Back to Top
Dinsdag 21 Nov
86023 users - nu online: 1186 people
86023 users - nu online: 1186 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
De prins op het witte doek deel 2: Anders dan de anderen


door Caspar Wintermans in Films & boeken , 10 april 2015


Kort na de Eerste Wereldoorlog reisde pater Marinus Mathias van Grinsven door de onlangs geproclameerde Weimarrepubliek. In een treincoupé stortte een katholieke vakbondsman zijn hart bij hem uit. Het ging niet goed met Duitsland sinds de keizer het veld had geruimd. “Met God en Zijn gebod houdt men geen rekening meer,” kreeg Van Grinsven te horen.

“In de theaters en bioscopen, gewoonlijk overvol, wordt de prostitutie in al haar geilheid getoond, wordt zelfs propaganda gemaakt voor de meest onnatuurlijke zonden van ontucht. Men schroomt voor niets meer. De brutaliteit zegeviert.”

In het verslagen, uitgeputte en getraumatiseerde land was de censuur opgeheven, en cineasten profiteerden van de kans die hun geboden werd om zonder overheidsbemoeienis te voorzien in de amusementsbehoefte van mensen die wel toe waren aan een verzetje. Films als Die Nackten, Das Paradis der Dirnen, Sklaven der Sinnlichkeit en Hyänen der Lust brachten veel geld in het laatje. De regisseur Richard Oswald echter wilde met zijn werk méér bieden dan louter tijdverdrijf. Hij onderkende de educatieve mogelijkheden van het medium en nam contact op met de seksuoloog Magnus Hirschfeld om met hem een film te maken die pleitte voor rechtsgelijkheid en begrip voor homoseksuelen. Zoiets was nog nooit vertoond.

Hirschfeld was beroemd en berucht. Hij had in 1897 het Wissenschaftlich-humanitäre Komitee mede opgericht dat vruchteloos campagne voerde om paragraaf 175 geschrapt te krijgen, het artikel uit het Wetboek van Strafrecht dat seks tussen mannen (met uitzondering van mutuele masturbatie) incrimineerde. “Uraniërs” vormden volgens de arts “het derde geslacht.” Hun aanleg was aangeboren, niet aangeleerd; hun recht op liefde en op de fysieke uiting daarvan even fundamenteel als dat van heteroseksuelen. Deze minderheid was niet minderwaardig. Het werd hoog tijd dat ze, na eeuwenlange vervolging door Kerk en Staat, uit het verdomhoekje kwamen. Het moest nu maar eens áfgelopen zijn met de verachting en de discriminatie, en het moest vooral afgelopen zijn met de afpersing waarvan homo’s in Duitsland en elders het slachtoffer waren. Dat was de boodschap van Oswald’s film, Anders als die Andern, die op 31 mei 1919 te Berlijn in première ging.


Niet ziek of misdadig

Hoofdpersoon is de vioolvirtuoos Paul Körner (gespeeld door Conrad Veidt). Hij bemint zijn jonge leerling, Kurt Sivers, die zich niet van de geaardheid van zijn leermeester bewust is. Deze beperkt zijn aanhankelijkheidsbetuigingen namelijk tot een sporadische omarming; hij sublimeert zijn verlangens. Eros beweegt zich enkel op het pedagogische vlak.

Uit een terugblik blijkt dat Körner’s “anders-zijn” hem al in zijn jeugd in moeilijkheden bracht. Op kostschool beschermde hij een getreiterde kameraad; toen hij hem in de slaapzaal aan zijn borst drukte, werden ze door een leraar betrapt die ervoor zorgde dat de (in matrozenpak gestoken) Paul van het internaat werd gestuurd. Als student concentreerde hij zich op zijn tentamens; meisjes van plezier, bij wie hij door jaargenoten werd geïntroduceerd, wierpen vergeefs hun charmes in de strijd, terwijl ook een hypnotiseur er niet in slaagde de musicus van zijn homoseksuele aanleg te “genezen.” Meer baat had Körner bij een bezoek aan een psychiater - gespeeld door Hirschfeld zelf - die hem verzekerde dat hij ziek noch misdadig was en hem aanspoorde zoveel mogelijk van zijn leven te maken.

Helaas gooit Franz Bollek nu roet in het eten. Körner had ooit geprobeerd hem te verleiden. Sindsdien wordt hij, hoewel er van seks tussen hen nooit sprake was geweest, door de crimineel gechanteerd. Bollek verraadt aan Kurt Sivers dat Körner “geperverteerd” is en insinueert dat er achter diens vriendelijkheid sinistere bedoelingen schuilen. Gechoqueerd verbreekt de jongen hierop elk contact met zijn docent. Körner klaagt Bollek aan wegens afpersing, wat hemzelf een gevangenisstraf oplevert die het einde van zijn muzikale loopbaan betekent. Hij pleegt zelfmoord; de toegesnelde Kurt wil zijn voorbeeld volgen, maar wordt door Hirschfeld gemaand zich in plaats daarvan in te zetten voor de emancipatie van homo’s.


‘Psychische braakneigingen’

De film sloeg in als een bom. In sommige bioscopen werden tranen van ontroering vergoten. Hirschfeld ontving talrijke brieven van uraniërs die zich getroost en gesterkt voelden en hem hun coming-out in familie-kring aankondigden. Duizenden bezoekers werden geraakt door wat Hirschfeld in een sleutelscène had uitgeroepen: “Moge de wetenschap triomferen over vooroordelen, recht over onrecht, en mensenliefde over mensenhaat!” Maar niet iedereen was ingenomen met deze verlichte voorlichting.

Her en der kwam het tot opstootjes. “Moeten wij Duitsers ons dan door de Joden laten besmeuren? Hoe durven ze ons zoiets voor te schotelen? Waar blijft hier de wetenschap?” werd er in een theater gebruld, en er dienden suppoosten aan te pas te komen om de oproerkraaiers te verwijderen. De recensent van de Frankfurter Zeitung beweerde dat Anders als die Andern hem “psychische braakneigingen” gaf, terwijl een professor in de kunstgeschiedenis - toch een vak waarbij het op observatie aankomt - de film, zonder hem gezien te hebben, als “zeer onfatsoenlijk” bestempelde.

Men had hem verteld dat tijdens een vertoning in de hoofdstad enkele soldaten, “die waarachtig niet tot de meest preutsen behoren,” de zaal onder protest hadden verlaten, “begeleid door het gegrijns van rassenvreemde bezoekers die ostentatief bleven zitten om deze delicatesse tot het einde toe te kunnen genieten.”

Uit deze citaten blijkt dat er een duidelijk verband werd gelegd tussen de thematiek van de film en de makers ervan. Immers: Oswald was een Jood. Hirschfeld was een Jood. Sodomie was “typisch Joods.” “Onze lieve Joden,” schreef een Hamburgse krant, “zijn de ‘anderen dan anderen!’” Naast dit onverholen racisme was ook het ultra-nationalisme een factor van betekenis bij de kritiek waaraan regisseur en medisch adviseur werden blootgesteld.

In de eerder genoemde scène had Hirschfeld erop gewezen dat de Code Napoléon praktiserende homoseksuelen ongemoeid liet. Daar viel natuurlijk geen speld tussen te krijgen, maar dat de erfvijand Frankrijk als voorbeeld ter navolging werd aangeprezen, wekte grote verontwaardiging. Het “decadente” land had de Duitsers er na de gruwelijkste oorlog uit de geschiedenis onder gekregen, Franse troepen hielden de linker Rijnoever bezet; en in een tijd dat het gedecimeerde herenvolk zich met het oog op de toekomstige revanche had toe te leggen op de voortplanting, kweekte de (pacifistische!) dwaas Hirschfeld bij de bioscoopgangers nog begrip ook voor die steriele viespeuken waartoe volgens hem de grootste koning van Pruisen, Frederik de Tweede, moest worden gerekend! Het liep werkelijk de spuigaten uit.

Hirschfeld ondervond aan den lijve hoezeer hij gehaat werd. Na een lezing in München werd hij op straat bespuwd, met stenen bekogeld en in het ziekenhuis geslagen waar hij een week bleef om van een hersenschudding te genezen. Kranten maakten melding van zijn overlijden; die berichten werden nadien gerectificeerd. “Onkruid vergaat niet,” constateerde Die Jugendzeitung met spijt.

Toen de arts uit het hospitaal werd ontslagen, was de herinvoering van de censuur alweer een feit. De regering had, niet in de laatste plaats wegens de heibel waar Anders als die Andern toe had geleid, op 15 april 1920 tot de instelling van een filmkeuringscommissie besloten, die al snel de openbare vertoning van Oswald’s pionierswerk verbood. De seksuoloog Albert Moll was blij met dit besluit. Deze film, schreef hij, suggereerde dat homoseksualiteit iets normaals, ja, iets “wenselijks” was, en vormde daarom een gevaar voor jongeren die door het zien ervan wel eens zouden kunnen worden aangemoedigd te “kiezen” voor een homoseksueel bestaan. Dat was ook het argument dat in Nederland tegen voorstellingen van Anders dan de anderen werd ingebracht. “Er kan,” waarschuwde een journalist, “besmetting van dezen aanleg uitgaan, d.w.z. dat een niet direct homosexueel aangelegde of een onbewust zwak homosexueel aangelegde zich ontwikkelt tot een dergelijken toestand, welke, hoe men ook de publieke opinie tot medelijden tracht te stemmen, het individu van veel gezond levensgenot moet berooven.”


Ophef in Den Haag

Opmerkelijk genoeg kon Anders dan de anderen in het Rotterdamse Astoria-theater in januari 1920 twee weken lang draaien zonder problemen, in Amsterdam zelfs drie weken. In Den Haag vond in het Centraaltheater eerst een vertoning plaats voor politie-functionarissen en artsen; burgemeester Patijn, eveneens uitgenodigd, was verhinderd.

Jonkheer Mr. Jacob Anton Schorer, een bondgenoot van Hirschfeld en oprichter van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee, hield een inleiding waarin hij de aanwezigen verzekerde dat de film “niets extra-sensationeels, niets indecents” bevatte - lieden die er “een lage zinnenprikkeling [in] zoeken, zullen bedrogen uitkomen,” stelde hij terecht -, en waarin hij de hoop uitsprak dat het Haagse publiek kon worden geattendeerd op het grote onrecht dat homoseksuelen door “verkeerde wetgeving” werd aangedaan. De projector werd gestart, en de film werd goedgekeurd.

Maar na één enkele voorstelling kwam het bericht dat de burgemeester het “sociaal-hygiënisch drama” alsnog verbood. Patijn bediende zich daarbij van artikel 188 van de Gemeentewet, dat hem de bevoegdheid verleende in te grijpen als er in theaters of bioscopen iets werd geprogrammeerd wat strijdig was met de openbare orde of de zedelijkheid. Schorer’s teleurstelling laat zich indenken. Hij vermoedde dat het christelijk raadslid Van As op Patijn had ingepraat en nam het laatstgenoemde zeer kwalijk dat hij zijn besluit had genomen zonder de film te hebben gezien.

In het confessionele kamp werd gejuicht, met name door pater Van Grinsven. Maar ook een neutrale krant als Het Vaderland was opgelucht dat de bestrijding van het “bioscoop-bolsjewisme” nu serieus werd aangepakt. Men vond het trouwens wel érg toevallig dat men, kort na het uitstorten over het publiek, in de gewraakte rolprent, van een “lading van prikkeling en zwoelheid,” werd opgeschrikt door de onthulling van het zogeheten “Haagse zedenschandaal.” “’t Is alsof de schuldigen met deze film zich tegen mogelijke ontdekking van hun duister drijven hebben willen dekken.” Die insinuatie schoot Schorer in het verkeerde keelgat. Hij benadrukte dat zijn comité niet het initiatief tot de vertoning van de film had genomen en dat het treurig was dat zelfs een “gematigd orgaan” als Het Vaderland dergelijke samenzweringstheorieën verspreidde.

Eén ding was wel heel duidelijk geworden: de homo-emancipatie had nog een lange weg te gaan. De maatschappelijke afkeer van de uraniërs was diepgeworteld en werd fanatiek gecultiveerd. In zijn roman Het masker uit 1922 voert Charley van Heezen (het pseudoniem van Joannes Henri François, een vriend van Schorer) zijn lezers mee naar de foyer van de Haagse bioscoop waar dames en heren tijdens de pauze discussiëren over hun indrukken van Anders dan de anderen:
“‘Ik vind het walgelijk, de heele geschiedenis.’
  ‘En,’ voegde een ander er aan toe, ‘zooals de kranten terecht zeggen, voor jongeren gevaarlijk.’
  ‘Ik begrijp niet, dat ze ’t toelaten,’ meende een derde, ‘’t is weerzinwekkend; ik heb veel lust weg te gaan.’

Eén vrouwenstem protesteerde:
  ‘Ik heb er maar een woord voor: zielig. Stel, dat je eigen jongen...’
  ‘Ik zag hem liever dood,’ betoogde de eerste spreker, haar man blijkbaar, want zij scheen te schrikken van den harden blik in zijn oogen.
Een andere vrouw lachte.
  ‘Verdiepen jullie je er toch niet verder in. Het is immers onmogelijk om, als fatsoenlijke menschen, zoo’n gedegenereerd exemplaar als kind te krijgen.’”

In het “geregenereerde” Duitsland van Adolf Hitler wist men met Hirschfeld en Oswald wel raad. Beide mannen moesten emigreren; de arts naar Frankrijk (waar hij stierf in 1935), de regisseur naar Amerika. De nazi’s vernietigden elk exemplaar van hun film. Slechts een fragment, ongeveer een derde van het origineel, bleef als door een wonder gespaard en werd in 2006 uitgebracht op dvd. Het oogt gedateerd en aandoenlijk. Een monument van lef waaraan we veel hebben te danken. De eerste klassieker van een gloednieuw genre: de gay cinema.



(Wordt vervolgd)



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 315, 2017






RoB
Leather, Rubber, Twisted Gear











Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 283
Meer van Caspar Wintermans





Mister B Antwerp


Mister B's second Franchise store

meer info |visit


People Direct


Zelfstandig werkende Escortboys | Self employed escortboys

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media