Back to Top
Zaterdag 29 Apr
85884 users - nu online: 1360 people
Gay News : Editie : 274 : Gered door de Centauren

Printervriendelijke Pagina  

Gered door de Centauren

door Marc van Bijsterveldt in Films & boeken , 30 juni 2014


Half paard, half mens, iedereen kent wel de enigszins bizarre verschijningsvorm van de centaur, een figuur uit de Griekse mythologie. Centauren worden meestal afgeschilderd als brute, beestachtige wezens, vaak gewapend met een boog of knuppel. Wat doet deze wildeman in de titel van een bundel over “zijpaden van de mannenliefde”?

Het antwoord komt in de laatste bijdrage van Kentaurenliebe: Seitenwege der Männerliebe im 20. Jahrhundert door literatuurhistorica Marita Keilson-Lauritz. In een opstel met de titel “De liefde van de Centauren” (“Die Liebe der Kentauren”) vertelt zij het verhaal van de pedagogisch-erotisch bevlogen Wolfgang Frommel en Wolfgang Cordan (pseudoniem van Wolfgang Horn). Beide mannen hebben in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld bij de onderduik van enkele Joodse jongelingen, onder meer in een huis aan de Amsterdamse Herengracht. Maar over die geschiedenis verderop meer.

Frommel en Cordan, gepassioneerde liefhebbers van de jeugd, gaven elkaar de toevoeging “centaur” als eretitel. Daarbij namen zij een bijzondere centaur als voorbeeld: de wijze Chiron, die teruggetrokken en afgezonderd van de andere centauren leefde. Hij was – en daar zit de link met de klassiek geïnspireerde levenshouding van Frommel en Cordan – de leraar-opvoeder van verschillende Griekse helden. Onder andere van Achilles, de belangrijkste held uit de Trojaanse Oorlog en de hoofdpersoon in het boek van Homerus, de Ilias. Het tweetal Chiron-Achilles siert het omslag van Keilson’s bundel, als verwijzing naar een belangrijk verbindend element van de verschillende bijdragen: de pedagogische eros.

De zelfbenoeming als “centaur” door Frommel en Cordan draagt een duidelijk statement in zich. Beide heren voelden zich verwant met het Hellenistische ideaal van de innige band tussen man en jongeling. Daarmee namen zij in zekere zin (want niet expliciet uitgesproken) stelling in het debat dat de begintijd van de homo-emancipatie kenmerkte, en waarover ook het eerste opstel uit deze bundel gaat. Keilson-Lauritz promoveerde in 1997 op de geschiedenis van het Duitse tijdschrift Der Eigene en weet alles van deze vroege periode. Er was in grote lijnen sprake van twee “kampen.” Het ene is dat van seksuoloog Magnus Hirschfeld, die met een biologisch-medisch begrippenapparaat betoogde dat homoseksuelen een soort “tussenvorm” halverwege man en vrouw vertegenwoordigden.

De meer politiek georiënteerde mannen achter Der Eigene benadrukten vooral het mannelijke en het typische “verbond tussen mannen” (of eerder: mannen en knapen), waarbij ze zich beriepen op idealen uit de klassieke, Griekse cultuur. Hoewel Frommel noch Cordan zich ooit heeft geafficheerd als “homoseksueel,” waren zij in hun doen en laten bij uitstek representanten van deze laatste visie op de intense band tussen mannen, ouder en jonger.

En de centaur waardoor zij zich lieten inspireren mocht dan wel wijs zijn, het viriele aspect van de mythologische figuur – zeg maar een vermenselijkte hengst – was een minstens zo belangrijk aspect van het imago dat ze zich ermee wilden aanmeten. Mietjes waren ze beslist niet!





Homostudies avant la lettre

In de bundel is veel ruimte voor de literatuurwetenschapper Keilson-Lauritz. Ze is een erg soepele schrijver, dus ook de meer “technische” verhandelingen – bijvoorbeeld in “Der Tod und der Knabe,” over het klassieke dodendansthema in Der Eigene – lezen prettig weg. Ook de beschouwing over het liefdesconcept “übergeschlechtige Liebe” van de dichter Stefan George (is het een seksualiteit die aan het geslachtelijke voorbijgaat of een erotiek die veel méér omvat dan het geslachtelijke, dus juist ook het seksuele?) is zeker niet alleen maar interessant voor de fijnproevers. Maar de meest fascinerende bijdragen zijn toch wel de zeer goed gedocumenteerde biografische schetsen. Het spitwerk door Keilson-Lauritz leidt tot prachtige opstellen, waarin ze relevante homo-historische verhalen aan de vergetelheid onttrekt.

Neem het verhaal van Hans Dietrich Hellbach, die in 1930 als drieëntwintig-jarige in Leipzig promoveerde op Die Freundesliebe in der deutschen Literatur. Een lastig te vertalen woord, Freundesliebe, maar de connotatie is er een van een innige band die verder gaat dan kameraadschap. Keilson-Lauritz noemt het proefschrift van Hellbach – dat overigens verscheen onder het pseudoniem “Dr. Hans Dietrich” – een staaltje homostudies avant la lettre. (Verlag rosa Winkel heeft de tekst in 1996 herdrukt als deel 9 in de serie Homosexualitat und Literatur.) In haar verhaal vertelt Keilson-Lauritz gedetailleerd de levensgeschiedenis van Hellbach, leraar en “gewoon getrouwd” maar in zijn pedagogische verhoudingen kennelijk behoorlijk erotisch gericht. Zo krijgt hij in 1938 met de politie te maken na een verdenking van verboden handelingen met een jongeling, maar een bevriende gravin redt hem door te getuigen dat zij “het” met hem heeft gedaan. Waarna Hellbach overigens als leraar meteen gelazer krijgt met de onderwijsautoriteiten, vanwege “overspel met een getrouwde vrouw”...

In 1943 is het weer raak, als een Hitlerjongen hem aanklaagt wegens “ontucht,” overigens na zich uitgebreid te hebben laten fêteren op uitjes en ander vermaak. Dit keer ontkomt Hellbach niet aan het tuchthuis, waar hij door zijn echtgenote regelmatig wordt bezocht. Na de oorlog verdient hij korte tijd de kost als barpianist en vertegenwoordiger, maar in de jaren vijftig komt hij toch weer aan de bak als leraar. Helaas is hem dit genoegen niet lang gegund. Op de leeftijd van vijftig jaar overlijdt hij na complicaties bij een onschuldige ingreep in het ziekenhuis.In de korte tijd van zijn naoorlogse leraarschap heeft hij zijn reputatie als bevlogen pedagoog echter stevig gevestigd.

Keilson-Lauritz weet veel getuigenissen uit de eerste hand te achterhalen, overigens niet alleen in deze bijdrage over Hellbach. Dat heel persoonlijke maakt vooral de biografische schetsen in haar bundel zo fascinerend. De grote en minder grote historische figuren komen prachtig tot leven. De lezer krijgt een interessante inkijk in een inmiddels volledig verloren gegane wereld waarin de erotisch bezielde verhouding tussen ouder en jonger op zijn merites wordt beoordeeld – namelijk vanuit de zeer persoonlijke, liefdevolle belangstelling voor de opgroeiende jongeling – en niet als een bron van gevaar of een onwaarachtige dekmantel van een onbetamelijke wellust. In het geval van Hellbach uit zich dat bijvoorbeeld in een hartelijke herinnering van een van zijn leerlingen, inmiddels zelf docent: “Hij was een enthousiaste én inspirerende leraar. Het begrip ‘pedagogische eros’ was echt op hem van toepassing.” (“Er war ein begeisterter und ein begeisternder Lehrer, der Begriff vom ‘pädagogischen Eros,’ hier traf er zu.”)


Levensgevaarlijke moed

Een andere inspirerende bijdrage is het verhaal over de “levensgevaarlijke moed van professor Schoeps” (“der selbstmörderische Mut des Professor Schoeps”). Keilson-Lauritz schreef het opstel in 2009 op uitnodiging van zoon Julius Schoeps, die een bijeenkomst ter ere van de honderdste geboortedag van vader Hans-Joachim wilde organiseren. De schrijfster geeft toe zich aanvankelijk een beetje ongemakkelijk te hebben gevoeld om Schoeps op deze manier postuum te outen, maar de expliciete uitnodiging van zoon Julius vereerde haar ook. Het speurwerk dat ze vervolgens heeft uitgezet, leidt tot weer een pareltje van cultuur-historisch werk.

Het verhaal begint met het toetreden van de veertien-jarige Schoeps tot de progressieve Freideutsche Bund, een jeugdbeweging waarin jongensvriendschap heftig bloeide. Schoeps was een echte Pruis, maar ook Joods, en die combinatie werd met de opkomst van het Nazisme uiteraard almaar brisanter. Keilson-Lauritz schetst de Werdegang van de jonge, intelligente Schoeps tot de godsdienstwetenschapper die hij uiteindelijk zou worden. Vanaf 1950, terug van een “vrijwillige” ballingschap in Zweden, is hij hoogleraar Religions- und Geistesgeschichte aan de Universiteit van Erlangen. Steeds meer werpt hij zich op het thema homoseksualiteit. In 1960 schrijft hij onverbloemd dat homoseksualiteit wat hem betreft geen ziekte is, maar “een in de geestelijke structuur van de mens vervat oerfenomeen” (“ein in der seelisch-geistigen Struktur des Menschen angelegtes Urphänomen”).

Zijn stellingname wordt steeds politieker. In 1961 neemt hij het openlijk op voor Helmut von Grollmann, de formele vertegenwoordiger van de Bundeswehr bij het Duitse parlement, die verdacht werd van een relatie met een zeventien-jarige jongen. Schoeps wijst erop dat deze zaak alleen maar kan bestaan vanwege artikel 175 van de Duitse strafwet, destijds door de Nazi’s geïntroduceerd en na de oorlog zonder enig omhaal in stand gehouden. Schoeps vindt dat hij als vervolgde Jood een vergelijking mag trekken tussen het lot van zijn geloofsgenoten in de Nazitijd en de naoorlogse vervolging van homoseksuelen onder artikel 175. Hij verklaart dat hij zichzelf heeft beloofd nooit meer te zwijgen over onrecht.

En zwijgen doet hij inderdaad niet, want Schoeps blijft hameren op het onrechtvaardige van artikel 175, dat onderscheid maakt tussen hetero- en homoseksuele verhoudingen met minderjarigen (destijds onder de eenentwintig). Zijn niet aflatende strijdvaardigheid leidt in maart 1963 tot de (met bewondering gekleurde) karakterisering “zelfmoord-moed,” in een artikel in de Münchner Merkur. Met haar zorgvuldig uitgewerkte opstel eert Keilson-Lauritz de strijd van deze moedige man, en maakt aannemelijk dat hij vocht “als homoseksueel.” Inderdaad een vorm van “outing,” maar dan niet omwille van het schandaal, maar van de historische waarachtigheid. Geheel in overeenstemming met het motto van de Freideutsche Bund waar het allemaal begon voor Schoeps: “Waarachtigheid is ons doel” (“Wahrhaftigkeit ist unser Programm”).



Kring van Joodse jongens

In de laatste bijdrage komen we aan bij de eerder genoemde “Centauren” Frommel en Cordan. Ook hun moed laat zich niet snel overschatten, ook al ging het in hun geval veel letterlijker om een mogelijke – indirecte – zelfmoord. De beide pedagogen, geïnspireerd door een klassiek ideaal van een diepe, erotische verbinding met knapen en jongelingen, hadden in de vooroorlogse jaren een kleine kring van voornamelijk Joodse jongens om zich heen gevormd. Toen de grond in Duitsland onder hun voeten te heet werd, kwamen de beide Centauren successievelijk naar Nederland, waar ze elkaar uiteindelijk weer troffen aan de Herengracht. Hun onderduikadres heette Castrum Perigrini – de “burcht van de pelgrims,” een verwijzing naar de schuilplaats van de kruisridders in Palestina. Na de oorlog werd het de naam van een in Amsterdam gevestigde uitgeverij, die zich specialiseerde in Duitstalige uitgaven en een gelijknamig tijdschrift.

In hun voetsporen kwamen ook de jongelingen naar Nederland, die er op diverse plekken een onderkomen wisten te vinden. Sommigen waanden zich lange tijd veilig in de Quakerschool te Ommen. Toen de Jodenvervolging onder de Duitse bezetters serieuze vormen begon aan te nemen, meende de schoolleiding dat het beter was om zo min mogelijk lawaai te maken om de autoriteiten welgevallig te stemmen. Joodse studenten en medewerkers kregen de raad gewoon te blijven en niet onder te duiken, een advies dat de meesten uiteindelijk noodlottig is geworden. De Centauren schatten de situatie anders in en wisten vijf van de jongens uit hun kring te bewegen toch onder te duiken. En dat heeft ze inderdaad gered (ook al wist een van hen uiteindelijk toch niet uit handen van de Nazi’s te blijven).

Het verhaal van de Centauren en hun protégés leest als een spannend jongensboek. Maar het is ook een verhaal van spannende jongensvriendschap. Interessant is wat dat betreft met name de getuigenis van een van de jongens, Claus Bock, die als vijftien-jarige een “stormachtige erotische ontmoeting” met Frommel had gehad. Hij heeft zijn geschiedenis in Castrum Perigrini openhartig beschreven in Untergetaucht unter Freunden (“Ondergedoken met vrienden”). Ook de Nederlandse jongeman C.M. Stibbe heeft zeer positieve herinneringen aan de Centauren: “Vaak heb ik me afgevraagd wat er van mij geworden zou zijn, als ik niet op het beslissende moment – op mijn achttiende – de Centauren ontmoet zou hebben.”

In lijn met de toenmalige concepten van “homoseksualiteit” – die vanuit de Hellenistische idealen sterk intergenerationeel gekleurd waren – maar nogal in tegenspraak met de huidige relationele ideologie van “gelijkheid” – waarin intergenerationeel eerder gelijk staat aan “gevaar” – houdt Keilson-Lauritz het gewoon bij de waarneming. De onderduikers bewaren aan hun “centaurische redders,” die soms “wild” en soms “wijs” waren, in elk geval dankbare herinneringen.

En dat, besluit de schrijfster, is “eigenlijk wel het belangrijkste wat erover te zeggen is.” Indachtig de ondertitel van de bundel rijst ten slotte deze vraag: hebben we het hier eigenlijk niet gewoon over een van de hoofdwegen van de mannenliefde?




Marita Keilson-Lauritz, Kentaurenliebe: Seitenwege der Männerliebe im 20. Jahrhundert.
Hamburg: Männerschwarm Verlag, 2013, 184 blz., ISBN 9783863001384,
www.maennerschwarm.de

 








 
gerelateerd
‘Cheers Queers’! De Getto wordt 21

Openstelling huwelijk in Finland

Koningsdag bij Café ’t Mandje










Er heeft niemand gereageerd, jij misschien?


Gered door de Centauren

Reageer:

Reactie:
Je naam: ip 23.20.219.0















Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 309, mei 2017






People
Zelfstandige Escortjongens











Meer uit Films & boeken
Meer uit nummer 274
Meer van Marc van Bijsterveldt





The Queens Head


cosy and busy gay bar

meer info |visit


Ebab - locatie Prinsenstraat


Ebab, Enjoy Bed And Breakfast

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren