Back to Top
Zondag 17 Dec
86036 users - nu online: 1083 people
86036 users - nu online: 1083 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
De prins op het witte doek deel 3: Censuur, innuendo en tragiek


door Caspar Wintermans in Films & boeken , 28 april 2015

This article is also available in English


William Wellman’s van 1927 daterende epos Wings is in meer dan een opzicht opmerkelijk. Het was de eerste film die een Oscar in de categorie best motion picture ontving; een van de eerste films waarin naaktheid te zien viel (rekruten die medisch worden gekeurd, staan in hun blootje met hun rug naar de camera); het was bovendien een van de eerste films waarin een man een andere man hartstochtelijk zoent.

Jack en Dave dienen tijdens de Eerste Wereldoorlog als piloot in het Amerikaanse leger. Laatstgenoemde, achter de vijandelijke linies neergestort, maakt zich van een Duits vliegtuig meester waarmee hij wil terugkeren naar zijn basis. Zijn makker vermoedt niet wie het toestel bestuurt; hij schiet het uit de lucht, waardoor hij Dave dodelijk verwondt.

Hun afscheid is dramatisch en gaat met omhelzingen, strelingen en tranen gepaard. “Je weet dat er voor mij niets ter wereld méér betekent dan onze vriendschap?” vraagt Jack. En Dave antwoordt: “Ik heb het altijd geweten.” Waarop hij onstuimig door Jack wordt gezoend, en sterft. De dode wordt door zijn kameraad opgetild en weggedragen met een intense ontroering die herinnert aan de mooiste piëta’s uit de Renaissance.

Wings ging niet over homo’s - de helden zijn hetero’s die dingen naar de hand van hetzelfde meisje -, maar het kán niet anders of deze scène, knap geacteerd door knappe acteurs, moet op homoseksuelen destijds een diepe indruk hebben gemaakt (en op al die veteranen die aan het front hadden ervaren hoe hecht de band tussen militairen kan zijn). De figuranten in de film en het grote publiek vonden de kus ten afscheid overigens niet belachelijk of aanstootgevend. Van “tegennatuurlijke” passie was hier immers geen sprake. Het zou nog lang duren voordat twee verliefde mannen elkaar op het witte doek konden zoenen zonder dat dit leidde tot negatieve reacties van andere personages en van de dames en heren in de zaal.


‘Het heidendom floreert’

In 1915 had het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaald dat filmproducenten uitsluitend werden gemotiveerd door winstbejag. Op het in de grondwet verankerde recht op vrije meningsuiting konden zij zich derhalve, anders dan bijvoorbeeld krantenuitgevers, niet beroepen, een oordeel dat de weg baande voor de invoering in enkele staten van filmcensuur-comités. Hollywood maakte zich hierover ernstige zorgen en koos voor zelfregulering, ook al omdat het ongeregelde privé-leven van sommige filmsterren geregeld kopij leverde aan de roddelpers. De bonzen lieten weten dat een aantal zaken door de droomfabriek niet, of met de grootst mogelijke omzichtigheid, in beeld zouden worden gebracht. Handel in drugs, intieme relaties tussen blanken en kleurlingen, “suggestieve” (dat wil zeggen: zinnenprikkelende) naaktheid, elke verwijzing naar “seksuele perversiteit,” en het respectloze gebruik van Gods naam alsook krachttermen als “Hell!” en “Damn!” waren taboe.

De katholieke hoofdredacteur van The Motion Picture Herald ging dat nog niet ver genoeg. Met een pater Jezuïet stelde hij een document op dat als uitgangspunt diende voor de Motion Picture Production Code die in 1930 van kracht werd en aan cineasten duidelijke beperkingen oplegde met betrekking tot onder meer de uitbeelding van homoseksualiteit. De filmindustrie moest de traditionele waarden van het gezinsleven hooghouden; gezagsdragers en geestelijken konden niet worden bespot, misdaad mocht nooit lonen, een kus niet langer duren dan drie seconden.

Het was een andere katholiek, Joseph Ignatius Breen, die in 1934 aan het hoofd kwam te staan van de toen opgerichte Production Code Administration. “Wij Amerikanen,” verklaarde hij, “zijn een huiselijk en gezond volk. Absurde levensbeschouwingen, smerige seks-scènes, goedkope grappen en gore dialogen zijn niet gewenst. Fatsoenlijke mensen houden daar niet van, en het is onze taak te verhinderen dat ze het te zien krijgen.” Twee decennia lang zou Breen regisseurs, producenten en scenaristen achter hun broek zitten en hun dwingen tot het aanbrengen van vérgaande wijzigingen in de scripts en tot coupures die de films er niet beter op maakten.

Onthullend was wat deze groot-inquisiteur zich ooit liet ontvallen in een brief aan een priester. Hollywood, schreef hij, was “een verrot stelletje verachtelijke lieden die niets respecteren behalve geld verdienen. Hier floreert het heidendom in zijn meest giftige vorm. Dronkenschap en ontucht zijn er aan de orde van de dag. Seksuele perversiteit viert hoogtij. Heel wat regisseurs en sterren zijn homoseksueel. Vijfennegentig procent van deze gasten zijn Joden uit Oost-Europa. Waarschijnlijk zijn ze het schuim der natie.” Lust U nog peultjes?


Tussen de regels

Naast de bemoeienissen van Breen waren er nog die van de katholieke National League of Decency, voortgekomen uit het episcopaat en geleid door een Jezuïet die de scenarioschrijver Gore Vidal zich nadien herinnerde als “een haai. Ik zal hem zo’n vijf keer hebben ontmoet  [tijdens de productie van Suddenly, Last Summer in 1959]. ‘Dit kunt U niet zeggen, dat kunt U niet zeggen...’ Het was alsof je werd gecontroleerd door het Kremlin, alsof je schreef voor de Pravda.”

Hollywood moest zich deze inmenging laten welgevallen, want de Kerk dreigde, indien medewerking uitbleef, met een boycot. Als de kudde vanaf de kansel werd verboden bepaalde films te gaan zien, zou dat heel wat minder kassa’s laten rinkelen. Het was een machtsstrijd die in het kielzog van de seksuele revolutie ten slotte in het nadeel van de liga zou worden beslecht.

De filmstudio’s hebben van meet af aan geprobeerd zich te bevrijden uit het keurslijf van verstikkende voorschriften. Zoals Vidal opmerkte: “Je leerde om tussen de regels te schrijven.” Suddenly, Last Summer ging over homoseksualiteit. Het woord werd in de film niet genoemd; maar wie niet stokdoof en stekeblind was, begreep heel goed dat Sebastian een zwak had voor zijn eigen geslacht.

Het is dus niet zo dat homoseksuele personages niet voorkwamen in Amerikaanse films. Ze hebben nooit op het appèl ontbroken, zij het dat ze aanvankelijk figureerden in de marge, als komische noot, beantwoordend aan de clichés (die aldus werden versterkt) van oppervlakkige, slappe kereltjes, modegekken met - sedert de introductie van de geluidsfilm in 1927 - veelal een ridicuul, hoog stemgeluid; niet serieus te nemen zonderlingen die doorgaans de kost verdienden als binnenhuisarchitect of couturier. Deze geparfumeerde typetjes vormden het roze contrast waartegen de “normale,” mannelijke man zo voorbeeldig en geruststellend afstak. Jonge homo’s-in-de-kast, in de bioscoop gezeten naast hun om deze scènes schaterlachende vaders en broers, zullen hierdoor niet zijn aangemoedigd bij thuiskomst hun lidmaatschap van de club ter sprake te brengen.



Dubbelzinnig

Veel humoristischer, want subtieler, waren de verwijzingen naar homoseksualiteit in films als Red River, een western die in 1948 in roulatie werd gebracht. Twee cowboys, gespeeld door John Ireland en Montgomery Clift, stijgen op een zeker moment af van hun paarden.

“Mooi wapen heb je daar,” zegt Ireland, een blik werpend op de holster van Clift. “Laat eens zien.”

De (biseksuele) Clift kijkt Ireland ondeugend-verleidelijk aan en wrijft met zijn duim over zijn rechter neusvleugel alvorens zijn revolver tevoorschijn te halen en hem zwijgend aan zijn vriend te overhandigen. Deze is duidelijk onder de indruk van het speelgoed.

“Wil je het mijne zien?” vraagt hij aan Clift die het glimlachend beetpakt.
“Weet je,” vervolgt Ireland, “er zijn maar twee dingen mooier dan een goed wapen: een Zwitsers horloge en een vrouw. Heb je ooit een... Zwitsers horloge gehad?”
“Vooruit, probeer maar,” zegt Clift, en de cowboys nemen een leeg bierblikje op de korrel.
“Hey, dat is erg goed!”
“Hey, hey, dat is ook niet slecht. Vooruit, ga door.”

Het dubbelzinnige van deze scène ontging de censors geheel.

Minder hilarisch was het lot dat de eerder genoemde Sebastian trof in Suddenly, Last Summer. Hij werd door Spaanse dorpsjongens aan stukken gescheurd, het soort ontknoping dat voor homoseksuele personages in Amerikaanse films eerder regel dan uitzondering werd. Hun bestaan kon niet worden genegeerd - het Kinsey-rapport uit 1948 had aangetoond dat seks tussen mannen veel vaker voorkwam dan tot dan toe gedacht -, en het hoefde ook niet langer te worden genegeerd sinds de herziening van de Motion Picture Production Code in 1961 homoseksualiteit had geschrapt van de lijst van verboden onderwerpen; maar op het witte doek leefden homo’s en lesbiennes vooralsnog lang noch gelukkig.

Vito Russo, auteur van The Celluloid Closet: Homosexuality in the Movies, gaf in zijn boek uit 1981 een overzicht van wat zij in films voor de kiezen kregen: kogelregens, messteken, vergif en de strop. Zelfmoord was een logische conclusie voor deze zielenpieten, gebrandmerkt vanaf hun geboorte. Zoals Martha (gespeeld door Shirley Maclaine) het verwoordt in The Children’s Hour (1961): “Ik ben schuldig! Snap je het dan niet? Ik kan het niet verdragen dat je me aanraakt en dat je naar me kijkt! Oh, het is allemaal mijn fout! Ik heb zowel jouw leven als het mijne geruïneerd! Ik zweer je dat ik het niet wist! Het was niet mijn bedoeling! Oh, ik voel me zo verdomd ziek en smerig! Ik kan er niet meer tegen!” En dus verhangt ze zich.


Onbegrip

Wie een film wilde maken waarin homo’s voor de verandering eens niet als freaks werden afgeschilderd en waarin kritiek werd geleverd op de rechtsongelijkheid waaronder zij gebukt gingen, kon rekenen op onbegrip en weerstand. Dirk Bogarde, die in Victim (1961) de rol vertolkte van een homoseksuele, met chantage geconfronteerde advocaat, herinnerde zich dat een jurist, betrokken bij het opstellen van de contracten, na lectuur van het script verklaarde zijn handen te willen wassen, terwijl de acteurs tijdens de opnames vijandigheid van technische medewerkers bespeurden.

Een criticus schreef dat deze Engelse film “goedkeuring van de homoseksuele praktijk” impliceerde. Dat vond hij “aanstootgevend.” Nergens, klaagde hij, werd de boodschap uitgedragen dat “homoseksualiteit een ernstige, maar dikwijls geneesbare neurose is die de biologische basis van het leven zelf ondermijnt.” De toeschouwers hadden ook nog steeds moeite met het nuanceren van hun geborneerde opvattingen. In Sunday, Bloody Sunday (1971) kust hoofdrolspeler Peter Finch een jongeman vol op de mond. Het publiek stokte de adem in de keel. Sommige bioscopen weigerden de film te vertonen. De zangeres Shirley Bassey, een vriendin van Finch, liet weten dat die scène haar misselijk had gemaakt en haar had genoopt de zaal te verlaten...

Een andere trend was om homo’s op te voeren als sadisten, psychopathische verkrachters en moordenaars die aan het eind van het verhaal op hun beurt gruwelijk worden afgeslacht. Absoluut dieptepunt was wel de onsmakelijke film Cruising uit 1980, die aanleiding gaf tot massale protesten van de inmiddels opgekomen homo-beweging die bij monde van Ronald Gold verklaarde het helemaal te hebben gehad met “het stelletje intolerante figuren die zich beroepen op hun constitutionele recht om hun haat van ons te etaleren.”

Samenvattend kun je stellen dat homo’s tot in de jaren tachtig over het algemeen in films werden neergezet als lachwekkend, meelijwekkend en/of afschrikwekkend. Van het conservatieve Hollywood mochten mannen die van mannen hielden nog weinig verwachten, maar dat betekende niet dat ze verstoken bleven van bewegende beelden die hun ogen streelden met mannelijk schoon - mits ze beschikten over een projectiescherm en een goedkope projector waarmee ze hun thuisbioscoop konden inrichten. Leven in de brouwerij kwam in deze barre tijden onder meer vanuit een voormalig mortuarium te Los Angeles, het hoofdkwartier van een onvermoeibaar naaktleverancier. Zijn naam was Bob Mizer.


(Wordt vervolgd)



 









Rubrieken:


















Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 284
Meer van Caspar Wintermans





The Web


Friendly & hot cruise bar

meer info |visit


Black Body


Fetish wear for men

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media