Back to Top
Zaterdag 24 Feb
86078 users - nu online: 1187 people
86078 users - nu online: 1187 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Gerrit Komrij op 68-jarige leeftijd overleden


door Hans Hafkamp in In Memoriam , 29 augustus 2012

This article is also available in English


Op 5 juli overleed Gerrit Komrij na een kort ziekbed in het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Komrij werd op 30 maart 1944 in Winterswijk geboren en verhuisde in 1963 naar Amsterdam, waar bij begon aan een studie Nederlands en Literatuurwetenschap, die hij echter niet zou afmaken. Een jaar na zijn vestiging in de hoofdstad ontmoette hij zijn geliefde Charles Hofman met wie hij in 1967 ging samenwonen en met wie hij de rest van zijn leven zou delen.

In 1968 debuteerde hij officieel met de bundel Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten. Hoewel Komrij met de gedichten in deze bundel tegen de poëtische tijdgeest inging, maakt een beginnende dichter doorgaans geen overweldigende indruk op het letterkundig toneel. Dit veranderde radicaal toen Komrij in 1972 uiterst scherpe kritieken voor Vrij Nederland ging schrijven.

Al vroeg maakte Komrij er geen geheim van dat hij van de herenliefde was, maar niet op de exuberante wijze van bijvoorbeeld zijn voorganger Gerard Reve, wiens werk vanaf de jaren zestig gekarakteriseerd wordt door homo-erotische lustfantasieën, “geheime openingen” en “fluwelen jongensheuvels.” Komrij oordeelde in 1974 over Reve’s oeuvre dat “al die ‘liefdes’ in de titels niets te betekenen hebben. Dat heeft alleen maar te maken met zijn ranzige behoefte zijn lul te steken in elk gat dat hij tegenkomt.” Enkele jaren voor deze veroordeling van zijn collega, vertelde hij een interviewer dat homoseksualiteit “een essentieel aspect” van zijn werk is, “nogal evident, vooral in de eerste bundel.” Toen ik eind jaren zeventig bezig was met de samenstelling van Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen: Bloemlezing uit de Nederlandse homo-erotische poëzie 1880-nu wilde ik daarin ook graag de cyclus Komrij’s patentwekker opnemen, die ik Komrij met dat karakteristieke stemgeluid had horen voorlezen op een Nacht van de poëzie in het Concertgebouw. Deze vier gedichten waren in 1974 in een uiterst beperkte oplage verschenen en niet gemakkelijk toegankelijk.  Toen ik Komrij om toestemming vroeg antwoordde hij vriendelijk maar negatief. Hij beschouwde deze gedichten blijkbaar als een frivoliteit die niet thuishoorde in het pantheon van de Nederlandse homo-erotische letteren. Later zou hij ze echter wel een plaats gunnen in de verzamelbundels Alle gedichten tot gisteren, die ter gelegenheid van zijn vijftigste en vervolgens zestigste verjaardag verschenen. Deze verzen geven een indruk van de manier waarop Komrij al vroeg in zijn carrière homo-motieven in zijn oeuvre verwerkte, niet expliciet maar als een vorm van camp.

De derde strofe van het eerste gedicht luidt:

 “Maar nu vond je een wekker uit, een tijdje /
Terug alweer, die ‘het’ geluidloos deed. /
Benodigdheden: een potlood of een krijtje, /
Een kaars uit Gouda en je eigen reet.”

 

En de derde strofe van het derde gedicht:

 “Laatst wilde je vroeg opstaan, en je schoof / 
Je wekker er wel zeven strepen diep /
In. Maar de vlam werd door een scheet gedoofd, /
Zodat je je, onaangeroerd, versliep.”

Het moge duidelijk zijn dat dit geen homo-gedicht in de klassieke zin is, maar een heteroseksuele auteur zou er niet over peinzen een zo artificiële versie van de anale solo-variant in zijn werk een plaats te geven, want dan kan hij net zo goed bekennen graag met een dildo geneukt te worden!

Van poëzie alleen kan een mens echter niet leven en Komrij bleef dus actief als prozaïst. Na een aantal jaren recente literatuur te hebben besproken, verlegde Komrij zijn werkzaamheden naar de essayistiek waardoor hij minder door de waan van de dag werd gedreven. Bovendien kon hij hierin zijn liefde voor antiquarische boeken een plaats geven. Ook in deze artikelen kwam homoseksualiteit met een zekere regelmaat aan bod. Zo publiceerde hij in zijn vaste column “Een en ander” in NRC Handelsblad als eerste in Nederland een reeks beschouwingen over homoseksuele tendensromans uit de eerste decennia van de twintigste eeuw, die in 1980 bijeen werden gebracht in de afdeling “Van de verkante keer” in de essaybundel Averechts. En in Vrij Nederland besteedde hij in een serie die later als Verzonken boeken (1986) gebundeld werd - ook weer als eerste in naoorlogs Nederland - aandacht aan de Franse schandaalroman Messes noires: Lord Lyllian (1905) door Jacques d’Adelswärd-Fersen, een boek dat sindsdien internationaal weer in de belangstelling is geraakt. Niet dat dit Komrij’s verdienste is, maar het geeft wel aan dat hij al vroeg oog had voor bepaalde verborgen aspecten van de homo-geschiedenis.

Na een aantal jaren liet Komrij de homohistorie achter zich, maar de herenliefde bleef frequent opduiken in zijn romans, gedichten, het toneelstuk Het chemisch huwelijk (1982) waarin de verhouding van een ouder homostel pijnlijk werd ontwricht door de komst van een schone jongeling, en een groot aantal beschouwingen, waarvan bijvoorbeeld de Mosse Lezing die hij op 17 september 2008 uitsprak en die vervolgens in De Groene Amsterdammer werd gepubliceerd voor de nodige commotie zorgde.

Helaas houdt ’s levens definitieve deadline doorgaans geen rekening met zulke banale deadlines als die van tijdschriften, waardoor deze herdenking vlak voor het ter perse gaan van dit nummer geschreven moest worden, zonder tijd voor herlezing, nader onderzoek en verificatie.

Komrij’s positie binnen de homocultuur verdient echter een veel uitgebreidere beschouwing dan deze losse notities. Het is te hopen dat iemand deze taak op zich neemt, waarvoor een lezenswaardige aanzet werd gegeven door Coen Peppelenbos in zijn essay “Over homoseksualiteit in het oeuvre van Gerrit Komrij,” dat in 2010 verscheen in het Komrij-nummer van het literaire tijdschrift Tzum (zie: www.tzum.info/2012/07/essay-over-de-homoseksualiteit-in-het-oeuvre-van-gerrit-komrij/).

[illustratiebijschrift]
Gerrit Komrij geportretteerd door zijn levenspartner Charles Hofman als frontispice voor de luxe editie van ‘Het schip De Wanhoop: gedichten 1964-1979’ (Amsterdam 1979) / Gerrit Komrij portrayed by his life companion Charles Hofman for the frontispiece of the deluxe issue of a 1979 edition of his collected poems  



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 319, maart 2018














Meer uit In Memoriam
Meer uit nummer 252
Meer van Hans Hafkamp





Pink Pijp & RB borrel


maandelijkse lokale bewoners borrel

meer info |visit


Gays&Gadgets


Gay Shopping for anything gay

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2018 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2018 Gay News ®, GIP/ St. G Media