, “het soort personage dat je niet kunt bedenken, en de film komt tot leven als hij in beeld is.”

Een geheel andere vorm van liefde, die zijn ouders ondanks alles uitstralen, komt naar voren in de tedere liederen van het koor in Londen, een van de zeldzame plaatsen waar de kracht van homomannen in hun aantal ligt. De film wordt regelmatig opgefleurd door motiverende songs die door zo’n honderd opgewekte homostemmen worden uitgevoerd.

Ondanks de strijd die Saar Maoz voert om de verschillende kanten van zijn leven enigszins in balans te brengen, hebben de regisseurs van Who’s Gonna Love Me Now?, de broers Tomer en Barak Heymann, kans gezien een “komedie-drama” te creëren, waarbij het publiek regelmatig in lachen zal uitbarsten. De achtergrond blijft echter serieus, want Maoz’s ervaringen vertellen het immer weer opduikende verhaal van een homo die in botsing komt met de verwachtingen van een in de grond behoudende maatschappij. Zo klinkt Maoz’s broer alsof de familie onder vuur ligt, alleen omdat zijn broer hiv heeft.



Dansen als overlevingsstrategie


Geheel andere problemen hebben de gekleurde jongeren in de Amerikaans-Zweedse productie Kiki door Sara Jordenö, die de film schreef in samenwerking met Twiggy Pucci Garçon. Kiki gaat over de zogeheten “kiki-scene” in New York, waarin homo- en trans-jongeren een thuisbasis vinden door een onderdompeling in een vogueing-subcultuur. Twiggy Pucci Garçon, die Jordenö suggereerde de film te maken, is een sleutelfiguur in deze scene en was daardoor de perfecte gids voor de regisseuse.

Veel van de jongeren die in Kiki aan het woord komen leven op het scherp van de snede en zijn vaak min of meer dakloos, aangezien ze door hun families zijn verstoten en door hun gemeenschap worden gemeden nadat ze als homo of trans uit de kast zijn gekomen.

Ze vinden een baken in de dans-competities tussen verschillende “huizen” met namen die al een garantie lijken te vormen voor door het leven getekende theatraliteit. Deze door “huismoeders” aangevoerde dans-“huizen” vervullen een vitale rol als surrogaat-families, terwijl ze ook zorgen voor een collectieve activistische stem. Het is opmerkelijk te zien hoe teamleiders die niet ouder zijn dan vijftien of zestien vaak verantwoordelijkheid kunnen nemen voor grote groepen.

Hoewel de dans-scene een zeker houvast biedt, beschut die natuurlijk niet voor het dagelijkse probleem te overleven, dat voor deze jongeren vaak uitzonderlijk groot is. Ze vinden echter kracht en bevrijding in de “kiki-scene,” die in de film prachtig zichtbaar wordt gemaakt door, bijvoorbeeld, opnamen van adembenemende demonstraties van vogueing-poses in de openbare ruimte, zoals op de Christopher Street Pier.

Kiki won begin dit jaar een Teddy Award als beste HLBT-gerelateerde documentaire bij het International Film Festival te Berlijn. De film wordt nu al gezien als een onofficiële opvolger van Jennie Livingston’s invloedrijke Paris is Burning uit 1990.



Queer gang in Washington


De strijd van probleemjongeren vormt ook het onderwerp van Check It door Dana Flor en Toby Oppenheimer, maar hier vindt die in Washington plaats. Check It portretteert een groep Afrikaans-Amerikaanse transgender en homo-jongeren die in 2005 ter zelfbescherming hun eigen gang, de “Check-It,” begonnen.

Ondertussen bestaat de gang uit meer dan tweehonderd personen, waarvan er velen bewapend en gevaarlijk zijn, maar ook vinnig en fabelachtig. Al op zeer jonge leeftijd werden deze jongens door hun vaak opvallend “andere,” vrouwelijke manier van doen veel vaker gemolesteerd dan hun leeftijdgenoten.

Groepsvorming leek een uitgelezen mogelijkheid deze slachtofferrol het hoofd te bieden. En de strategie bleek te werken, want de Check-It had al snel de gevreesde reputatie dat ze meer dan bereid waren te vechten. Deze “mietjes” mochten er dan wel meisjesachtig flamboyant uitzien en zich ook zo gedragen, maar ze hadden wel boksbeugels en messen bij de hand en bovendien een licht ontvlambaar temperament. Deze gewelddadige verdedigingsstrategie bleek jarenlang te werken, maar sommige leiders ontdekken dat hun slagvaardige reputatie, nu ze de volwassenheid bereiken en dromen willen verwezenlijken, ook nadelen heeft. De film volgt vier bendeleden bij hun strijd een weg uit deze wereld te vinden via een wel heel opmerkelijke route: de mode.



Het volledige programma van IDFA vind je op op www.idfa.nl en als bijlage bij de Volkskrant

IDFA, 16- 27 november
www.idfa.nl



 









Rubrieken:


















Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 303
Meer van Redaktie





Filmhuis Den Haag


Regelmatig gay-specifieke voorstellingen

meer info |visit


NCADAM


regular safe sex parties

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media