Back to Top
Dinsdag 26 Sep
85991 users - nu online: 1567 people
85991 users - nu online: 1567 people login
VAN ONZE EDITORS
_PRINTER  
Antoine en Camille, gay seks in Napoleon's tijd, deel 2

_BY Caspar Wintermans in Historie & Politiek , 07 februari 2016


Wat hebben de advocaat en de actrice, de deugdzame, gevoelige huisvrouw, de courtisane, de schijnheilige dame, de winkelier, boerin en schoenpoetser gemeen? Die vraag stelde een chroniqueur zich in 1801, toen in het consulaire Frankrijk de economie begon te herleven. Het antwoord luidde: ze lezen - nee, ze verslinden - romans (de schijnheilige dame in het geniep). Het aanbod ervan nam sterk toe; de boekhandel was een goudmijn geworden, ook dankzij de als paddestoelen uit de grond schietende leenbibliotheken die de romans binnen het bereik van de minder kapitaalkrachtigen brachten.

Want boeken waren kostbaar; alleen de rijken konden zich de aanschaf veroorloven en lieten hun octavo’s en duodecimo’s fraai inbinden. Jan Modaal nam genoegen met een soberder uitvoering van zijn ontspanningslectuur.
 
Laten we aan het bovenstaande lijstje van literatuurliefhebbers nog een categorie toevoegen, een minderheid die met zichzelf meestal geen raad wist en het amper waagde vader en moeder te melden dat ze niet in de wieg waren gelegd om moeder of vader te worden: de lesbiennes en homo’s die omstreeks 1785 waren geboren en hunkerden naar een partner van het eigen geslacht.

Wat konden zij over hun verlangens lezen in de romans uit hun tijd? Niet al te veel, want het thema kwam zelden aan bod. Slechts een handjevol schrijvers hield zich ermee bezig, en dan meestal zijdelings.




Verdorven wezens

La Religieuse van Denis Diderot was al in 1760 geschreven, maar pas in 1796, na de dood van de auteur, gepubliceerd. Het relaas van Suzanne Simonin, een bastaard die door haar biologische moeder en door de man van die moeder wordt gedwongen de sluier aan te nemen, werd en wordt als atheïstische propaganda beschouwd. Dat is wat kort door de bocht. De heldin die haar lotgevallen beschrijft in een lange brief aan een potentiële weldoener, heeft geen conflict met de goede God, maar met Zijn personeel.

Ze constateert dat het heel eenvoudig is een klooster te betreden en heel moeilijk om het weer te verlaten, terwijl het net andersom zou moeten zijn. Haar verslag van de pesterijen en de fysieke mishandeling die zij wegens haar rebellie moet ondergaan, vond in het geseculariseerde Frankrijk een gunstig onthaal; in 1825 werd de roman alsnog door de politie van de conservatieve koning Karel X op de index geplaatst.

Voor ons zijn vooral de episodes in het klooster van Sainte-Eutrope van belang. De abdis aldaar is een beetje eigenaardig, meent Suzanne; ze kan niet stilzitten, krabt zich als ze jeuk heeft en slaat zelfs haar benen over elkaar. Van een man mag je zoiets verwachten, maar toch zeker niet van een vrouw! De reactie van deze abdis op de aanblik van een zuster die zich in verband met een kastijding ontkleedt, komt de discipline niet ten goede: hevig ontroerd kust ze het voorhoofd, de ogen, schouders en mond van de te bestraffen persoon en prijst uitbundig haar zachte, blanke huid en haar stevige borsten; de zweep wordt ten slotte niet gehanteerd. Suzanne vindt het ook curieus dat ze door moeder overste, verrukt over haar (Suzanne’s) klavecimbel-spel, wordt gestreeld en gezoend.

Zelfs als dit geknuffel in hevigheid toeneemt en de abdis een orgasme krijgt - Diderot’s proza laat hierover geen twijfel bestaan -, heeft de heldin nog niet door dat de “abominabele” dame verliefd op haar is, totdat ze door haar biechtvader, voor wie zij niets verzwijgt, wordt gewaarschuwd voor dergelijke intimiteiten. De abdis geeft toe dat ze niet deugt (“Ik ben vervloekt...”) en sterft in angst voor hel en verdoemenis. Nee, Diderot, Verlichtingsfilosoof en een van de initiatiefnemers van de Encyclopédie, schetste een uitermate donker portret van een “pot.”

Een ware sensatie veroorzaakte de publicatie in 1782 van Les Liaisons dangereuses, het meesterwerk van Pierre-Ambroise-François Choderlos de Laclos. Hierin draait het om het complot dat burggraaf de Valmont en markiezin de Merteuil smeden om de onschuld in de persoon van Cécile de Volanges te gronde te richten. Ze slagen maar al te zeer in hun opzet. De markiezin - een van de griezeligste vrouwenfiguren uit de Franse literatuur - doet zich voor als de hartsvriendin van het meisje en weet haar tijdens een tête-à-tête door wulpse gesprekken zo te verhitten, dat Cécile in haar armen ridder Danceny, haar aanstaande, vergeet.

“Dat kleine schatje is werkelijk alleraardigst!,” bericht mevrouw de Merteuil naderhand. Laclos drukt zich heel decent uit; er valt geen onvertogen woord; de suggestie is des te sterker, en daarmee het gewenste effect. In een luxe editie van de roman uit 1796 werd de initiatie van Cécile in de lesbische geneugten verbeeld; een broeierig plaatje. Maar ook in dit boek wordt een vrouw die (ook) van vrouwen houdt, afgeschilderd als een pervers, een verdorven wezen.



‘Schaamteloze saters’

Evenals Choderlos de Laclos koos Pierre-Jean-Baptiste Chaussard voor de vorm van de briefroman toen hij in 1802 Héliogabale, ou Esquisse morale de la dissolution romaine sous les empereurs anoniem in het licht gaf. Eigenlijk kun je dit werk nauwelijks een roman noemen. Veeleer was het deze streng republikeinse auteur erom te doen zijn ideeën over de ideale staatsvorm te ontvouwen. Dat hij zich zo negatief uitliet over de absolute monarchie en de volgens hem daaruit voortvloeiende corruptie en zedenverwildering is in retrospectief ironisch; twee jaar later immers zette Napoleon zichzelf de keizerskroon op het hoofd.

Heliogabalus is onwaardig het purper te dragen. Daarover zijn “de goeien” het eens. Als toppunt van aberratie beschouwen ze zijn huwelijk met de wagenmenner Hierocles.

“De meest obscene wellust heerste over die feestelijkheden, waarvan de reeds te losbandige aard werd gekenmerkt door alle excessen van de schunnigste fantasie. Men heeft de uitspattingen van de Dionysische en Priapische riten nog eens dunnetjes overgedaan.

In navolging van de priesters van Attis heeft de keizer, zijn sekse vergetend, de lange, over de grond slepende jurk van de vrouwen aangetrokken. [...] Zijn slappe tred, zijn verwijfde houding, het geluid van zijn stem die hij dempt door te praten alsof hij brij in zijn mond heeft - alles aan hem verraadt de priesteres van Venus. [...] Hij is bedwelmd door de charmes [van Hierocles] en nog meer door diens talent voor de ontucht. Ja, de tiran wentelt zich in het slijk van de smerigste wellust en zinkt nog lager dan de beesten.”

De historische bronnen van deze taferelen werden door de erudiete Chaussard in voetnoten vermeld. Ook over de homoseksuele activiteiten van de biseksuele Julius Caesar, “de echtgenoot van alle vrouwen en de vrouw van alle echtgenoten,” wordt de lezer geïnformeerd. Hoewel de morele strekking overduidelijk is - Heliogabalus wordt niet als rolmodel gepresenteerd en komt heel naar aan zijn eind -, had de recensent van de Mercure de France toch ernstige bezwaren tegen de roman. Hij vond dat het doodzwijgen van “pederastie” beter was dan het vermelden ervan, zelfs in termen van afkeuring.

Pierre-Jean-Baptiste Choudard Desforges gold zeker niet als een zedenprediker. Hij was acteur, en acteurs stonden destijds bekend als schuinsmarcheerders. Hij was ook toneelschrijver en romancier. Zijn autobiografie, Le Poète, ou Mémoires d’un homme de lettres écrits par lui-même (1798), is een onderhoudend geschrift waarin hij zijn talloze affaires met mooie meisjes beschrijft (zelfs een prostituée zou blozen van de details, fulmineerde een journalist), maar ook Desforges vond dat er grenzen waren. Om zijn lezers “stuiptrekkingen van verontwaardiging” te besparen, weidde hij niet uit over de “smerige orgiën” die “schaamteloze saters” vieren op jongensinternaten.

“Vlucht verre van mij, moderne Ganymedessen en Gitons, evenknieën van Encolpius en Ascyltos, vlucht voor eeuwig. Ik zal mijn penseel niet ontheiligen door het te veroordelen tot de weergave van uw onvoorstelbare uitspattingen en uw even weerzinwekkende als onechte pleziertjes. Genoeg andere schilders, onwaardig om genoemd te worden, hebben het doek schaamrood gekleurd met die schandalige en niet te verontschuldigen obsceniteiten.” Desforges kende zijn klassiekers; Giton, Encolpius en Ascyltos figureren in Petronius’ Satyricon, waarvan een nieuwe vertaling verscheen in 1802. Een aanslag op de goede zeden, oordeelde het Journal des débats et des décrets...



On-Frans en exotisch

De opvatting dat homoseksualiteit een on-Frans, een exotisch verschijnsel is, wordt geventileerd in het werk van de geestige Élisabeth-Marie Guénard, barones de Méré, een van de vruchtbaarste auteurs uit deze periode. In Zulmée, ou la Veuve ingénue (1800) volgt de uit Rome afkomstige Michaello de heldin naar Parijs waar hij zich vestigt als huisarts. Gefascineerd door Zulmée is hij immuun voor de verleidingskunsten van zijn vrouwelijke patiënten, die tot de conclusie neigen dat hun knappe dokter een “Italiaan” is in de “ongunstigste” betekenis van dat woord. Ook in L’Abbaye de Saint-Rémy, ou la Fille de l’abbesse (1807) legt madame Guénard een link tussen Michaello’s vaderland en de gelijkslachtige liefde. De mannenverslindster Adrienne wordt ’s nachts lastig gevallen door een insluiper die ze in het donker voor een dame verslijt. “Zijn we in Italië?,” vraagt ze zich daarom af. Loos alarm; de bezoeker is een heer.

Praktiserende homo’s vond je alleen in erotische romans, waar ze meestal heel wat kritiek van de heteroseksuele personages kregen te verduren. Neem bijvoorbeeld Félicia, ou Mes fredaines van André-Robert Andréa de Nerciat, in 1775 verschenen en keer op keer herdrukt, soms in geïllustreerde edities. Het verslag dat Monrose hierin aan de ik-figuur doet van zijn avontuurtjes op kostschool is vrij uitgebreid - en dus opgenomen in de veronderstelling dat het met rode oortjes zou worden gelezen -, maar wordt onmiddellijk gevolgd door een krasse veroordeling van de verleidingspogingen waaraan de jongen door zijn docenten en kameraden was blootgesteld.

In een later hoofdstuk krijgen Monrose en zijn minnares tijdens een vrijage ongewenst gezelschap van Lord Kinston (een buitenlander!), in vuur en vlam gezet door “het aantrekkelijke, hemelse kontje dat de natuur aan de schone Monrose had geschonken.” Kinston’s voornemen het te neuken wordt verijdeld door de hevige weerstand van de eigenaar, als gevolg waarvan het trio van het bed op de grond rolt. Een burleske scène.



Slaapkamerfilosofie

Eén van de weinige fictieve hetero’s die sympathie voor “sodemieters” konden opbrengen, kwam in 1795 aan het woord. Ridder de Mirvel voelt zich niet geschoffeerd als een man met hem onder de lakens wil kruipen: “‘De belachelijke hoogmoed waarmee onze saletjonkers menen dergelijke voorstellen te kunnen beantwoorden door met hun wandelstok erop los te slaan, is mij volkomen vreemd. Heeft een mens zijn neigingen soms in de hand? Zegt iemand trouwens iets onaangenaams als hij blijk geeft van zijn verlangen zich in het lichaam van een ander te verlustigen?

Integendeel, het is een compliment; waarom zouden we hem dan beledigen of bespotten? Alleen dwazen redeneren zo. Een weldenkend mens zal over dit onderwerp niet anders spreken dan ik. Maar jammer genoeg is de wereld vol verachtelijke lieden die denken dat je hun eer te na komt als je laat merken dat je het met hen wilt aanleggen.’”

Dit onorthodoxe standpunt werd verdedigd in La Philosophie dans le boudoir, een werk van de markies de Sade. Of de gemiddelde homo, op zoek naar houvast, er veel steun aan zal hebben ontleend, is zeer de vraag; want verstandige opmerkingen in het oeuvre van deze meneer worden altijd ontsierd door eindeloze passages vol wreedheid, moord en doodslag die een menslievende lezer niet kunnen bekoren. Ook dit boek werd in Frankrijk verboden, net als het merendeel van de hierboven genoemde titels. Maar was er dan geen enkele roman waarin een “pederast” uit Napoleon’s tijd zich enigszins herkennen kon?!
Jawel - toch wel.



(Wordt vervolgd)



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 314, 2017






Rainbow Expo
27/28/29 oktober, Nieuwegein











_MOREABOUT Historie & Politiek
Meer uit nummer 293
Meer van Caspar Wintermans





De Slaunge


The best premium massage in Amsterdam

meer info |visit


Dirty Dicks


Well-know great leather & cruise bar

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media