Back to Top
Woensdag 22 maart
85861 users - nu online: 1665 people
Gay News : Editie : 280 : De beproevingen van een ‘brutaal flikkertje’

Printervriendelijke Pagina  

De beproevingen van een ‘brutaal flikkertje’

door Xavier van Beesd in Films & boeken , 12 januari 2015


Op 4 augustus 1972 schreef Gerard Reve onthutst en woedend aan de acteur Willem Nijholt: “als ik er ooit iets van merk dat je je met zwarten afgeeft, en ze toestaat je te onteren, dan trap ik je echt in elkaar, begrijp je dat, en zal ik met mijn hielen op de grond je mooie jongenshanden verbrijzelen & gloeiend spekvet, met kanen en al, in je krent gieten.” De geadresseerde was niet zo’n verwoede correspondent als Reve.

Bovendien wist hij waarschijnlijk dat hij diens theatrale verbale uitbarstingen met een grote korrel zout moest nemen. Toen Reve’s “Aanbeden geile blonde wrede hoer” een paar dagen later op enkele brieven reageerde, negeerde hij dan ook het dreigement van de schrijver. Mocht hij zich wel tot een reactie geroepen hebben gevoeld, dan had hij eenvoudig kunnen tegenwerpen dat hij zich had laten inspireren door de geschiedenis van Fonsje en Frankie in Reve’s eerder dat jaar verschenen De Taal der Liefde.

Deze geschiedenis is een van de “bedsprookjes,” om een kenschets van Gerrit Komrij te gebruiken, die het ik-personage (“Wolf”) zijn bedpartner Woelrat ter verhoging van beider seksuele opwinding vertelt, en die de inhoud van deze roman vormen. Als ze weer eens tussen de lakens zijn beland, probeert Wolf Woelrat willig te maken door hem vleiend voor te houden: “Wat voor broek jij ook aanhebt, ik moet kijken. Iedereen moet kijken, en huivert, en wil voor je knielen, en jongens aan je geven, allerlei jongens: [...] ook een negerjongen, een heel mooie, die ik ken trouwens, en die verscheidene blanke jongens en jongemannen tot nu toe straffeloos onteerd heeft.”

Als Woelrat vervolgens reageert dat hij “wel een beetje geil” wordt, vraagt Wolf: “Van de zwarte, die negerjongen?” Deze blijkt niet het onderwerp van Woelrat’s opwinding te zijn, maar is dat duidelijk wel van diens kompaan, want na in zijn fantasieën enige omwegen genomen te hebben, belandt hij weer bij hem. Wolf verhaalt dat hij Woelrat een dure sportauto heeft gegeven en vervolgt dan: “Je rijdt dus weg in die auto, Woelrat. [...] Dan zie je die negerjongen staan wachten, bij de ambachtsschool. Hij wacht op een blonde jongen van 17½ [...] Die blonde jongen op de ambachtsschool is heel mooi, al lijkt hij wat traag en sloom. [...] Die negerjongen heeft hem een keer met zijn schorre ontuchtige stem heel brutaal aangesproken in een cafetaria en hem met allerlei praatjes meegetroond naar een bos en daar bevoeld en heel banale liefkozende dingen tegen hem gezegd [...]. Zo kreeg die negerjongen macht over die lieve blonde jongen, want die vond het wel fijn dat die zwarte zoveel werk van hem maakte.”

Zoals dat waarschijnlijk in de realiteit ook zou gebeuren bij een fantasie die tijdens het vertellen gestalte krijgt, komen details hapsnap naar voren en wordt het verhaal soms onderbroken door zijpaden of tussenvoegingen als: “Mag ik mezelf begeleiden met mijn hobo d’amore?” We leren uiteindelijk dat de zwarte jongen “wel een mooie jongen” is, dat hij vierentwintig is en dat hij Frankie heet. Pas daarna vernemen we dat “die blonde schat” Fons heet: “Ja, want hij was wel blond, maar hij had een heel mooie, donkere stem. Fonsje.” In het vertelsel blijft Woelrat de twee jongens observeren: “je zag hun vier heuveltjes schuiven en bewegen terwijl ze naast elkaar voortliepen.

Fonsje zijn zwarte fluwelen broek zat heel mooi om zijn lieve ronde jongenskont. [...] En toen zag je iets anders, Woelrat... Je zag, dat links midden op het zitvlak van Fonsje zijn zwarte fluwelen broek, precies midden op zijn linker jongensheuvel, een klein rond scheurtje met een gat zat. Het was op zijn linker billetje, en hij liep links, dus dat gaatje, dat scheurtje, dat betekende iets aangaande hemzelf. Je wist nu, tot hoe ver hij zich had laten vernederen. Je wist nu, dat hij geschonden was, en dat die zwarte Frankie hem had... onteerd, Woelrat. Onteerd.”


Homo-propaganda

Vooral in de jaren zestig waren de expliciete evocaties van homoseks in Reve’s werk aan felle kritiek onderhevig. Zo kon de criticus Willem Brandt in Op Weg naar het Einde (1963) “weinig meer dan een warhoofdig, smoezelig en troebel geschreven homofiel-apologetisch traktaatje” zien en kenschetste prof. dr. G.A. Lindeboom Nader tot U (1966) als “een van homosexuele geilheid druipend en met schuttingwoorden doorspekt werk.” K.L. Poll meende echter - in 1966! - dat Reve een bijdrage leverde “aan de liberalisering van het denken door zijn propaganda voor de homoseksuele liefde.” Velen, waaronder ook veel homo’s, zullen zich, zowel toen als nu, hebben afgevraagd of Reve’s oeuvre als “propaganda” kan worden beschouwd.

Niet te ontkennen valt echter dat (jonge) homo’s die een bevestiging van hun erotische verlangens zoeken, in zijn boeken een ongegeneerde beschrijving vinden van homoseksuele liefde en lust, die niet gepaard gaan met schuldgevoelens, of eindigen met zelfmoord zoals veel buitenlandse literatuur uit de jaren zestig en zeventig, en waarin seks een belangrijke rol speelt. Het is mogelijk dat de omstandigheid dat zulke onverhulde beschrijvingen van homoseks te vinden zijn in het werk van een schrijver die onbestreden tot de officiële canon van de Nederlandse literatuur behoort ertoe heeft bijgedragen dat in Nederland nooit een markt van geschreven homoporno is ontstaan. Waarschijnlijker is echter dat deze lacune vooral het gevolg is van de geringe omvang van het Nederlandse taalgebied en dat schrijvers en uitgevers daarom geen brood zagen in deze niche.

Aan deze situatie kwam radicaal een einde toen Eric Kollen in 2013 het eerste deel publiceerde van zijn Jongenssprookjes, een titel die overigens identiek is aan het etiket dat I. Sitniakowsky de inhoud van Reve’s Lieve Jongens (1973) opplakte. Op 16 november werd in het Betty Asfalt Complex het derde deel van Kollen’s Jongenssprookjes gepresenteerd. Omdat op deze dag ook de intocht van Sinterklaas in Amsterdam plaatsvond, kregen de bezoekers van de presentatie de gelegenheidsuitgave Het warenhuis cadeau.

Kollen omschrijft deze novelle als “literaire Zwarte-Pieten-porno,” wat overigens metaforisch moet worden opgevat, want de zwarte mannen in zijn verhaal zijn echte zwarte mannen en geen geschminkte bleekmuiltjes. Hij zegt erover: “Fantasieën over zwarte mannen zijn zonder meer een klassieker in de homo-erotische literatuur; het heeft me dan ook verbaasd dat Zwarte Piet tot nog toe de dans is ontsprongen. Nu de kwestie zo actueel is, ben ik er maar eens goed voor gaan zitten.” Hij heeft zijn vertelling gesitueerd in de jaren tachtig, toen, aldus de flaptekst, “het vrolijke kinderfeest nog niet gebukt ging onder verwijten van racisme en politieke incorrectheid, en de enkeling die bezwaar maakte tegen de figuur van Zwarte Piet nog luchtig werd weggelachen.”


Een sprookjesprins wakker gekust

De hoofdpersoon van Het warenhuis is Fons, een jongen van eenentwintig die zijn homoseksualiteit verborgen heeft gehouden. Op de middelbare school voelde hij zich de enige en tijdens zijn eerste jaar aan de universiteit “waren er maar drie openlijke homo’s geweest,” en die “waren ‘de meer intellectuele figuren’ zoals Fons ze noemde, en ze liepen nog altijd met van die grote jaren-zeventig-snorren.” Alleen hieruit al blijkt dat Het warenhuis een sprookje is, want het is zeer onwaarschijnlijk dat een student in de jaren tachtig niet een veel diverser homo-assortiment aan een Amsterdamse universiteit ontmoet zou hebben. Net zoals het noodlot wel heel erg tegen moet werken als iemand toentertijd bij een timide eerste bezoek aan een homokroeg uit het uitgebreide bestand juist dat café uitzoekt waar, zoals Fons overkomt, de clientèle bestaat uit “oudere heren [...] met gelooide gezichten en opgeföhnde kuiven en met ver opengeknoopte overhemden waardoorheen hun grijze borsthaar naar buiten kwam woekeren, gedecoreerd met gouden kettingen.” Door al deze tegenslagen heeft Fons zijn lusten vooral met de eigen hand bevredigd en zijn maagdelijkheid bewaard.

Als een sprookjesprins die wakker wordt gekust, verandert Fons’ leven op slag als hij gaat werken op de boekenafdeling van een warenhuis, dat veel overeenkomsten vertoont met de hoofdstedelijke Bijenkorf. Het is voor Fons een grote verrassing “dat verreweg de meeste mannelijke werknemers van het warenhuis homoseksueel bleken te zijn. [...] De beveiligers vormden de grote uitzondering: die leken stuk voor stuk hetero te zijn.” Dit is echter niet het enige wat deze beveiligers onderscheidt: “waar het verkooppersoneel voor het overgrote deel wit was, werkten er bij de beveiliging opvallend veel Surinamers en Antillianen.” En juist “donkere mannen hadden Fons altijd geïntrigeerd, zo lang als hij zich kon herinneren.”

Deze mededeling roept natuurlijk de vraag op of Kollen de naam van zijn hoofdpersoon willekeurig heeft gekozen, of dat die een stille hommage is aan de Fons uit De Taal der Liefde. Want Kollen’s Fons mag iets ouder zijn Reve’s Fons, hij zou graag diens lot delen. Aangezien Fons in het warenhuis ineens deel van de meerderheid uitmaakt, ziet hij geen reden meer zich in te houden. Zijn gedrag wordt flamboyanter en hij laat geen gelegenheid onbenut de beveiligers avances te maken en uit te dagen. Ook zet hij alles in het werk om er bij de controle, die het personeel aan het eind van de dag willekeurig moet ondergaan om winkeldiefstal te voorkomen, uitgepikt te worden en door de beveiligers gefouilleerd te worden. Als Fons op de avond van 4 december een onbetaald “vulpotlood [...] van zes gulden negentig” in zijn borstzak heeft om enige zenuwachtigheid te vertonen, is het eindelijk zover. Het alarm gaat af en “er gebeurde iets wat [Fons] nog nooit had meegemaakt, in zijn hele leven niet: binnen twee, hooguit drie seconden was zijn pik kei- en keihard.”


Geile beproevingen

Hij wordt naar het kantoortje meegevoerd door de zwarte beveiligers Howard en Stanley, Fons’ favoriet, en een avond en nacht vol beproevingen nemen een aanvang waarin Fons definitief en genadeloos zijn maagdelijkheid verliest. Al voordien had Fons zich gerealiseerd dat als Stanley bij eventueel fouilleren “letterlijk stuitte op de vleesgeworden hitsigheid van dat brutale flikkertje van de boekenafdeling, dat altijd naar hem liep te loeren en hem het bloed onder de nagels vandaan haalde met zijn dubbelzinnige toespelingen, [...] dat dat te ver zou gaan.” En precies dit gebeurt: hij wordt gefouilleerd, en als de beveiligers zijn steigerende erectie ontdekken onderzoeken ze hem ook anaal.

Hij wordt vernederd en wordt op z’n billen geslagen tot die vuurrood zijn, met de hand overigens en niet met een roe. Hoewel Fons door schaamtegevoelens overweldigd wordt, uiten die zich vooral in een constante erectie, die de lust en het leedvermaak van de beveiligers verder aanwakkert. Ver na sluitingstijd wordt hij vervolgens met ontbloot onderlijf aan een om z’n pik gebonden stropdas door het halfduistere warenhuis naar de dameslingerie-afdeling gevoerd, waar hij witte netnylons moet aantrekken, die zijn vernedering compleet maken en zijn geilheid tot nog grotere hoogte voeren, evenals die van de beveiligers die, zoals dat in porno gebruikelijk is, formidabel geschapen zijn, en in zijn mond ongegeneerd bevrediging zoeken.

Dat is echter nog niet voldoende. Op de woonafdeling leert Fons wat werkelijke overgave betekent als Stanley en Howard hem niet alleen nogmaals oraal nemen, maar hem ook anaal definitief en grondig een lesje leren. Fons erotische vuurproef vindt zijn finale in de vide van het warenhuis, waar zijn collega’s hem de volgende ochtend in ongehoorde omstandigheden aantreffen...

Kollen’s beschrijvingen van Fons’ beproevingen schreeuwen erom geciteerd te worden, maar ik wil toekomstige lezers niet hun genoegens roven. Sommigen zullen beweren dat Kollen’s novelle racistisch is en politiek incorrect omdat hij zwarte mannen als superviriele seksmachines portretteert. Vreemd genoeg wordt dit bezwaar nooit gemaakt als, bijvoorbeeld, blauwogige, blonde - zeg maar: Germaanse - twinks met hun wulpse billen weerloze mannen tot geile wanhoopsdaden drijven, wat ook de etnische afkomst van hun schepper is. De fantasie is nu eenmaal grenzeloos en houdt zich niet aan politiek correcte voorschriften. Laten we dat maar accepteren.


Het warenhuis telt 64 pagina’s en is niet in de handel. Kopers van minstens twee delen Jongenssprookjes krijgen het boekje echter cadeau bij enkele geselecteerde winkels en in de webwinkel van de schrijver op www.jongenssprookjes.nl.








 






Er heeft niemand gereageerd, jij misschien?


De beproevingen van een ‘brutaal flikkertje’

Reageer:

Reactie:
Je naam: ip 54.145.183.43















Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 307, March 2017














Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 280
Meer van Xavier van Beesd





Club Church


Cruise Club with theme-nights and darkroom

meer info |visit


Eriks gay Bed and Breakfast


Quiet clean bedroom and Dutch breakfast for one guest

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
RSS Issuu
Abonneren
zelfstandige Escortboys
CMI
Neem contact op
Adverteren