Back to Top
Zaterdag 23 Sep
85988 users - nu online: 1408 people
85988 users - nu online: 1408 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Body Art: De geilheid van tatoeages, Een historische excursie

door Rob Blauwhuis in Mode & Lifestyle , 10 mei 2016


De afgelopen decennia is de tatoeage, die lange tijd een symbool was voor outcasts, salonfähig geworden. Dit blijkt onder andere uit verschillende documentaire tv-programma’s, zoals Tattoo Fixers, dat al enkele seizoenen succesvol op de Britse televisie wordt uitgezonden. Hierin vervangen drie gerenommeerde tatoeagekunstenaars de, vaak inderdaad verschrikkelijke, “horrortatoeages” die de dragers bijvoorbeeld in compleet dronken toestand tijdens de vakantie of door ongeoefende vrienden die via internet een tatoeagetoestel hadden besteld, hebben laten zetten, door fraaie kunstwerken.

De zichtbaarheid en acceptatie van tatoeages was beduidend minder in de jaren tachtig, toen Rob’s Leather internationale tatoeëerders naar Nederland uitnodigde om hier enige tijd geïnteresseerden van lichaamskunst te voorzien, aangezien die klanten zich met sommige wensen waarschijnlijk niet op hun gemak voelden bij de enkele tatoeëerders die toen vooral in het Wallengebied actief waren. Het is niet toevallig dat het juist een leerbedrijf was dat zich voor de tatoeagekunst inzette.

Zoals Sean Cribbin opmerkt in zijn inleiding bij Turnon: Tattoos, “Nog maar kort geleden werden tatoeages meestal geassocieerd met de onderkant of de periferie van de maatschappij: gevangenen, criminele motorrijders, skinheads. Het is door deze associatie en de verpersoonlijking van het supermannelijke imago, dat, geloof ik, de leer- en kink-wereld deze oude stammenrituelen als onderdeel van hun eigen cultuur hebben overgenomen. De leerwereld is een wereldwijde clan, die vaak wordt omschreven als een stam of zoals de schrijver Geoff Mains het noemde ‘stedelijke inboorlingen.’”

Aan het eind van de jaren tachtig leek er een rem gezet te worden op de ruimere verspreiding van tatoeages. Op 21 november 1989 verscheen in de Volkskrant een bericht met de titel “Tatoeage minder populair bij scholier,” dat begon met de vaststelling: “Tatoeages zijn de laatste jaren minder populair geworden onder de mannelijke middelbare schooljeugd. Begin jaren tachtig constateerden twee jeugdartsen in Den Haag dat 13,3 procent van de LTS-jongeren een amateur- of professionele tatoeage droeg. Vorig schooljaar bedroeg dat percentage nog slechts 5,2 procent. ‘Aan mijn lijf geen Aids,’ was vaak het commentaar dat de jeugdartsen kregen wanneer het gesprek op tatoeëren werd gebracht.” Volgens de betrokken artsen had de toenmalige aids-voorlichting op scholen invloed gehad op de populariteit van de tatoeage, want “hoewel het in de praktijk nog nooit is vastgesteld, is het mogelijk dat door slecht gereinigde tatoeage-naalden het hiv-virus wordt overgebracht,” aldus de opvatting toen.


Erotisch ornament

Deze angst voor een hiv-besmetting heeft niet lang aangehouden, ook omdat de gezondheidsinstanties strengere hygiëne-regels voor professionele tatoeagebedrijven invoerden. In ieder geval was zes jaar na verschijning van dit op een onderzoek van de Haagse GG&GD gebaseerde bericht, de populariteit van tatoeages zodanig toegenomen dat Taschen Verlag, een uitgever die zich toelegt op betaalbare koffietafelboeken voor een groot internationaal publiek, een markt zag voor 1000 Tattoos door Henk Schiffmacher, dat sindsdien regelmatig wordt herdrukt. Schiffmacher heeft onder de naam Hanky Panky als tatoeage-kunstenaar wereldwijd faam verworven en heeft tatoeages gezet bij onder anderen Kurt Cobain, Marc Almond, Robbie Williams en Lady Gaga.

In zijn inleiding bij 1000 Tattoos ging Schiffmacher vooral in op een groot aantal etnografische aspecten van de tatoeage. Daarnaast behandelde hij de ontwikkeling van de tatoeage-techniek, die in het Westen in 1891 met de introductie van het elektrische tatoeage-apparaat door Samuel Reilly zijn huidige vorm kreeg. Over het seksuele aspect van de moderne tatoeage, laat staan het homoseksuele aspect, merkte hij echter niet meer op dan: “Een ander aspect is de tatoeage als erotisch ornament, iets wat het lichaam seksueel interessanter maakt, om een reactie vraagt. Dit geldt voor leer-freaks, sadomasochisten, rubber en piercing fetisjisten, meesters en slaven.” Hierna geeft hij nog een aantal voorbeelden van seksueel geladen tatoeages.

Nu is het begrijpelijk dat iemand in achttien pagina’s een zeer beperkte keuze moet maken uit het rijke arsenaal aan onderwerpen dat de geschiedenis en de hedendaagse praktijk van het tatoeëren biedt. Ook in zijn andere boeken doet Schiffmacher zich echter kennen als een onvervalste hetero, die het reilen en zeilen in bijvoorbeeld de leerscene met de nodige, vriendelijk gezegd, geamuseerde verwondering bekijkt.

Daarom is het maar goed dat Schiffmacher al lang niet meer de enige is die zich met de iconografie en geschiedenis van tatoeages bezighoudt. Wat betreft foto’s kregen de homo-erotische aspecten van tatoeages volop aandacht in het in 2011 bij Bruno Gmünder verschenen boek Turnon: Tattoos dat een fraaie selectie bevat uit het werk van vierenveertig fotografen en fotostudio’s. Een (historisch) overzicht van de tatoeage als fenomeen in de homowereld moet nog geschreven worden, maar een opmerkelijk, vanuit een homo-erotische perspectief geschreven, autobiografisch boek is het enkele jaren voor zijn overlijden door Samuel M. Steward (1909-1993) gepubliceerde Bad Boys and Tough Tattoos: A Social History of the Tattoo with Gangs, Sailors, and Street-Corner Punks 1950-1965 (1990), een unicum dat het lezen nog steeds meer dan waard is.

Samuel Steward is een geval apart. Hij begon zijn loopbaan als professor Engels aan diverse Amerikaanse universiteiten. Na een jaar of twintig had hij echter zo genoeg van het lesgeven op kleine universiteiten, dat hij besloot zijn leven een drastische draai te geven en een carrière als tatoeagekunstenaar na te jagen. In 1950 opende hij een studio in Chicago, die al snel ongekend populair werd. Steward, die zijn tatoeage-werk onder het pseudoniem Phil Sparrow uitoefende, gaf er namelijk, anders dan de meeste tatoeëerders in die tijd, de voorkeur aan in een schone en hygiënische omgeving te werken. Overigens zou Steward na achttien jaar tatoeëren zijn carrière weer een forse koerswending geven. In de jaren zestig werd hij onder het pseudoniem Phil Andros de auteur van populaire homo-pornografische boeken, waarin de jongenshoer Phil Andros de hoofdrol speelt. Tegen het eind van zijn leven gooide hij het roer nogmaals om en publiceerde onder z’n eigen naam enkele detectiveromans, een autobiografie en een tweetal studies, namelijk het boek over tatoeages en een boek over homoprostitutie.


Alfred Kinsey

In de jaren veertig was Chicago het jachterrein van dr. Alfred Kinsey, die de homo-subcultuur afstroopte om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen voor een studie over homoseksualiteit, die uiteindelijk in 1948 mede vorm zou geven aan zijn spraakmakende Sexual Behavior in the Human Male. Tijdens zijn bezoeken aan Chicago kwam Kinsey ook in contact met Steward, die één van de geïnterviewde mannen voor zijn onderzoek was.

Toen Kinsey vernam dat Steward een tatoeage-studio wilde openen, vroeg hij hem meteen zoveel mogelijk de eventuele seksuele motieven bij zijn cliënten voor het laten zetten van een tatoeage vast te leggen. Voor Kinsey was de onorthodoxe carrière-planning van Steward een buitenkansje, dat hij met beide handen aangreep. Zo vaak gebeurt het tenslotte niet dat een wetenschappelijk geschoold persoon professioneel de tatoeage-naald opneemt. Steward kweet zich uiterst consciëntieus van deze opdracht en schreef vele banden vol met aantekeningen. Deze berusten nu in het Institute for Sex Research van de universiteit van Indiana en vormden de basis voor Steward’s boek.


Matrozen

De omstandigheid dat Steward Chicago als vestigingsplaats had gekozen, had tot gevolg dat hij veel jeugdige matrozen te tatoeëren kreeg. Even buiten Chicago was namelijk het Great Lakes Naval Training Station gevestigd en als een soort bevestiging van hun volwassenheid lieten vele jonge matrozen een tatoeage zetten. Voor Steward was dit de hemel op aarde, zo blijkt uit een bekentenis in zijn boek: “In de dagen dat tatoeages nog veel van hun mysterieuze kwaliteiten voor me hadden, en zelfs voordat ik mijn eerste tatoeage zette, waren de associaties tussen tatoeëren en matrozen sterk.

Mijn verbeelding stelde zich altijd een oude, grijze zeerob met een deinende gang voor, wiens armen bedekt waren met de ontwerpen die hij had verkregen als herinneringen aan zijn bezoeken aan veraf gelegen plaatsen. Maar nadat ik Kenneth Anger’s kunstfilm Fireworks had gezien, waren de zeerobben die ik mij voorstelde noch zo grijs noch zo oud, maar jong en aantrekkelijk en ruw. [...] Het kwam daardoor als een verrassing en een schok toen ik het soort matrozen zag dat mijn winkel in Chicago bezocht.

Het waren kinderen - tamelijk jong, achttien - en een aantal van hen, wier ouders een toestemmingsformulier voor marine-dienst hadden getekend, zeventien.” Ook voor Kinsey moet dit, als ontvanger van Steward’s aantekeningen, een tuin der lusten hebben geschenen. Want de marine deed er, zoals Steward elders in zijn boek aangeeft, alles aan om de jeugdige zeejongens het genot van andere jongenslijven te laten ontdekken: “[De marine] stond hen niet toe pin-ups in hun kasten op te hangen, nam bij de hoofdingang alle lucifersdoosjes waarop plaatjes van meisjes stonden in beslag, en ontsloeg hen wanneer ze betrapt werden bij het masturberen. Vervolgens gooide de marine hen met hun oververhitte achttienjarige bloed voor een aantal weken in een exclusieve mannengemeenschap.”

Om zijn populariteit in het marine-trainingskamp, en die was volgens eigen zeggen erg groot, niet te schaden, moest Steward voor zijn jeugdige zeeklanten zijn seksuele voorkeur natuurlijk verborgen houden. Soms leidde de naïeve spontaniteit van deze jongens tot komische situaties. “Een matroos, tamelijk dronken, luisterde op een avond een tijdje en kwam toen plotseling naar me toe en sloeg zijn arm om mijn nek. ‘Houd je van matrozen,’ vroeg hij. De anderen keken nieuwsgierig toe. ‘Natuurlijk doe ik dat,’ zei ik, ‘ik heb velen van jullie hier in de winkel gezien.’ ‘Goed, daar ben ik blij om,’ zei hij, ‘want ik mag jou ontzettend graag.’ Gedurende een verschrikkelijk moment dacht ik dat hij me ging kussen, maar dat deed hij niet, en alle anderen lachten.”


Gevangenis-tatoeages

Steward zag in zijn studio echter niet alleen matrozen. In de tijd dat hij als tatoeëerder werkzaam was, waren tatoeages nog grotendeels het kenmerk van mannen die enigszins buiten de maatschappij leefden. Het wekt dan ook geen verwondering dat vele ex-gevangenen toentertijd een tatoeage hadden. Als deze tatoeages in de gevangenis waren aangebracht, waren ze vaak van een belabberde kwaliteit, aangezien ze onder uiterst beperkende omstandigheden waren gezet. Vele gevangenen lieten na het uitzitten van hun straf daarom een nieuwe tatoeage aanbrengen over hun gevangenis-tatoeage. In de meeste gevangenissen was tatoeëren namelijk verboden, en de tatoeages werden vaak gezet nadat de lichten waren uitgedaan.

“De twee cel-maten kropen vervolgens onder de deken, en de één tatoeëerde zijn maat pijnlijk en soms uitgebreid. Ik zag duizenden ‘bajes’-tatoeages en begon te vragen wat er gebeurde nadat de tatoeage klaar was. Ongeveer acht op de tien antwoordden ‘Niks’ totdat ik bot vroeg: ‘En toen trokken jullie elkaar af?’ Bevestigende reactie: een erg groot aantal gevallen. Ze gaven dat ofwel enigszins beschaamd toe, ofwel zeiden: ‘Goddomme, hoe weet je dat?’ De deken, de duisternis, de naalden en de pijn, de geheimzinnigheid en het overtreden van regels, het gevoel van gevaar, de warmte van hun lichamen, en - misschien - het idee van het tatoeëren zelf droegen allemaal bij aan een seksuele opwinding, en masturbatie bleek de beste uitlaatklep daarvoor. Het lopende onderzoek naar seks in gevangenissen staaft het feit dat andere activiteiten dan masturbatie waarschijnlijk ook plaatsvonden,” aldus Steward.


Seksuele tatoeages

Overigens waren bajesklanten niet de enigen bij wie het laten zetten van een tatoeage een seksuele reactie opriep. Steward maakte er op een gegeven ogenblik een gewoonte van klanten die na het laten zetten van een tatoeage terugkwamen, te vragen wat ze na afloop hadden uitgespookt. Lang niet iedereen was bereid deze vraag te beantwoorden, maar van degenen die dat wel deden, bekende het merendeel (1724) dat ze daarna een vrouw neukten (dat sommigen daarvoor een jongen uitzochten, konden ze, gezien de bekrompen sfeer van de jaren vijftig, natuurlijk niet toegeven). 635 jongens vertelden dat ze in een gevecht terecht kwamen, terwijl 231 jongens (plus 800 van de eerste groep) zich met drank hadden laten vollopen. En maar liefst 879 jongens gaven toe dat ze zich hadden afgetrokken terwijl ze hun tatoeage bewonderden.

Kinsey was natuurlijk extra geïnteresseerd in tatoeages met een seksuele afbeelding of een seksuele bedoeling. In dat opzicht moest Steward de onderzoeker meestal teleurstellen. Soms kwam hij echter opmerkelijke voorbeelden tegen, zoals de jongensprostitué die in zijn schaamhaar “$ 10” liet tatoeëren: “Wat hij daarmee heeft gedaan nadat inflatie de waarde van de dollar verminderde weet ik niet.”

Een homoman liet een inch-markering op zijn arm tatoeëren: “Hij wilde ze op de binnenkant van zijn linkervoorarm gezet hebben, met zijn hand uitgestrekt in een rechte voortzetting van de arm, met de palm naar boven. De eerste markering, bij vijf inches, was een korte rode lijn aan de basis van de palm aan de kant van de pink, de tweede bij zes inches, en drie, vier en vijf - tot tien inches - aan de zijkant van de arm. Op deze wijze had hij altijd een handige meetlat bij de hand om objecten waarin hij was geïnteresseerd te meten. Slechts zelden vond hij iets dat zijn ingebouwde meetlat te boven ging. Hoewel deze markeringen in het midden van de jaren vijftig zijn aangebracht, waren ze in de jaren negentig nog steeds zichtbaar op de zijkant van mijn [sic!] arm.”

Op een gegeven ogenblik verhuisde Steward zijn studio naar Californië, waar hij vele Hell’s Angels te tatoeëren kreeg. Hoewel je dat niet meteen zou verwachten kon hij ook hier een motief aan zijn collectie homo-erotische tatoeages toevoegen. Bij de Hell’s Angels was namelijk het luchtmacht-insigne van twee vleugels met een zwarte cirkel in het midden het teken dat de drager ervan op jongens viel, homoseksuelen had beroofd of een homohoer was geweest.

Steward moet in zijn universiteitsjaren, toen hij zijn eerste tatoeages liet zetten, een witte raaf zijn geweest onder zijn collega’s en homoseksuele vrienden, die veelal uit de middenklasse kwamen. Zij beschouwden tatoeages namelijk met afschuw als iets voor de “lagere klassen.” Steward kreeg echter ook andere reacties te horen als hij over zijn tatoeages vertelde. Sommigen gaven toe dat ze bang waren voor de pijn (die overigens, enigszins afhankelijk van het te tatoeëren lichaamsdeel, vaak erg meevalt, maar dat gelooft iemand pas als hij het ondergaan heeft). Anderen schrokken terug voor het permanente karakter van een tatoeage of het feit dat je daardoor erg gemakkelijk te identificeren bent.

En dan zijn er natuurlijk de mannen die zo op hun lichaam verliefd zijn, dat ze geen enkele versiering nodig vinden. Steward, die erg onder invloed stond van een Freudiaanse visie op homoseksualiteit, meende dat een groot deel van de homo’s narcist is en dat ze daarom geen tatoeages lieten zetten. Je zou wensen dat hij tijdens de laatste decennia van de twintigste eeuw en het eerste van de huidige eeuw in steden als Amsterdam, New York óf Chicago, op sportvelden of in de homopornowereld had kunnen rondlopen, daarbij de prachtige tatoeages bewonderend die hedentendage de bovenarmen, borstkassen, schouderbladen en billen van vele mooie jongens en mannen sieren. Het zou geweldig zijn als momenteel een nieuwe Phil Sparrow in het geheim een dagboek bijhield waarin hij de seksuele motieven van homo’s voor het laten zetten van een tatoeage vastlegde.

Want nog steeds ontstaat tijdens het tatoeëren de vreemde chemie tussen klant en tatoeëerder, waarbij de eerste de laatste verhalen vertelt die hij niemand anders heeft toevertrouwd. En mocht er in het verborgene een nieuwe Phil Sparrow werkzaam zijn, dan hoop ik dat hij niet tientallen jaren wacht met het openbaar maken van zijn ervaringen.



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 314, 2017






RoB Amsterdam
Leather, Rubber, Twisted Gear











Meer uit Mode & Lifestyle
Meer uit nummer 296
Meer van Rob Blauwhuis





The Queens Head


cosy and busy gay bar

meer info |visit

















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media