Back to Top
Donderdag 23 Nov
86024 users - nu online: 1253 people
86024 users - nu online: 1253 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Benno Premsela en Max Heymans, mannen met lef en stijl


door Redaktie in Theater, Kunst & Expo , 07 december 2015


Vanaf 14 december 2015 tot en met 28 juni 2016 presenteert het Joods Historisch Museum te Amsterdam de tentoonstelling Benno Premsela - Max Heymans: Mannen met lef en stijl over het leven en werk van vormgever en interieurarchitect Benno Premsela (1920-1997) en couturier Max Heymans (1917-1997). De geschiedenis van beide mannen is een optimistisch verhaal over veerkracht en vorm in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Na jaren van vervolging en onderduik traden beiden in de voorhoede van de naoorlogse generatie ontwerpers die de samenwerking met elkaar en met de industrie opzochten. Ze werden boegbeeld van de groep kunstenaars en vormgevers die design en mode in naoorlogs Nederland met succes op de kaart zette.

Hun lange carrières worden gekenmerkt door een enorme productiviteit, creativiteit en grote publieke aandacht. Ze verwierven daarnaast bekendheid door als bekende Nederlanders openlijk uit te komen voor hun homoseksualiteit in een tijd en maatschappij waarin dit nog een groot taboe was.

Premsela was een van de meest bepalende figuren voor de vormgeving en kunsten in Nederland. Heymans ging de modegeschiedenis in als de “nestor van de Nederlandse couture.” Zij ontmoetten elkaar kort na de oorlog, die beiden als een van de weinigen van hun joodse families hadden overleefd.

Premsela ontwierp in die periode tassen en Heymans hoedjes die ze via vrienden verkochten. Hun persoonlijke verliezen en het leven dat ze weer moesten opbouwen leidde tot een “vlucht naar voren,” zoals Premsela het later verwoordde. Met grote veerkracht gaven ze opnieuw vorm aan hun leven en werk.


Inzicht in zichzelf

Benno Premsela werd in Amsterdam geboren als zoon van de bekende joodse huisarts en seksuoloog Bernard Premsela, die ook over seksualiteit publiceerde. Hij studeerde voor en na de Tweede Wereldoorlog interieurvormgeving aan de Nieuwe Kunstschool en verwierf daarna aanvankelijk faam met spectaculaire etalages die onder zijn leiding bij de Bijenkorf werden ingericht. Zijn carrière zette hij voort vanuit zijn ontwerpbureau BRS Premsela Vonk, dat hij samen met binnenhuisarchitect Jan Vonk had opgericht. Premsela’s katoenen lusjestapijt en z’n sobere Lotek-lamp (1982) kregen icoonstatus.

Maar vooral was Premsela ook een bruggenbouwer, initiator en bestuurder die, met het belang van (toegepaste) kunst en esthetiek voorop, mensen bij elkaar bracht en zo nieuwe samenwerkingen initieerde. De met Premsela bevriende choreograaf Hans van Manen meende overigens in een interview dat Premsela “al die activiteiten echt niet zomaar [doet]. Want natuurlijk is hij een ijdele man.

Hij vervult de meeste van die functies niet omdat hij een Barmhartige Samaritaan of een Florence Nightingale is, helemaal niet. Hij doet het ook om er wat voor terug te krijgen en dat bedoel ik in de meest positieve zin. Hij wordt beter van al die functies doordat hij meer inzicht in zichzelf krijgt, in z’n eigen drijfveren en motieven, want daar is hij naar op zoek, net als iedereen.”

Niet allen in de design-wereld deed de bestuurder Premsela van zich horen. Van 1962 tot 1971 was hij voorzitter van het COC, dat tot zijn aantreden in hoge mate in het verborgene had gewerkt. Hij verrichtte in deze functie baanbrekend werk voor de homo-emancipatie in Nederland. Maar reeds veel eerder, namelijk al vanaf 1947, had Premsela zich ingezet voor de gelijkberechtiging van homoseksuelen. Kort na de oorlog was hij al betrokken bij de “Shakespeare Club,” waaruit in 1949 het COC voortkwam. In een interview zei Premsela ooit: “Om te provoceren zei ik wel eens: ‘Dat gejammer van die homoseksuelen! Wees blij dat je wordt gediscrimineerd, dan moet je tenminste bewust nadenken over jouw plaats in het leven.’” Misschien vormde deze zelfreflectie een van de achtergronden dat het COC in 1964 onder zijn voorzitterschap zichtbaarder naar buiten begon te treden.

Premsela had op 30 december 1964 als eerste homo in Nederland het lef op de Nederlandse televisie te verschijnen zonder onherkenbaar te zijn gemaakt. Met oudjaar werd het VARA-programma Achter het Nieuws daardoor het gesprek van de dag. Naar aanleiding van een tentoonstelling over Premsela die in 2008 in het Amsterdamse Stadsarchief plaatsvond verklaarde de toenmalige COC-voorzitter Frank van Dalen: “Het COC was tot de komst van Benno Premsela als voorzitter ondergronds na de oorlog. Vandaar dat hij hamerde op gelijke rechten voor homoseksuelen en ageerde tegen discriminerende wetgeving. Zijn grootste verdienste was dat hij homoseksualiteit zichtbaar heeft gemaakt, nogal letterlijk, door er openlijk voor uit te komen en er en public over te praten. Hij was ook een van de weinigen die zich niet onder een schuilnaam, maar onder eigen naam als lid inschreef. Nu, in onze tijd gaat de strijd om een mentaliteitsverandering in het collectief bewustzijn. De doelen verschillen, maar de essentie van de strategie - zichtbaarheid - is dezelfde gebleven.”


‘Zo-zijn’ en travestie

Zichtbaarheid kon zeker ook Heymans niet worden ontzegd, zowel privé als professioneel. De functionele en “less is more” ontwerpen van Premsela contrasteren sterk met de flamboyante wereld van couturier Max Heymans. Al als kleine jongen in zijn geboortestad Arnhem, waar hij opgroeide in een joods milieu, liep Max in het weekend graag verkleed door het huis, onder andere in de kleding van zijn moeder. In deze jongensjaren maakte hij ook zijn eerste creaties met het verknippen van zijn moeder’s kleding. De Arnhemse modewinkels ontging zijn talent niet en toen hij pas dertien jaar was, “werkte” hij al als etaleur bij drie modezaken. Na het overlijden van zijn vader in 1933 verhuisde Max met zijn moeder naar Amsterdam.

In de hoofdstad ging hij aan het werk als hoedenmaker en eind jaren dertig verkocht hij zijn creaties via Maison de Bonneterie en Nieuw Engeland. Daarnaast werkte hij weer als etaleur, nu bij de joodse modewinkel Hirsch & Cie. Hij opende ook zijn eerste salon aan het Muntplein. Toen hij in 1940 getuige was van de arrestatie van twee joodse jongens, besloot hij onmiddellijk onder te duiken. Via zijn vriend kreeg hij materialen en verkocht hij zijn creaties. Op 30 augustus 1945 hield Heymans zijn eerste modeshow in het restaurant van het American Hotel aan het Leidseplein. Veel van de creaties die daar werden getoond had Heymans gemaakt van de kleding van zijn moeder, die kort voor de bevrijding in Bergen-Belsen was overleden.

Heymans keek vooral naar Parijs, waar de couture ver voor lag op die in Nederland, en in het bijzonder naar zijn grote voorbeeld Coco Chanel. Met een eigen draai wist Heymans Franse couture geschikt te maken voor de Nederlandse vrouw. Bovendien gaf hij couture in Nederland een belangrijke nieuwe status door zich als kunstenaar-couturier te profileren.

Zijn autobiografie Knal (1966) werkte taboedoorbrekend, want hij schreef hierin niet alleen over zijn mode-activiteiten, maar vooral ook onverbloemd over zichzelf, over zijn “zo-zijn” en over zijn voorliefde voor travestie. Knal is geïllustreerd met  eigen tekeningen en veel foto’s, waaronder een aanzienlijk aantal van zichzelf verkleed als vrouw.

Daarnaast bevat het boek ook foto’s van indertijd beroemde actrices als Hetty Blok, Conny Stuart, Mary Dresselhuys, Caro van Eyck, Charlotte Köhler, Josephine van Gasteren en anderen in zijn creaties. Tot op hoge leeftijd bleef Heymans, ondanks een slechte gezondheid, ontwerpen en modeshows organiseren, onder andere in restaurant Le Garage van Joop Braakhekke, die er tijdens deze laatste jaren ook voor zorgde dat Heymans goed werd verzorgd en dagelijks te eten kreeg.

De paden van Premsela en Heymans kruisten elkaar regelmatig, ze onderhielden vriendschappelijk contact en hadden grote waardering voor elkaars talent.

Hun nalatenschap is verbonden met het Joods Historisch Museum: tussen 1985-1987 gaf Premsela met zijn bureau BRS Premsela Vonk vorm aan het museum op zijn huidige locatie. Van Heymans verwierf het museum een aantal ontwerpen evenals persoonlijke stukken. In de tentoonstelling is een ruim overzicht van hun ontwerpen te zien naast persoonlijke documenten.

Ook zijn er bijzondere items, zoals het zilveren speldenkussen van Heymans, een miniatuur prototype van een boekenmolen van Premsela en vroege schetsen uit Premsela’s periode aan de Nieuwe Kunstschool. Gedurende de expositie organiseert het museum verschillende evenementen, waaronder een themamiddag over homo-emancipatie.



In samenhang met de expositie verschijnt begin december bij uitgeverij Waanders te Zwolle het boek Benno Premsela & Max Heymans: Vormgeving, couture en homo-emancipatie in naoorlogs Nederland, geschreven door Yvonne Brentjens en Maaike Feitsma in samenwerking met Mirjam Knotter. Deze geïllustreerde paperback telt 144 pagina’s en kost € 24,95, ISBN 9789462620643.


Joods Historisch Museum,
Nieuwe Amstelstraat 1, 1011 PL Amsterdam
Dagelijks (ook in het weekend) geopend van 11.00 tot 17.00 uur
www.jhm.nl



 









Rubrieken:


















Meer uit Theater, Kunst & Expo
Meer uit nummer 292
Meer van Redaktie





Bronx


Well known gay shop

meer info |visit


Man to Man


Cinema ticket valid all day
With darkroom!

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media