Back to Top
Zaterdag 23 Sep
85988 users - nu online: 1413 people
85988 users - nu online: 1413 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
SuperQueeroes - Homoseksuele superhelden en -heldinnen in het strip-universum

door Hans Hafkamp in Theater, Kunst & Expo , 15 mei 2016


Voor de allereerste keer in Europa wordt door het Schwules Museum te Berlijn speciale aandacht besteedt aan het relatief nieuwe onderwerp de “queer” strip: stripverhalen met HLBT-karakters die HLBT-verhalen vertellen. De tentoonstelling SuperQueeroes concentreert zich op “helden en heldinnen.” De tentoonstelling belicht niet alleen de verschillende X-Mannen, Batmannen en Katvrouwen die verschillende coming-out-verhalen beleven in Amerikaanse mainstream-stripseries van de afgelopen jaren, maar ook weloverwogen over de heldhaftige alledaagse levens van HLBT’s, zoals weerspiegeld in de vele alternatieve strips die hun dagelijkse worstelingen in een heteronormatieve wereld volgen.

In de tentoonstelling worden de verhalen van de helden en heldinnen uit Europa afgezet tegen verhalen uit de Verenigde Staten, terwijl mainstream-superhelden afgezet worden tegen ondergrondse superheldinnen zoals Glamazonia. Daarnaast zijn er gezagsondermijnende antihelden die met hun seksualiteit de regels en conventies tarten, naast HLBT-karakters die door hetero’s gedomineerde bastions innemen, zoals stripverhalen over cowboys en agenten, en avonturenstrips. Ze bewijzen allemaal dat homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender karakters volledig overtuigend kunnen zijn in deze genres.


Superman, Batman & Co

De algemene geschiedenis van de superheld in stripverhalen begint min of meer met het debuut van Superman in 1938. In de eerste decennia van de twintigste eeuw stonden stripverhalen bekend als “the funnies,” een term die humorvolle inhoud impliceert. Hoewel deze suggestie ook van toepassing is op een letterlijke interpretatie van de Engelse term “comic,” blijkt de praktijk totaal anders. In 1929 verschenen de avonturen van “Tarzan” en “Buck Rogers” voor het eerst in de stripsecties van dagbladen, als voorbode van wat uiteindelijk bekendheid zou krijgen als het “avonturenstripverhaal.” Na “Tarzan” verschenen “Dick Tracy,” “Jungle Jim,” “The Phantom,” “Terry en de piraten,” en tientallen andere strips in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Ze boden allemaal doorlopende verhalen, exotische achtergronden en/of karakters, bijna non-stopactie, en bijna of geen humor. Ze hadden tot doel dat de lezer zich verloor in andere werelden. De invloed van Superman op de ontwikkeling van het stripverhaal is echter moeilijk te overschatten. De strip gaat over een ogenschijnlijk menselijk wezen, dat over een aantal bovenmenselijke krachten beschikt, een held in kostuum met een geheime identiteit, een buitenaards wezen dat de Amerikaanse idealen omarmde. Uit Superman kwamen tal van kostuumhelden voort die er hetzelfde uitzagen en zich hetzelfde gedroegen. Ze hadden hun bestaan allemaal te danken aan de regels en conventies die door dit karakter waren gevestigd.

De eerste keer dat Batman in 1939 uitkwam, markeerde de komst van een ander prototype superheld. Hier was een bemiddeld man (hij had miljoenen) die een bizar kostuum aantrok wanneer hij door de politie werd ontboden, om zijn eigen identiteit verborgen te houden en boeven schrik aan te jagen terwijl hij in actie kwam. Batman had geen bovenmenselijke krachten. Zijn vaardigheden om de wet en de openbare orde te dienen waren slechts die van een superieur atleet en een briljant wetenschapper. Net als Superman werd ook Batman veel geïmiteerd, en al helemaal na de introductie van Robin als zijn adolescente sidekick in 1940. Batman en Robin vestigden het precedent voor heldhaftige partnerschappen tussen volwassen mannen en jonge teenagers in stripverhalen, en hun succes zorgde er voor dat zulke koppels in de jaren veertig bijna een vereiste in het medium waren. Het was tenslotte een uitgangspunt waarmee een popelend jeugdig lezerspubliek zich kon identificeren.


Subtiele homo-erotische sfeer

Sommige mensen vreesden dat deze jonge lezers zich mogelijk teveel konden identificeren met hun striphelden. Het stripverhaal kwam al begin jaren veertig onder vuur te liggen van opvoeders, toen het medium nog in de kinderschoenen stond. De dringendere bezorgdheid over de Tweede Wereldoorlog beperkte de kritiek tot academische kringen. Maar na afloop van de oorlog was de tijd rijp voor frisse aanvallen op het stripverhaal door mensen die dit medium toch echt een stuk serieuzer namen dan het publiek waarvoor ze bedoeld waren.

De prominentste criticus in die naoorlogse jaren was Fredric Wertham, een psychiater uit New York die geloofde dat langdurige blootstelling aan het medium zorgde voor gestoorde, criminele kinderen. In 1954 publiceerde hij Seduction of the Innocent, een titel die alles al zegt. Wertham kwam bijvoorbeeld met verdoemende freudiaanse kritiek op karakters als Batman en Robin.

Hij beweerde dat zijn onderzoek de opvatting (die hij toeschreef aan anderen) bevestigde dat de verhalen over Batman en Robin “psychologisch homoseksueel” waren, doorspekt met “een subtiele homo-erotische ondertoon.” De samenwerking tussen deze twee misdaadbestrijders was “als een wensdroom van twee samenwonende homoseksuelen.” Alleen “onwetenden die niet bekend zijn met de psychologie achter en de psychopathologie van seks” zouden dit ontkennen - een truc om de kritiek van de leek op de geleerde criticus te ontkrachten. Een ander stripkarakter, Wonder Woman, was in Wertham’s ogen de “lesbische tegenhanger van Batman,” een “angstaanjagend beeld” voor jongens en een “morbide ideaal” voor meisjes.

Seduction of the Innocent belichaamde de kruistocht tegen stripverhalen in de Verenigde Staten en resulteerde in de Comics Code Authority (CCA), die in 1954 werd opgericht door de Comics Magazine Association of America als alternatief op overheidsregulering. Zo wilden de uitgevers van stripverhalen zelfregulering toepassen op de inhoud van stripverhalen. Deze code verbood grafische afbeeldingen van geweld, bloederige scènes en seksuele toespelingen. Eerdere afspraken in de uitgeverswereld hadden de publicatie van “moedwillige sexy stripverhalen” veroordeeld, maar de CCA was veel preciezer: afbeeldingen van “seksuele perversie,” “seksuele afwijkingen,” en “ongeoorloofde seksuele relaties” werden specifiek verboden.

Liefdesverhalen moesten de “heiligheid van het huwelijk” benadrukken, en als iemand gepassioneerde scènes wilde afbeelden, werd aangeraden het stimuleren van “lagere en minderwaardige emoties” te vermijden. De Code werd periodiek aangepast om de veranderende maatschappelijke houding ten opzichte van de gebruikte onderwerpen te weerspiegelen (het verbod om naar homoseksualiteit te verwijzen werd bijvoorbeeld in 1989 aangepast om niet-stereotype afbeeldingen van homo’s en lesbiennes mogelijk te maken), maar de Code bleef in beperkte vorm van kracht tot het einde van de twintigste eeuw.


Van gesublimeerd naar openlijk homo

Of de homo-erotische ondertonen in de relatie tussen bijvoorbeeld Batman en Robin zo bedoeld waren door de makers blijft een vraag, hoewel het zeer onwaarschijnlijk is. Sommigen beweren echter dat de wereld van de superhelden sowieso onbewust “queer” is. Justin Hall, een van de verantwoordelijken voor de tentoonstelling in Berlijn en samensteller van No Straight Lines: Four Decades of Queer Comics (2012), is het enigszins eens met deze kijk, zoals blijkt uit een interview met The Advocate: “Er is duidelijk enige gesublimeerde seksualiteit in het zich voorstellen van gespierde helden met perfecte lichamen in strakke pakjes, die rondvliegen terwijl ze met elkaar worstelen, met name omdat de meeste striphelden traditiegetrouw man zijn.

De tentoonstelling laat zien dat er duidelijke voorbeelden van “queer” interpretaties zijn, bijvoorbeeld van Batman en Robin die rondhangen in hun Batcave, Wonder Woman die op Paradise Island met alleen zeer aantrekkelijke, atletische en onsterfelijke Amazones woont, en de X-Men met krachten die zich in de puberteit manifesteren en in een wereld leven die hen haat en niet begrijpt. [...] Dit gezegd hebbende stond de Amerikaanse stripheldenindustrie niet vooraan in het omarmen van openlijk homoseksuele superhelden. Ze hebben de laatste tijd veel vooruitgang gemaakt, en het doet mij vreugd de tekstuele dieptestructuur van de homoseksuele superheld terug te vinden in echte karakters die uit de kast zijn.”

Hoewel Marvel Comics, een van de belangrijkste uitgevers in de sector, de Comics Code Authority pas in 2001 losliet, zorgde het bedrijf in 1992 voor krantenkoppen met de onthulling dat Northstar, een Canadese superheld die verbonden is met Alpha Flight en de X-Men, homoseksueel is. Twintig jaar later was het karakter terug in het nieuws toen werd aangekondigd dat hij met zijn levenspartner Kyle in het huwelijk zou treden in Astonishing X-Men nr. 51, uitgegeven in 2012. Northstar is niet de enige superheld die homo is. In 2012 werd Alan Scott, de eerste Green Lantern, opnieuw geïntroduceerd als homoseksuele man in Earth Two, tweede nummer, van uitgever DC Comics. Toen DC Comics deze fictieve wereld in 2011 opnieuw vanaf het beginpunt in leven blies, werden sommige aspecten van de DC-mythe tijdelijk aan de kant geschoven, bijvoorbeeld het idee van parallelle werelden met verschillende versies van de iconische helden van het bedrijf.

Earth Two, een nieuwe serie van schrijver James Robinson en kunstenaar Nicola Scott, herintroduceerde dit concept door een nieuwe draai te geven aan de originele karakters, zoals de Green Lantern, de Flash en Superman. Ze wijken duidelijk af van de DC-overlevering van de afgelopen decennia. In het tweede nummer van de strip bewezen Robinson & Scott hoe anders deze wereld is met de onthulling dat hun versie van Alan Scott, de eerste Green Lantern uit 1940, openlijke homoseksueel is. Dit legt Robinson uit in een interview uit 2012: “Hij komt in nummer twee niet uit de kast, want hij is al openlijk homoseksueel. Alan Scott is super-heldhaftig, enorm galant, en hij is bereid te sterven voor de aarde en zijn mensen. Hij is alles wat je wilt zien in een superheld. Ik stel me voor dat hij zo’n uitmuntend karakter is, dat toen hij zich realiseerde dat hij homoseksueel is, hij dacht: ‘Oké, ik ben homo. Nu ga ik gewoon door met mijn leven.’ Hij accepteert volledig wie hij is, en hij is zo innemend dat de hele wereld weet dat Alan Scott homo is. Hij is een leider, een goed man, en daarom zit de Justice League er niet mee. En dat is een gezonde beschrijving van een team en hoe het zou moeten zijn.”

Erotisch materiaal

De mainstream stripwereld heeft er lang over gedaan om homoseksuele karakters te omarmen, en homomannen en lesbiennes wilden hier niet op wachten. Ze hebben dus hun eigen stripverhalen gemaakt. De eerste “queer” stripverhalen, manifestaties van alternatieve kunst en een revolutie met inkt, gaan voornamelijk over seks. Touko Laaksonen (1920-1991) kan worden gezien als de eerste homoseksuele striptekenaar. Hij produceerde zijn alternatieve en erotische stripverhalen al in het midden van de jaren veertig en verkocht ze in Europa via postorderbedrijven. In 1957 begon hij illustraties te maken voor Bob Mizer’s tijdschrift Physique Pictorial, waarvoor hij het pseudoniem Tom of Finland aannam.

Hij kan nog steeds worden gezien als één van de invloedrijkste makers van homo-erotica ter wereld. Zijn woordloze strips over de avonturen van de onverzadigbare leerman Kake hebben verschillende generaties striptekenaars geïnspireerd. Naast de opkomst van erotisch materiaal kwam de geboorte van de moderne homobeweging eind jaren zestig. Uit de beweging kwamen talrijke kranten en tijdschriften voort, waarvan de langstlopende The Advocate is, opgericht in 1967. Deze nieuwe homokranten wilden ook stripverhalen publiceren, waardoor komische homostrips als Joe Johnson’s “Miss Thing” en Sean’s “Gayer Than Strange” begonnen te verschijnen. In de daaropvolgende decennia kon de homoheld in uiteenlopende vormen floreren.

Veel makers van “queer” stripverhalen aanvaardden het risico van professionele zelfmoord toen zij hun werk voor het eerst publiceerden. In de context van de tentoonstelling SuperQueeroes worden deze makers (sommigen zeer bekend, onder wie Tom of Finland, Alison Bechdel, Ralf König, Wolfgang Müller, Gengoroh Tagameh, Nazario en Howard Cruse, en anderen minder bekend, zoals Megan Rose Gedris, Erika Moen en Kylie Summer Wu) geportretteerd als “helden,” als HLBT-pioniers.

Een speciale sectie van de tentoonstelling is gewijd aan aids, en laat zien hoe de superhelden streden tegen het hiv-virus: van Condoman uit de jaren tachtig tot Stigma Fighters uit 2015. Condoman werd in 1987 gecreëerd en groeide al snel uit tot een iconisch figuur in de preventie van hiv/aids in Australië. Enkele jaren terug werd hem nieuw leven ingeblazen om Australische teenagers te informeren over de gevaren van seksueel overdraagbare aandoeningen, en hij bracht hiervoor zijn glibberige vriendin Lubelicious mee.

SuperQueeroes werd samengesteld door een internationaal team van experts die allemaal een onderscheidend en individueel perspectief op de superheld inbrachten.

De tentoonstelling is te bezichtigen tot 26 juni 2016:
Schwules Museum *, Lützowstraße 73, 10785 Berlijn, Duitsland
www.schwulesmuseum.de
 



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 314, 2017














Meer uit Theater, Kunst & Expo
Meer uit nummer 296
Meer van Hans Hafkamp





La Demence


Guide to better and more glamourous gay clubbing!

meer info |visit

















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media