Back to Top
Zaterdag 29 Apr
85884 users - nu online: 1357 people
Gay News : Editie : 282 : De prins op het witte doek - I

Printervriendelijke Pagina  

De prins op het witte doek - I

door Caspar Wintermans in Films & boeken , 03 maart 2015


“We made love like tigers until dawn.” De duizenden min of meer hysterische dames die in 1926 te New York de begrafenis van Rudolph Valentino bijwoonden, zouden onthutst hebben gereageerd op het bovenstaande dagboekfragment waarin hun idool een vrijage met een jongeman beschreef. “De held van millioenen vrouwen en meisjes” (zoals De Telegraaf hem typeerde), de ster van films als The Sheikh en A Rogue’s Romance, was biseksueel.

voor Christian van Limburg

En soms een beetje traag van begrip. Toen zijn lijk lag opgebaard en zijn geest tussen de treurenden rondliep, verbaasde het hem dat zijn vrienden hem niet herkenden, ja, hem negeerden; ten slotte drong tot hem door dat hij gestorven was. Een medium dat zijn ex-echtgenote in de arm genomen had, maakte na een seance van deze bizarre ervaring gewag. Ze verklaarde bovendien dat Valentino aan gene zijde een contract had gesloten; met wie werd in het midden gelaten. Vreemd, de eeuwige rust was voor de acteur blijkbaar niet weggelegd.


‘Zuster Film... blijf kuisch’

Zijn populariteit en die van zijn beroemde collega’s was menigeen een doorn in het oog. De arts Willem Bernard Huddleston Slater, auteur van Ik hèb geen man! en Ja, ik wil! Levensgeluk in huwelijk en liefde, kwam in 1922 tijdens een lezing voor de “Vereeniging Geloof en Wetenschap” in Den Bosch te spreken over de risico’s welke de film met zich meebracht. “De moreele inzinking der maatschappij,” zei hij, “komt voor een aanzienlijk deel op rekening van het bioscoopgevaar.” Een medewerker van het katholieke dagblad De Tijd deelde zijn bezorgdheid en schreef vijf jaar later:

“Naast de perverse mode moeten wij op de onkuische film wijzen, als een minstens even groote zedenbederfster. De zedenlooze film is één der grootste oorzaken van het meer en meer tot uiting komende gemak, waarmede men de grenzen van het 6e en 9e gebod overschrijdt. Hoeveel physieke wrakken moeten de directe oorzaak van hun ellende niet wijten aan de machtige filmindustrie, die door hare vele producten, waarin de onkuischheid onder min of meer bedekten vorm optreedt, de zoo noodige geestelijke wilskracht doodt en het sprekende geweten verdoezelt? Het is ontstellend, welk een funeste gevolgen de cinematografie voor geloof en zeden heeft. [...] Kon hier worden geschreven over het mislukte leven van zoo vele jongelieden, die, ten gevolge van slechts één enkele film (’t was een product van het nachtleven te Parijs) geloof en zeden verloren en nu hun leven uitleven als... de film. [...]

Wij mogen onze oogen niet sluiten voor wat het witte doek dag in dag uit, in bijna alle steden en dorpen, den mensch belieft voor te houden; wij mogen onze ooren niet stoppen voor het gezoem der duizenden machines die het kwaad der onkuischheid, vaak in verheerlijkten vorm, voor een lichtgeloovig publiek afdraaien; wij moeten, wil onze actie tegen het zich uitbreidende en opdringende zedenbederf nut hebben, den oorlog voeren tegen hèn, die in hun studio’s het kwaad uitbroeden en ensceneeren.”

De journalist besloot zijn jeremiade met de oproep: “Zuster Film... blijf kuisch.”


‘Ongeoorloofde liefdes’

Zijn wantrouwen jegens het nieuwe medium werd in het verzuilde Nederland ook gevoeld door de protestanten, die - zoals de Beeldenstorm uit 1568, de sobere, om niet te zeggen kale inrichting van hun kerken en hun ellenlange preken bewezen -  sowieso aan het woord de voorkeur gaven boven het beeld. Ze hadden een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Bioscoopwet (1926) die voorzag in de oprichting van een Centrale Commissie voor de Filmkeuring, gevormd uit wijze mannen die voortaan bepaalden welke films wel en welke films niet mochten worden vertoond, en hoe oud men moest zijn om een specifieke film te kunnen bekijken. Over hun procedures zwegen ze als het graf; over hun besluitvorming kon niet worden gecorrespondeerd.

Hoewel de Commissie voortvarend aan de slag ging en in vele films, voor zover ze niet werden verboden, coupures liet aanbrengen, bedongen roomse parlementariërs dat in Brabant en Limburg het werk van de Commissie nog eens dunnetjes mocht worden overgedaan door de Katholieke Film Centrale (KFC), die in de periode 1929-1940 maar liefst 450 films afkeurde die eerder van de Commissie het groene licht hadden gekregen. De bisschoppen ondersteunden dit initiatief van harte en maanden de beminde gelovigen de zogeheten “filmbelofte” af te leggen waardoor men zich verbond alleen die films te gaan zien die volgens het KFC niet strijdig waren met het fatsoen. Nog in de naoorlogse jaren werden katholieken in het Zuiden des lands aldus gevrijwaard voor “ongeoorloofde liefdes,” “te ver gaande ontkleding” en “onbehoorlijke smijt- en stoeipartijen.”

Nu prikkelt niets de nieuwsgierigheid van pubers en adolescenten zozeer als de verzekering dat sommige vormen van vertier voor hen niet geschikt zijn. Verboden vruchten smaken het best. En als je er wat ouder uitzag dan je in werkelijkheid was, kon je, zeker in de grote stad, meestal wel een bioscoopkaartje bemachtigen.

X - we noemen hem zo, want zijn naam is helaas niet overgeleverd - was dertien toen hij tijdens het interbellum een film zag met Rudolph Valentino in de hoofdrol. Hij had eigenlijk nog vijf jaar moeten wachten alvorens hij kon worden toegelaten, maar hij was al flink uit de kluiten gewassen en hoefde zich niet te identificeren. De voorstelling zou zijn leven veranderen. “Ik ontvlamde in liefde voor hem [Valentino] en rustte niet eerder of ik moest een album hebben met al zijn foto’s. Menigmaal bekeek ik deze tot diep in den nacht, zonder er genoeg van te krijgen.” De Hollywood-ster had hem bewust gemaakt van zijn seksuele geaardheid.

Het lijkt me aardig te vertellen hoe het met X is afgelopen. Zijn belevenissen bevatten namelijk alle ingrediënten van een melodrama uit de oude doos, zij het dat er geen diva in optreedt. Se non è vero, è ben trovato!


‘Welke jongen zou dit kunnen weerstaan!’

Kort nadat hij zijn hart aan Valentino verpand had, bezocht X het circus. Daar was het of hij “een electrischen schok” kreeg, want in een van de loges zag hij een heer van een jaar of vierentwintig die als twee druppels water leek op de aanbeden acteur. Wat zich in de piste afspeelde, ontging X geheel; hij fixeerde de man en holde toen het pauze was naar de stallen waar hij door het voeren van koekjes aan de pony’s zijn gemoedsrust wilde hervinden. In plaats daarvan werd hij er “aan den grond genageld”; hij trof er de intrigerende bezoeker die hem op een consumptie trakteerde. “Herhaalde malen moest hij mij er opmerkzaam op maken, dat de limonade er stond om te worden gedronken, want ik keek steeds naar hem. Daar hij geheel alleen was vroeg hij mij of hij in de zaal naast mij mocht komen zitten.”

Emilio - zo heette de heer - bood X na de voorstelling aan hem in zijn auto naar huis te brengen, wat X een goed idee vond (“Welke jongen zou dit kunnen weerstaan!”); hij stapte echter iets eerder uit en zei Emilio adieu. Daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Toen X op maandagmiddag de school wilde verlaten, zag hij hoe de conciërge in gesprek was met een in uniform gestoken chauffeur. Deze, door de conciërge op X geattendeerd, liep naar hem toe, nam zijn pet af en vroeg X hem te volgen naar de auto waar “Meneer op [hem] wachtte.” De verbaasde X werd naar een slee geleid met een nummerbord van het corps diplomatique. Op de achterbank zat Emilio, die toegaf X op zaterdag naar diens woning te hebben geschaduwd en zijn achternaam op het bordje aan de voordeur te hebben gelezen. Twee dagen later was hij de jongen naar school gevolgd. Wilde hij nu een lift? X stapte in. “Gedurende den geheelen tocht naar huis, die circa twintig minuten duurde, kon ik mijn oogen niet van hem afwenden en na afloop beloofde ik hem, nadat hij er mij om gevraagd had, dat ik in het vervolg met hem in zijn auto naar en van huis zou rijden.” Het is curieus dat de ouders van de scholier dat blijkbaar gedoogden.

Emilio, als militair attaché aan een legatie verbonden, was verrast te vernemen dat X nog veertien moest worden, want hij had hem (net als de kaartverkoper in de bioscoop) veel ouder geschat. Tijdens een zomers uitstapje kon X zich “plotseling niet meer beheerschen”; hij viel Emilio snikkend om de hals en bekende smoorverliefd op hem te zijn. Een aangename verrassing voor de buitenlander, die ook “zoo” was en met wie X “de schoonste jaren van [zijn] leven beleefde.”



‘Verderfelijke inwerking’

Deze idylle, die trouwens niet platonisch bleef, werd rond 1930 wreed verstoord toen Emilio door zijn vader, minister van Defensie, van zijn post ontheven werd en bevel kreeg Nederland te verlaten. Protesten hadden geen enkel effect. X deed zijn minnaar uitgeleide naar de haven. Ze waren wanhopig. Aan boord van de stoomboot nam Emilio een poeder in dat hem moest vrijwaren van zeeziekte (zei hij). “Hij greep mijn linkerhand (zooals dat de gewoonte is bij padvinders, wat wij beiden waren) en dronk in één teug. Nauwelijks had hij het glas geledigd of hij viel op den vloer. Op mijn gillen kwamen menschen toegesneld; de dokter kon slechts den dood constateeren. De poeder was een direct werkend vergif geweest.” X kwam dit verlies nooit te boven. Hij verbleef zes maanden in een sanatorium, deed een poging tot zelfmoord en stortte zich op het boksen, wielrennen en paardrijden om weer in balans te geraken. “Met Emilio,” schreef hij, “is al mijn geluk in mijn leven verdwenen.” En hij besloot: “Volhouden tot het bittere einde, dat is het lot van ons geteekenden.”

Zijn relaas, in 1939 door Benno Stokvis gepubliceerd in De Homosexueelen: 35 autobiographieën, is interessant omdat het, zoals gezegd, de rol belicht die de film kon spelen bij het seksuele ontwaken van minderjarigen. De zedelijkheidsapostelen van de KFC en aanverwante organisaties zouden Valentino mede verantwoordelijk hebben gesteld voor de “ontsporing” van X. Bleek “de verderfelijke inwerking van het trilbeeld” niet zonneklaar uit zijn lotgevallen? En als een film met een heteroseksuele plot al zo’n schade kon aanrichten, hoeveel groter waren dan niet de risico’s die kleefden aan een film over homo’s?! Toen een dergelijke rolprent in 1920 werd geïmporteerd, had je in Den Haag de poppen aan het dansen.


(Wordt vervolgd)








 
gerelateerd
Gay cinema in prespectief op schrift

Roddel Nieuws

Brief uit Brussel: Marketing en pr van rolmodellen










Er heeft niemand gereageerd, jij misschien?


De prins op het witte doek - I

Reageer:

Reactie:
Je naam: ip 23.20.219.0















Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 309, mei 2017














Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 282
Meer van Caspar Wintermans





HotSpot Bar


The bar with the 'campy' music videos

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren