Back to Top
Zaterdag 07 Dec
86386 users - nu online: 1293 people
86386 users - nu online: 1293 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 8 min. Printervriendelijke Pagina  
De uniformliefde van Willem Staring


door Hans Hafkamp in Historie & Politiek , 04 september 2001

This article is also available in English
lengte: 8 minuten


"Houdt je maar kras. Lang leve de uniformkunde een bestanddeel der militaire geschiedenis! & hare beoefenaren! Lang zullen ze leven!," schreef kapitein b.d. Willem Staring op 18 januari 1911 aan kolonel F.J.G. Ten Raa. Staring had op dat moment al een langjarige reputatie opgebouwd als tekenaar van militairen en zijn grote interesse voor uniformen. Zijn werk is op het moment onderwerp van een tentoonstelling in het Legermuseum te Delft.

Willem Constantijn Staring werd in 1847 geboren op het landgoed De Boekhorst bij Lochem als op één na jongste in een gezin met zeven kinderen. Zijn vader had deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht tegen België in 1830 en daar een grote afkeer van het militaire bedrijf aan overgehouden. Willem maakte echter, evenals zijn oudere broer Maurits, carrière in het leger. Dat was in de negentiende eeuw een veel voorkomende beroepskeuze voor jongemannen uit de gegoede provinciale burgerij omdat de kans op welstand klein was als men geen handel dreef. De landmacht of de marine konden dan uitkomst brengen: "maatschappelijk aanzien, een verantwoordelijke taak, kans op goede verdiensten en avontuur bovendien," zoals Louk Tilanus schrijft in de begeleidende publicatie. Nu viel het met dat avontuur wel mee; op het moment dat Staring in dienst trad, was ons land al decennia lang niet in oorlog verwikkeld geweest en zou dat eigenlijk tot de Tweede Wereldoorlog ook niet raken.

Militaire Academie

In 1864 vertrok Willem naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Anders dan tegenwoordig speelde het tekenonderwijs hier een grote rol. Begrijpelijk, want de fotografie stond nog in haar kinderschoenen en tekeningen waren dus vaak belangrijk om uit krijgskundige motieven snel de karakteristieken van een landschap of situatie vast te leggen. De KMA beschouwde zich echter als meer dan uitsluitend beroepsonderwijs; de leiding beoogde een meer algemene vorming van jongelingen uit de gegoede burgerij. En tekenen werd een belangrijk opvoedingsmiddel geacht. De KMA had dan ook civiele kunstenaars aangetrokken voor het tekenonderwijs. Eén van hen was Constant Huijsmans, die in 1852 in zijn Grondbeginselen der Teekenkunst schreef: "Een goed militair is mijns inziens de officier die met een schetsboekje en een potlood in de hand elk stuk uit de natuur dat hem opgegeven is [...] kan afschetsen, en die daarenboven de kunde bezit om van die schets eene volledig oorspronkelijke teekening af te werken." Aan deze eisen voldeed Willem Staring en na voltooiing van zijn opleiding werd hij dan ook in 1872, na vier jaar dienst te hebben gedaan als tweede luitenant bij het 2e Regiment Infanterie te Maastricht, gestationeerd bij de Militaire Verkenningen. Hij had toen al zijn eerste boekpublicatie het licht doen zien: Schetsen uit het leven aan de Koninklijke Militaire Academie, een twintigtal steendrukken met teksten. Staring beproefde hierin een enigszins spottende benadering, die, naar het zich laat aanzien, niet erg in de smaak viel bij de leiding van de KMA. Nu had Staring in dit boek ook een tekening De Kloppartij opgenomen. Vier jaar daarvoor echter had een student tijdens zo'n kloppartij het leven gelaten, wat in het jaarboekje van 1867 als volgt werd vastgelegd: "De academie had het verlies te betreuren van den kadet A. Mestingh, der Genie hier te lande, die op den 13e december 1866 in de Ziekenzaal overleed."

Paarden

Hoewel het tekenonderwijs aan de KMA ten tijde van Starings verblijf aldaar een belangrijke plaats innam, was het natuurlijk geen kunstacademische opleiding. Bij Staring heeft dit tot blijvend gevolg gehad dat hij het vastleggen van gezichten nooit goed onder de knie heeft gekregen. Nu vormde dat door zijn tekenkunstige voorkeur voor militairen geen probleem: de voorhoofden gingen vaak schuil onder zware helmen en petten en de onderkant van het gezicht werd bedekt door forse, martiale knevels. Hij was bovendien uiterst bedreven in het weergeven van houding en beweging. Het toppunt van zijn kunnen behaalde hij echter bij de uitbeelding van paarden. Naast uniformen vormden paarden zijn grote liefde. In een album, Confessions, waarin leden van zijn familie vanaf het midden van de achttiende eeuw een aantal vragen beantwoordden, geeft hij als zijn favorite occupation: "Teekenen en paardrijden." Vreemd genoeg vermeldt hij bij de vraag What characters in history do you most dislike? het summum van militarisme, Napoleon I. Wie echter bedenkt dat met de aantrede van Willem I het land een eenheidsstaat werd en dat het aankweken van gevoelens van nationale eenheid een belangrijk aandachtspunt vormden bij het onderwijs, zeker aan militairen, die het grondgebied in tijden van troebelen moesten verdedigen, zal zich minder verwonderen over Starings afkeer van de Franse usurpator. Paardrijden deed Staring graag en de dieren vormen een belangrijk bestanddeel van zijn tekenwerk. Reeds uit zijn zesde levensjaar is een tekening van paarden en ruiters van zijn hand bewaard gebleven. Dieren in beweging vormden al eeuwen lang een probleem voor kunstenaars, omdat de precieze bewegingen met het blote oog niet waar te nemen waren. Tot het midden van de negentiende eeuw werden rennende paarden dan ook consequent, want door clichés bepaald, foutief weergegeven: "de voorbenen en achterbenen symmetrisch naar voren respectievelijk naar achter gestrekt. De voorbenen zijn hierbij los van de grond," aldus Emmy van Vliet-de Haan. Daar kwam verandering in met de momentfotografie van onder anderen Eadweard Muybridge, die daarmee in 1872 begon. Tot die tijd was fotografie een medium dat vooral geëigend was voor het vastleggen van statische gebeurtenissen. Muybridge begon zijn experimenten op instigatie van Leland Stanford, oud-gouverneur van Californië, die zijn nieuwsgierigheid naar de positie van de benen van een paard in volle galop bevredigd wilde zien. Hij vroeg daarop Muybridge zijn renpaard Occident in actie te fotograferen. Door omstandigheden waren Muybridge's experimenten pas in 1877 succesvol, maar dat bracht hem ook meteen roem; de Scientific American droeg in oktober 1878 een omslag dat was geïnspireerd door Muybridge's werk, maar ook andere tijdschriften in de Verenigde Staten en Europa besteedden aandacht aan het feit dat zijn foto's hadden bewezen dat de benen van een rennend paard alleen alle vier van de grond zijn op het moment dat ze bijeenkomen onder de romp. Muybridge's sensationele ontdekking drong al gauw door tot de door paarden geobsedeerde jonge militair en tekenaar Staring. Samen met zijn broer Maurits was hij al langer bezig met een tekenkundig onderzoek naar de bewegingen van paarden. Omdat aan de KMA het tekenonderwijs was gericht op waarnemen en niet op kunsthistorische modellen, hadden de broers al ontdekt dat de traditionele weergave van rennende paarden niet de realiteit weergaf. De publicatie in de Scientific American, waarvan door een aantekening in een schetsboekje bekend is dat de broers die kenden, moet als een erkenning van hun inzichten zijn gekomen. Vanaf 1880 geeft het werk van Willem dan ook een ingrijpende verandering te zien. Nu durft hij paarden ook in volle vaart frontaal weer te geven.

Uniformen

Paarden waren, zoals gezegd, niet Starings enige liefde. Hij werd ook aangetrokken door hun geüniformeerde berijders. Hierbij legde hij een voorkeur aan de dag voor uniformen uit de periode rond 1800. Zijn belangrijkste werk verrichtte hij dan ook als illustrator van militair-geschiedkundige werken, zoals de serie prenten die hij vervaardigde voor het sinds 1897 in afleveringen verschijnende De Uniformen van de Nederlandsche Zee- en Landmacht en in de kolonien, met tekst van kapitein der infanterie F.J.G. Ten Raa, of de vijfdelige korpsgeschiedenis van de Gele Rijders, die in 1893 hun honderdjarig bestaan met een stortvloed aan publicaties vierden, waaronder de vijf delen van Het Historisch Museum van het Korps Rijdende Artillerie door N.J.A.P.H. van Es. De Gele Rijders vormden een geliefkoosd onderwerp voor kunstenaars, want, zoals een auteur in De Militaire Gids schreef, "wanneer men hen ooit gezien heeft met hun zware en langharige kolbakken en fier opgeheven hoofden, in snellen gang in batterij komende op een paarsch-bruine herfsthei, scherp afteekenend tegen de donkerbewolkte September-lucht, terwijl even daarna de witte rook der schoten met donderend geweld door alles heenvaagt, dan zal men zich niet verwonderen dat zooveel artisten zich aangetrokken gevoelen tot dat bij uitstek schilderachtige korps." Het wekt dan ook geen verwondering dat Jos Versteegen een "echt mannelijk" schilderij dat Breitner in 1886 aan dit corps wijdde vermeldt in zijn Roze Amsterdam. Een culturele gids (1998). Anders dan de impressionist Breitner verdiepte Staring zich diepgaand in de exacte hoeveelheid tressen, gespen en knopen die een militair droeg in de periodes waarmee hij zich bezighield. Hij observeerde daartoe regelmatig militaire oefeningen ter plaatse. Zo bezocht hij in de jaren negentig, samen met zijn kunstbroeder Jan Hoynck van Papendrecht cavalerie-manoeuvres rond de IJssel, waarover de plaatselijke pers in een verslag berichtte: "De bekende teekenaars van militaire taferelen, de heeren Hoynck van Papendrecht en kapitein Staring waren aanwezig met hunne schetsboeken." Hij verkreeg zijn informatie echter ook via een netwerk van militair en uniformkundig geïnteresseerden, dat hij decennia-lang in stand hield. Zo schreef hij in een briefje van 3 april 1910 - toen hij reeds sedert 1898 was gepensioneerd - aan zijn mede-uniformfanaat kapitein F.J.G. Ten Raa bijvoorbeeld nog: "Amice 'T is ontzettend zooveel als jij weet, dan weet gij ook wel of die Rijers van 1840 koperen gevesten hadden aan hun rijdgeweer of de sabel. Bv uit de prenten van 1845 met W II in galop blijkt dat de R[ijdende] A[rtillerie] nog het huzarenhoofdstel heeft dat in 1853 veranderd is in het tegenwoordige met de kettingjes. [...] Nu is mijn vraag of de officiers dat mooie gedoe met koperen pukkels en plaaten ook nog tot '53 hebben gedragen. [...] Ik kreeg van Knötel mijn Luxemb. Schetsen terug met een alleraardigst geill. Briefkaart; Ruckkehr von dem Parade 1830 uit een serie 'Soldatenbilder' van Raphael (?) Oilleths serie heerlijke duitsche kerels!" Het laatste boek waaraan Staring zijn medewerking verleende verscheen vanaf 1908 en was wederom aan de Gele Rijders en hun paarden gewijd: De Hippische Sport En Het Korps Rijdende Artillerie 1793-1908 door Luitenant-kolonel Van Es. Staring overleed in 1916 in Zutphen, waar hij zich na zijn pensionering had gevestigd.

De tentoonstelling in het Legermuseum, Korte Geer 1, Delft, duurt tot 2 september en wordt begeleid door een uitbundig in kleur geïllustreerde publicatie met bijdragen van Alexander Polman, Louis Ph. Sloos, Louk Tilanus en Emmy van Vliet-de Haan, 128 pag., ƒ 39,95













GERELATEERDMEER VAN HANS HAFKAMPMEEST GELEZEN VAN HANS HAFKAMP



apr 2018        lengte: 4 min.


jan 2017        lengte: 8 min.




De uniformliefde van Willem Staring

Hans Hafkamp, in Historie & Politiek op 10 september 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp








TOP STORIES

MEEST GELEZEN (6 mnd)IN HISTORIE & POLITIEKIN NUMMER 120

In het nieuwste nummer, Gay News 340, december 2019





















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media