Back to Top
Dinsdag 10 Dec
86388 users - nu online: 1366 people
86388 users - nu online: 1366 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 19 min. Printervriendelijke Pagina  
Chuck Renslow, zestig jaar boegbeeld van Chicago’s homo- en leerscene


door Hans Hafkamp in Scene , 25 november 2011

This article is also available in English
lengte: 19 minuten


In 1977 publiceerde de Amerikaanse homopionier Jack Nichols (hij haatte de omschrijving “leider”) in Gaysweek het artikel “Butcher Than Thou: Beyond Machismo” waarin hij zich te weer stelde tegen de “draai naar stoerheid” die hij in de homowereld waarnam. Hij beschouwde de toenemende zichtbaarheid van, bijvoorbeeld, de leerscene, zoals zijn biograaf J. Louis Campbell het samenvatte, “als een post-Stonewall reactie op travo’s, die de bedoeling heeft assertiviteit, strijdbaarheid en mannelijkheid te symboliseren.

Het imago werd door stedelijke homogemeenschappen gekopieerd als een nieuwe, aanvaardbaardere travestie. Het was alsof een herkenbare homo-militie in de straten patrouilleerde. Maar voor Nichols was het een nieuwe karikatuur [...], die de waarheid over de echte persoonlijkheid versluierde.”


Nichols had in de tweede helft van de jaren zestig naam gemaakt als auteur van de column “Homosexual Citizen,” die hij samen met zijn levenspartner Lige Clarke verzorgde in het commerciële underground heteroseksblad Screw, en ook als hoofdredacteur van GAY, het eerste homonieuwstijdschrift in de Verenigde Staten dat daadwerkelijk landelijke berichtgeving bevatte en dat Nichols leidde van 1969 tot 1973.

Ondanks deze kwalificaties getuigden Nichols’ opmerkingen over de leerscene, vriendelijk gezegd, van een zekere onkunde. Ze zijn dan ook waarschijnlijk niet in goede aarde gevallen bij Chuck Renslow, die in mei 1979 te Chicago de eerste editie van International Mr. Leather (toen nog Mr. International Leather geheten) organiseerde.

Deze wedstrijd geniet ondertussen wereldwijd faam en aanzien en Renslow is nog steeds een van de drijvende krachten erachter.

In 1988 herinnerde Renslow’s partner Dom Orejudos (beter bekend als de tekenaar Etienne) zich deze eerste editie als “een opwindend, verbazingwekkend schouwspel dat werd gepresenteerd met de zelfverzekerde glans van professionalisme en dat al werd gekarakteriseerd door een onmiskenbaar eigen karakter en stijl.

De wedstrijd ’s avonds was voorafgegaan door een weekend vol leerplezier en festiviteiten, die succesvoller waren geweest dan we hadden verwacht en werden bijgewoond door een indrukwekkend aantal erkentelijke leermannen die van heinde en verre naar Chicago waren gereisd om aan de feestelijkheden deel te nemen.”

In hetzelfde jaar dat Renslow International Mr. Leather in het leven riep, vierde hij zijn vijftigste verjaardag. Zijn creatie van deze ambassadeur voor de leerwereld was dan ook slechts een volgende stap in een indrukwekkende carrière, waarmee Renslow zijn stempel heeft gedrukt op de leer- en homoscene in Chicago, de Verenigde Staten en zelfs de gehele westerse wereld.

Het is dan ook een daad van eenvoudige rechtvaardigheid dat in mei dit jaar tijdens de IML het omvangrijke boek Leatherman: The Legend of Chuck Renslow door Tracy Baim en Owen Keehnen werd gepresenteerd. Deze journalistieke studie vormt een ware Fundgrube voor meer dan een halve eeuw leer- en homogeschiedenis.





Een vroegrijpe tiener

Charles George Renslow werd op 29 augustus 1929 geboren in Chicago, een stad die hij de rest van zijn leven trouw zou blijven. Al gedurende zijn jaren op de middelbare school leerde hij enkele relatief openlijk homoseksuele medestudenten kennen. Ook Renslow zelf lijkt nooit echt een probleem van zijn seksuele voorkeur te hebben gemaakt, wat hij toeschrijft aan de invloed van zijn grootmoeder die hem altijd voorhield: “Je moet doen wat je leuk vindt en zijn wie je wilt zijn.” Deze zelf-acceptatie was in die eerste na-oorlogse jaren bepaald opmerkelijk voor een tiener. Dit wil echter niet zeggen dat hij geen puberaal gedrag vertoonde.

Rond zijn vijftiende besloot hij dat hij nu een man was en hij liep van huis weg, niet zozeer om dat te ontvluchten als wel uit een verlangen naar avontuur. Hij reisde naar New York en toen daar zijn geld begon op te raken monsterde hij als scheepsjongen aan op een vrachtboot. Het avontuur duurde ongeveer vier weken, de tijd die het kostte om naar Southampton en terug te varen. Bij zijn terugkeer werd hij op de kade opgewacht door zijn moeder en een politieagent omdat hij bij zijn aanmonstering over zijn leeftijd had gelogen.


Na zijn terugkeer naar Chicago en de middelbare school, maakte hij daar kennis met Larry S., die ook tamelijk open over zijn verlangens was, in ieder geval tegenover jongens die hem interesseerden en Chuck behoorde daartoe.

De jongens hadden seks met elkaar, maar werkelijk belangrijk was de kennismaking met Larry’s broer Richard, op wie Chuck stapelverliefd werd: “Ik vond dat Richard zo mooi en zo fantastisch was en dat is het moment waarop ik werkelijk wist dat ik homo ben, want er was geen enkele twijfel dat ik hem wilde.”

De twee zestien-jarige jongens besloten samen te gaan wonen, maar voordat het zover was trok Richard bij Chuck in het ouderlijk huis in.
Chuck Renslow op zijn motor bij de leerkroeg Touché in 1978

Chuck’s moeder begon het ondertussen allemaal een beetje verdacht te vinden, want, zoals Baim en Keehnen het zo mooi samenvatten, “als twee gezonde zestien-jarige jongens samen een kamer en een bed delen, dan zal het moeilijk blijken te zijn het stil aan te doen.” Ze besloot om raad aan te kloppen bij de man van haar zuster, een dominee. Tot verrassing van Renslow’s moeder verzekerde haar zwager haar dat er niets mis is met homoseksualiteit en dat dat gewoon zijn aard is, zodat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Dit was in dit tijdperk een zeer opmerkelijke uitspraak van een geestelijke en heeft Renslow waarschijnlijk veel psychische kommer bespaard.

Omdat beide jongens naast hun school werkten en dus een inkomen hadden, konden ze inderdaad enige tijd later een appartementje betrekken. De relatie was echter geen lang leven beschoren, ook omdat Richard biseksueel was en dus ook andere erotische interesses najoeg. Toen hij Renslow na zekere tijd meedeelde dat hij bij de luchtmacht dienst had genomen en hun flat zou verlaten, zat er voor Renslow niets anders op dan weer een onderkomen te zoeken in het ouderlijk huis.


Ontdekking van de homoscene

In 1947 had Renslow zijn middelbare school voltooid. Hij had een baantje gevonden bij de drugstore-keten Walgreens, waar hij snel carrière maakte. Toch meende hij dat het nodig was zijn inkomen op de een of andere manier aan te vullen en omdat hij op de middelbare school met veel plezier lid van de fotoclub was geweest, besloot hij avondlessen te gaan volgen in belichting en kleurenfotografie. Ook ging hij op ontdekkingsreis in de homobars van Chicago.


Tijdens een van deze uitgaansavonden ontmoette hij de voormalige legerofficier Bob Rothschild, die hem een uitvoerige rondleiding gaf in de homoscene van Chicago, die in de vroege jaren vijftig uiterst levendig was.
Eén van de meest notoire bars was Benny the Bum’s, waaraan Renslow genoeglijke herinneringen heeft: “Het was afgeladen. Bij Benny’s stonden er gozers op de bar te dansen. Alles was open en bloot in die tijd. Er waren geen wetten die ze reguleerden. De bars werden allemaal door het syndicaat gerund. De politie bleef weg. Je kon doen wat je om de sodemieter leuk vond. Mensen hadden seks op de toiletten en gingen te keer, dat geloof je niet. Het was een wilde tent.

Ik herinner me dat ik er een keer naar toe ging en omdat ik lang ben voelde ik me nogal brutaal, dus zei ik tegen de gozer bij de deur: ‘Weet je, ik ben niet oud genoeg om hier binnen te mogen,’ en de portier keek me aan en zei: ‘Wie kan dat verdomme schelen?’
Omdat de Cosa Nostra de zedenpolitie in de hand had [en de homobars] waren er weinig grenzen aan gedrag gesteld, en er volgden geen arrestatie als iemand daar overheen ging... zo lang ze maar geld bleven maken.”
Een recent portret van Renslow

Ondanks Renslow’s zonnige herinneringen en de grote invloed die maffiakopstukken als eigenaars van de homobars hadden door de politie om te kopen, vonden er wel degelijk regelmatig invallen plaats, zoals Renslow later ondervond toen hij zelf een bar ging exploiteren. Zo ver was het echter nog niet.

Schaars bedekte bodybuilders

Na de voltooiing van zijn fotografielessen opende Renslow namelijk Century Studio, die zich specialiseerde in de zogenaamde “cheesecake,” vrouwelijke pin-up foto’s. Tijdens een workshop voor aankomende cheesecake-fotografen ontmoette hij John Baran. De twee jeugdige, fotograferende homo’s konden het goed met elkaar vinden en besloten samen een portretstudio op te zetten. Ondanks deze relatief succesvolle start van een nieuwe carrière, beleefde Renslow er niet veel plezier aan.

De wulpse jongedames in badpak interesseerden hem niet en hij haatte de ego’s die hij als portretfotograaf moest strelen. Renslow herinnert zich dat als er weer eens een oudere dame hem opdroeg dat hij haar er mooi en jong moest laten uitzien, hij dacht: “Ik ben fotograaf, geen plastisch chirurg.”

Omstreeks 1952 brak hij met Baran en werd hun studio gesloten. Een goede vriend van Renslow, Harry Mickelson, die een fervente fan van “physique”-foto’s was, suggereerde toen dat hij erotische foto’s van mannen moest gaan maken: “Je bent erg goed in lichaamsstudies, en je houdt van mannen.”

Renslow was uitgelaten over het idee, maar vroeg zich af of er een markt voor zou zijn. Ondanks zijn aanvankelijke bedenkingen begonnen Renslow en Mickelson in 1952 een studio, die eerst naamloos bleef. Het bleek geen enkel probleem modellen te vinden. Renslow deed in de jaren vijftig enthousiast aan body-building en hij was actief lid van de Amateur Athletic Union, waardoor hij voldoende mannen ontmoette die zich tegen een financiële vergoeding wilden laten fotograferen.



Renslow ontdekte dat hetero’s (die hij overigens bij voorkeur als “niet-homo” aanduidt) veel gemakkelijkere modellen waren dan homo’s: “Ik zei tegen een niet-homo model dat hij zijn kleren moest uittrekken zodat ik kon beginnen foto’s te maken. Bij de niet-homo gozers gingen hun kleren meteen uit. Ze dachten er verder niet bij na. Vervolgens zou ik een homoseksueel iemand fotograferen, en meteen herkende hij de seksuele interesse of de spanning of wat dan ook, dus om zich uit te kleden draaiden ze zich om en stonden met hun rug naar me toe en deden schaapachtig. De niet-homo modellen waren veel minder verlegen, en dat is wat je wilt bij foto’s zoals die we namen.”

Niet allen modellen waren gemakkelijk te vinden, maar ook het opbouwen van een klantenkring bleek geen problemen op te leveren. Op een gegeven ogenblik was het dus nodig dat de studio een naam zou krijgen. Uiteindelijk werd gekozen voor Kris Studio, een verwijzing naar een Indonesische dolk, die Dom Orejudos op een bureau zag liggen.

Een knul in een blauwe zwembroek

Renslow had de toen twintig-jarige Orejudos op 3 augustus 1953 leren kennen op het Oak Street Beach van Chicago, dat toen een zeer populaire homo-ontmoetingsplaats was. “Uitgestrekt op een strandhanddoek op het cement aan de rand van het zand lag een gezonde, gebruinde knul met een blauwe zwembroek op zijn buik met zijn gespierde kont in de lucht,” zoals Baim en Keehnen Renslow’s eerste aanblik beschrijven.

Renslow zelf verklaarde regelmatig: “Ik was als door de bliksem getroffen, absoluut als door de bliksem getroffen. Het was de mooiste aanblik die ik ooit heb gezien.” Met vlinders in de buik benaderde hij de jongeman aarzelend met de vraag of hij hem mocht fotograferen. Orejudos vond het vooral intrigerend dat deze “oudere man” (Renslow was toen 23) foto’s van hem wilde maken, maar toonde weinig interesse. Toen hij aanstalten maakte het strand te verlaten, pakte Renslow al zijn moed tezamen en stelde voor hem thuis te brengen.



Dom Orejudos, in de vroege jaren vijftig door Chuck Renslow gefotografeerd & Dom Orejudos op zijn motor

Een kleine zestig jaar later herinnerde hij zich: “Ik voelde me als een kind. Hier was deze prachtige, prachtige man en alles wat ik wilde doen was met hem knuffelen. Ik was zo opgewonden. Ik zei: ‘Kan ik je weerzien? Mag ik je bellen? Misschien kunnen we naar een film gaan of zoiets?’ Toen hij erachter kwam dat ik met hem wilde gaan, zei hij: ‘Maar je bent zo oud!’ Ik denk dat het uiteindelijk veel heeft geholpen dat ik een auto had, want uiteindelijk zei hij ja.” Renslow’s hofmakerij bleek uiteindelijk succesvol, want een week later maakte hij foto’s van Orejudos en uiteindelijk kregen de twee een relatie, die tot Orejudos overlijden in 1991 zou duren.

Ondanks zijn jeugdige leeftijd had Orejudos op dat moment al heel wat bereikt. Hij was een voortreffelijk atleet en musicus, had op de middelbare school een beurs gekregen voor de prestigieuze Ellis-Du Boulay School of Ballet te Chicago en vandaar een betrekking bij de Illinois Ballet Company, waar hij op zijn zestiende zijn debuut maakte. Ook was hij een begenadigd tekenaar. Enkele weken voordat hij Renslow ontmoette, had Orejudos kennis gemaakt met Irv Johnson, eigenaar van Irv Johnson’s Gym en uitgever van het physique-tijdschrift Tomorrow’s Man. Johnson had erotische tekeningen nodig en vroeg Orejudos die te maken.

De jonge kunstenaar reageerde enthousiast op deze eerste commerciële opdracht: “Al vroeg, eigenlijk vanaf mijn eerste seksuele ontwaken, ontdekte ik de kracht van het tekenen van iets dat me opwond. Ik had feitelijk mijn eerste orgasmen door vieze plaatjes die [ik tekende en die] me klaarmaakten, en daarna verbrandde ik ze zodat ze niet zouden rondslingeren.” Na hun kennismaking opperde Renslow dat Orejudos nog eens goed moest overdenken of hij deze tekeningen onder zijn eigen naam wilde publiceren. Uiteindelijk werd gekozen voor het pseudoniem Etienne.

Tussen zijn debuut in Tomorrow’s Man van september 1953 en zijn overlijden aan de gevolgen van aids in 1991 heeft Etienne een indrukwekkend erotisch oeuvre gecreëerd, dat vreemd genoeg minder “algemene” aandacht heeft gekregen dan het werk van zijn bevriende tijdgenoot Tom of Finland, hoewel het in kwaliteit niet onderdoet voor dat van de Finse meester. Omdat Orejudos z’n leven lang veel lief en leed heeft gedeeld met Renslow, biedt diens biografie ook vele bouwstenen voor de tot op heden ongeschreven biografie van Orejudos alias Etienne.

Last met justitie

Etienne’s werk heeft zeker ook bijgedragen aan het commerciële succes van Kris Studio. Binnen een paar jaar na de oprichting had de studio namelijk een aanzienlijke klantenkring opgebouwd. Juist die bekendheid leidde tot problemen met de handhavers der wet. Of, beter gezegd, door de algehele populariteit van zowel cheese- als beefcake-fotografie gingen er bij allerlei overheidsinstanties vele alarmbellen rinkelen. Zo ook bij de toen zeer machtige Minister van Posterijen, de conservatieve Arthur Sommerfield, die het zijn persoonlijke levenstaak had gemaakt de post van alle “pornografische inhoud” te zuiveren. Dit maakte Renslow’s partner Harry Mickelson, die een goedbetaalde baan had, buitengewoon zenuwachtig en hij besloot dan ook van zijn aandeel afstand te doen.


Vanaf 1954 werd Orejudos Renslow’s nieuwe partner. Dat Mickelson’s vrees niet ongegrond was, bleek in 1958 toen de politie op basis van een anonieme tip een inval in de studio deed en honderden foto’s in beslag nam. In de kranten werd Renslow “de pornokoning” gedoopt.

De physique-foto’s uit de jaren vijftig waren naar huidige maatstaven zeker niet pornografisch te noemen, want seksuele handelingen werden al helemaal niet getoond en de modellen droegen allemaal een “posing strap,” waardoor er zelfs geen frontaal naakt te zien was. De politieagenten voerden echter aan dat de foto’s “excessieve genitale omlijning” toonden.

Muurschildering door Etienne voor de Gold Coast; de verdwaalde dame was toegevoegd zodat toevallige passanten en de politie de indruk zouden krijgen in een gewone motorbar te zijn

In tegenstelling tot vele fotografen toentertijd besloot Renslow de obsceniteitsaanklacht aan te vechten. Met zijn advocaat stippelde hij een strategie uit dat ze niet zouden aanvoeren dat de foto’s kunst waren, maar uitsluitend dat ze geen pornografie waren, zodat de bewijslast dat dat wel het geval was bij de tegenpartij werd gelegd. De strategie werkte, want rechter Alexander J. Napoli vroeg na deze stellingname aan de openbare aanklager: “Beweert u dat dit pornografie is? Want het lijkt gewoon een foto van het menselijk lichaam te zijn. Beweert u dat het menselijk lichaam pornografisch is?” en verwierp de zaak vervolgens.

Toch had de rechtszaak gevolgen voor Renslow, want hij verloor hierdoor het recht op zowel een fotografie- als een drankvergunning in Chicago, wat de rest van zijn beroepsleven voor de nodige complicaties heeft gezorgd.
Renslow begon namelijk al vroeg met het diversificeren van zijn zakelijke activiteiten. In 1958 konden hij en Orejudos door het succes van Kris Studio de sportschool van Irv Johnson kopen, die naar Californië vertrok. Hiermee had Renslow meteen toegang tot een welhaast onbeperkt areaal aan mogelijke modellen voor zijn fotografische werk. In de loop van ongeveer twee decennia heeft hij zo’n 1200 mannen voor de camera gehad.

Ruwe bolsters versus lieve jongens

In de jaren zestig maakte hij ook enige films. In Hard to Imagine: Gay Male Eroticism in Photography and Film from Their Beginnings to Stonewall (New York 1996) stelt Thomas Waugh dat “Misschien de meest consequent zelfbevestigende en onverbloemde physique-films (zowel als cinematografisch de meest bekwame) kwamen van Chicago’s Kris Studio. Opvallend volwassen in vergelijking met de infantiele verhaaltjes van AMG en doorgaans de worstelverslaving mijdend, waren Kris’ films aan de oppervlakte vertellingen over ruwe bolsters. Maar onder hun harde fineer van humor, latent geweld, en de vruchtbare mogelijkheden van populaire cultuur, gingen de films over eenzaamheid, romantiek en tederheid.

The Hired Hand, de eerste filmproductie van de studio (1963), en in zake frontaal naakt zijn tijd vooruit, is een heerlijk voorbeeld. Gesitueerd in een idyllisch boerenlandschap, toont de film een mondaine stadsman die door een geslepen naakte boer wordt overgehaald op de hoeve mee te werken: nadat de ingehuurde arbeidskracht de test heeft doorstaan dat hij opdrachten gehoorzaam uitvoert, worden de twee mannen een romantisch stel dat in een met bloemen overladen weide radslagen maakt.

Een volgende film, The Fugitive, presenteert ‘Cherokee’ als een outlaw die in een mythisch Wilde Westen op de vlucht is, onderdak vindt bij een lekkere boer, wordt herkend en op het punt staat de benen te nemen, maar dan zegeviert passie over de burgerplicht van de boer en de twee leven nog lang en gelukkig.”



Renslow zou Kris Studio uiteindelijk in juni 1973 officieel sluiten. In het licht van zijn voorgeschiedenis is het vreemd dat juist de toenemende acceptatie van pornografie één van de redenen hiervoor was. Zoals Joseph W. Bean schrijft in Kris: The Physique Photography of Chuck Renslow (Las Vegas 2008) “decennia van ingenieuze versluiering hadden Kris Studio en Renslow onwillig gemaakt mee te doen aan de seks-op-de-eerste-rang, recht-voor-z’n-raap homomarkt.”

Bovendien speelde, aldus Bean, ook mee dat “Renslow’s voorkeur voor het werken met de meer mannelijke mannen niet strookte met de rage voor lieve, jonge jongens van de buren van dat moment.” Maar belangrijker dan artistieke overwegingen was waarschijnlijk dat Renslow en Orejudos “andere interesses hadden ontwikkeld waar ze graag hun tijd en energie aan gaven.”

Het plezier van dominantie

In maart 1960 waren Renslow en enige consorten namelijk eigenaar geworden van de Gold Coast, een bar die een legendarische reputatie heeft in de geschiedenis van de leerscene, in Chicago maar ook ver daarbuiten. De Gold Coast zou lang een van de peilers van Renslow’s zakelijke “imperium” blijven, maar hij had in de loop der decennia ook belangen in diverse andere homo-etablissementen in Chicago. Een groot deel van Leatherman is gevuld met een uiterst interessante historie van Renslow’s zakelijke participatie in Chicago’s homoscene.

Het zou een apart artikel vergen om recht te doen aan het belang dat hij heeft (gehad) voor de uitgaanswereld die vooral is gericht op mannen met een lust voor ruigere seks, maar dat zou een tamelijk gespecialiseerd karakter hebben. Wie echter geïnteresseerd is in de geschiedenis van de leerscene, en veel ontwikkelingen in de Verenigde Staten deden zich elders in de wereld op vergelijkbare wijze voor, vindt in Leatherman een schatkamer vol wonderbaarlijke feiten en anekdotes.

Dit geldt ook voor ontwikkelingen op het gebied van seksualiteit, zoals de seksuele bevrijding van de jaren zestig, de coming-out van sadomasochisme in de homowereld, en de catastrofale uitwerking van aids. Renslow heeft al deze ontwikkelingen aan den lijve ondervonden en in een bepaalde mate zelfs helpen vormgeven.

Eén van de muurschilderingen die Etienne voor de Gold Coast maakte



Toen Renslow en Orejudos een relatie aangingen was het voor beiden duidelijk dat die niet monogaam zou zijn. Begin jaren zestig ontdekte Renslow met een van zijn scharrels de genoegens van dominantie. Omdat hij had besloten geen geheimen voor zijn minnaars te hebben, vertelde hij Orejudos over zijn SM-ervaring en, aldus Baim en Keehnen, “Dom gaf toe dat seksuele strijd en de soort dominantie-ervaring die Renslow had beschreven altijd een fantasie van hem waren geweest.” Orejudos zelf heeft jaren geleden in een interview al eens opgemerkt: “Het was al zo lang aanwezig in mijn tekeningen, dus ik was voorbereid voor het idee.”


Renslow bleek in hart en nieren dominant te zijn. Eén van zijn favoriete uitspraken is: “Jongens en honden dienen gehoorzaam te zijn.”

Orejudos en Renslow gaven beiden overigens een eigen draai aan hun promiscuïteit. Orejudos hield het doorgaans bij one-night-stands, terwijl Renslow regelmatig een relatie met zijn veroveringen aanging en ze voor kortere of langere tijd een plaats in zijn leven en zijn huis gaf.

Zo maakte hij in 1979 in Man’s Country, een sauna die hij nog steeds bezit, kennis met de zeer jeugdige Hill Hawthorne, die een cabine te lang bezet hield. Na klachten van zijn personeel, maakte Renslow de deur met een loper open en, zo vertelde hij zijn biografen, “daar lag deze adembenemende jongen op zijn buik, en ik zei: ‘Kom op,’ en sloeg hem op z’n kont om hem wakker te maken. Toen zei hij: ‘Doe dat nog eens.’ De zaken namen van daar hun loop en het eindigde ermee dat ik hem neukte. We gingen een aantal jaren met elkaar uit.” In 1979 liep het tijdperk van onbekommerde en ongebreidelde seks ongeweten ten einde.

Hawthorne overleed in augustus 1985 op 24-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids. En Hawthorne was bepaald niet de enige naaste die Renslow in de loop van de epidemie zou verliezen. Het is daarom niet verwonderlijk dat de laatste keer dat Renslow, die toen bijna tachtig was, wereldwijd voor opschudding zorgde, in 2009 was, toen hij meedeelde dat op de Leermarkt, die een belangrijk onderdeel van het IML-weekend uitmaakt, alles verboden zou zijn dat barebacking propageert of verdedigt. Sommigen meenden dat Renslow met deze beslissing censuur uitoefende en paternalistisch optrad.

Renslow benadrukte echter dat hij zich op geen enkele wijze wilde bemoeien met wat eventueel twee mannen bewust met elkaar doen (“Voor mij is dat als roken - niet gezond, maar niet mijn zaak”), maar dat hij zich in het geval van de mede onder zijn verantwoordelijkheid georganiseerde Leermarkt zorgen maakte over “die jonge of onervaren gozers die dit zien en de gevaren niet begrijpen of denken dat veilige seks niet langer nodig is.” Wie zijn biografie heeft gelezen kan zich tenminste inleven in de achtergronden van deze controversiële opvattingen van deze “vader van de gemeenschap.”

Tracy Baim & Owen Keehnen, Leatherman: The Legend of Chuck Renslow. Chicago: Prairie Avenue Editions, 2011, 414 blz., ISBN 9781461096023; 9781461119081 (deluxe color edition)













GERELATEERDMEER VAN HANS HAFKAMPMEEST GELEZEN VAN HANS HAFKAMP

Chuck Renslow, zestig jaar boegbeeld van Chicago’s homo- en leerscene

Hans Hafkamp, in Scene op 29 november 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp







In het nieuwste nummer, Gay News 340, december 2019





















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media