Back to Top
Vrijdag 15 Nov
86374 users - nu online: 1174 people
86374 users - nu online: 1174 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:





Historie & Politiek

Het leven en de tijd van homovoorman Jacob Anton Schorer (1866-1957) te boek gesteld

Een halve eeuw geleden overleed jonkheer Jacob Anton Schorer, een van de grondleggers van de homobeweging in Nederland. Ter gelegenheid daarvan en tevens van het veertig-jarig bestaan van de stichting die naar hem is vernoemd, en dankzij de gelden uit de “oorlogstegoeden” (een soort herstelbetaling vanwege het leed dat in Tweede Wereldoorlog joden, zigeuners en homo’s is aangedaan) verscheen een biografie van Schorer.


door Gert Hekma - 22 augustus 2007

lengte: 13 min. Printervriendelijke Pagina  
Dutch gay history

lengte: 13 minuten


De auteur, Theo van der Meer, ziet het zelf overigens meer als “een biografie van homoseksualiteit” zoals de ondertitel luidt. Het boek is de zwanenzang van de uitgever, Schorer boeken; het einde van een korte maar levendige geschiedenis van homo- en lesbische uitgeverijen in Nederland – daarvan kan nu ook de historie worden opgetekend.

‘Zeer onzedelijke neigingen’

Schorer stamde uit een oude Zeeuwse familie. Hij volgde in de voetsporen van zijn voorvaderen en koos voor een rechtenstudie in Leiden, de basis voor een bestuurlijke carrière in Nederland indertijd. Hoewel er allerlei sporen over zijn vroege jaren en studietijd te vinden zijn, heeft de biograaf daar weinig interessants uit kunnen opdiepen. De jonge Schorer leidde het onopmerkelijke leven van een jongeman en student uit die tijd en ook zijn er geen aanwijzingen voor homoseksuele voorkeuren te vinden. Wel ontwikkelde hij in zijn studietijd een passie voor het zo naakt mogelijk zonnebaden. Later vertelde hij dat hij jaren gestreden had met zijn homoseksuele gevoelens, maar wanneer dat was, liet hij in het midden.

De biograaf denkt dat Schorer als gymnasiast zijn homoseksuele gevoelens ontdekte en onderbouwt dat nogal omslachtig met Engelse kostschoolvoorbeelden. Later in het boek komt naar voren dat hij zijn bewijsmateriaal niet buiten Nederland had hoeven zoeken, want het Leidse corps Minerva waar Schorer lid van werd, ging in die periode gebukt onder een serie pederastische schandalen waarvan de kern was dat vooral tijdens de ontgroening de knapenliefde een centraal thema was van lering, spot en vermaak.

Ook hier wisten studenten die het gymnasium hadden voltooid, wel degelijk van de mannenliefdes van de Grieken. Het meest opmerkelijke van zijn Leidse studie was dat Schorer er zo lang over deed in een tijd dat er al niet hard gestudeerd hoefde te worden, meer dan twaalf jaar inclusief de promotie. Het proefschrift ging over De geschiedenis der calamiteuse polders in Zeeland tot het reglement van 20 januari 1790 (1897). Het calamiteuse slaat op direct aan zee gelegen armlastige polders die subsidie van de overheid ontvangen om hun dijken te onderhouden. Het vrijwel onleesbare boek van 145 bladzijden was het resultaat van vijf jaar onderzoek. De duur van de studie werd ongetwijfeld bevorderd door de genereuze toelage van tweeduizend gulden per jaar van zijn vader en door het ontbreken van een perspectief op een huwelijk.

Na zijn Leidse periode keerde Schorer terug naar Middelburg, waar zijn vader rechter was en hij klerk van het kantongerecht werd en tevens advocaat en procureur. Het was geen glorieuze baan. Bovendien bracht het hem op zijn 31ste terug in de schoot van het gezin want hij ging thuis wonen.
Net als zijn vader, die gemeenteraadslid was en andere functies in het openbare leven bekleedde, maakte de jonge Schorer zich maatschappelijk nuttig. Zijn eerste daad was het mede oprichten van een Zeeuwse afdeling van de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren in 1898, waarvan hij secretaris werd.
Zijn rustige leven in Middelburg duurde net vijf jaar want in februari 1903 werd Schorer beschuldigd van ontuchtige handelingen met jongens onder de zestien jaar. Bewezen kon er niks worden, maar het beeld ontstond dat hij een man was “van zeer onzedelijke neigingen”.

Schorer vluchtte naar het Gelderse Vorden en diende zijn ontslag in. Aangezien de archiefstukken over de zaak er niet meer zijn en Schorer er zelf nooit over heeft geschreven of gesproken voorzover wij weten, blijft onduidelijk wat de aanleiding was.

Het is niet waarschijnlijk dat het iets met zijn voorliefde voor zo bloot mogelijk zonnebaden te maken had, want het schandaal speelde midden in de winter. Hoe zijn ouders reageerden, weten we evenmin, alleen dat zijn vader zijn toelage bleef doorbetalen, ook toen hij naar Berlijn verhuisde.

Vijftig jaar later gingen zwarte schapen van Amerikaanse families naar Parijs of Tanger, in 1903 was Berlijn een ideale bestemming. Daar maakte Schorer kennis met Magnus Hirschfeld en diens Wissenschaftlich-humanitäres Komitee (WhK) en vond hij zijn levensbestemming: de strijd voor gelijke homorechten. Het WhK was de eerste homorechtenbeweging ter wereld, een paar jaar eerder in 1897 opgericht.


foto: auteur Theo van de Meer



Kleur bekennen

Schorer’s eerste daad, een soort kleur bekennen voor zijn voormalige collega’s en vrienden, was een jaar na aankomst in Berlijn een lang artikel over homoseksualiteit en recht in het juridisch tijdschrift Themis, waarin hij betoogde dat de liefde voor jongens niets strafbaars hoefde te hebben, praktischer gezegd, kuis kon zijn. De hoofdmoot van het artikel was een pleidooi voor homoseksualiteit die als natuurlijke variatie dezelfde rechten verdiende als heteroseksualiteit. Hij had snel geleerd van zijn mentor Hirschfeld. Overigens waren zulke pleidooien niet nieuw in Nederland. Voor hem hadden de artsen Arnold Aletrino en Lucien von Römer en de kwakzalver J. Schoondermark zulks betoogd. Nieuw was publicatie van zulke ideeën in een juridisch blad. Het lijkt of de redactie niet goed had opgelet want na kritiek van de president van de Hoge Raad dat zulke opvattingen in het voorname Themis werden verdedigd, bood zij direct haar excuses aan voor plaatsing. Het tweede schandaal van Schorer.


In Berlijn woonde Schorer in het hart van de stad waar hij werkte als vertegenwoordiger van een levensverzekeringsmaatschappij. Hij werd “Obmann” van het WhK, schreef voor Hirschfeld’s Jahrbuch für sexuelle Zwischenstufen, hielp de voorman van de homobeweging met klusjes en verkende de homowereld van Berlijn. Van mogelijke escapades zijn slechts weinig sporen terug gevonden: twee foto’s van hem met een jongeman, beiden in Romeins tuniek, en een Duits briefje van later datum van een Erich die uit wanhoop zelfmoord pleegde en dat via zijn nabestaanden aan Schorer liet weten.

Het Berlijnse verblijf duurde zes jaar. In 1909 overleed vader Schorer na een kort ziekbed. Het zwarte schaap keerde terug naar Middelburg om zijn moeder bij te staan. Binnen een jaar verhuisden ze samen naar Den Haag.

In dezelfde zomer van 1910 werd E.H.R. Regout minister van justitie. Als Kamerlid had hij steeds aangedrongen op strengere zedenwetten, onder meer om homoseksuele ontucht te bestrijden en als minister voegde hij de daad bij het woord. Als officier van justitie in Amsterdam had hij regelmatig met zulke zaken te maken gehad, waarin hij naar zijn bevinden te weinig strafmiddelen had om op te treden. Het resultaat van de campagne van Regout was de toevoeging van een artikel aan de nieuwe zedenwetten die zijn voorganger had voorbereid. Daarin werd de ontucht van volwassenen boven de 21 jaar met jongeren van hetzelfde geslacht beneden die leeftijd strafbaar gesteld.

Precies honderd jaar nadat de doodstraf voor sodomie was afgeschaft, kreeg Nederland een nieuw wetsartikel dat een speciale strafbaarstelling van homoseks bracht. Uit liberale en homoseksuele hoek rees er verzet tegen. Vooral dominee H.J. Schouten protesteerde onder het pseudoniem mr. G. Helpman fel met enkele brochures. Ook Schorer mengde zich in de strijd met een pamflet Tweeërlei maat en legde bezoeken af bij Kamerleden om de homoseksuele zaak te bepleiten. Het mocht niet baten - het artikel kwam er en bleef bestaan tot 1971. De nieuwe Christelijke partijen drukten met de zedenwetten hun morele stempel op Nederland. Naast homo-artikel 248bis waren er ook bepalingen opgenomen die abortus, pornografie, prostitutie en het kaartspel criminaliseerden. Bijna een eeuw later zien we iets soortgelijks gebeuren met de nieuwe wetsvoorstellen van de huidige “gezins”-regering: strenge en overbodige maatregelen tegen bordelen, bestialiteit en kinderporno.

Eenmansbedrijf rond homoseksualiteit

Nadat de wetten van 1911 waren aangenomen, besloot Schorer een Nederlandse afdeling van Hirschfeld’s WHK (NWHK) op te zetten. Hoe en wanneer dat gebeurde en waarom sommige mensen er wel en anderen er niet bij betrokken waren, laat Van der Meer onbesproken. Misschien weet hij het niet, maar dan had hij het kunnen zeggen. Ook zegt hij niet wat de bestuursvorm was - verderop in het boek blijkt dat het NWHK een vrijblijvend gezelschap was. Pas in 1938 werd het een stichting. In 1912 was de leiding in handen van een kleine groep getrouwen die bestond uit Schorer, de dokters Aletrino en von Römer en de spiritist M.J.J. Exler. In later jaren zouden enkele mutaties optreden. Zo nam de vrouw van Aletrino na diens dood de positie van hem over en trad J.H. François tot de club toe. Van Exler verscheen in 1912 de keukenmeidenroman Levensleed met een voorwoord van Hirschfeld, François schreef onder het pseudoniem Charley van Heezen twee homoromans van betere kwaliteit, Anders (1918) en Het masker (1922).

Schorer maakte een bewerkte vertaling van een brochure van Hirschfeld die het NWHK in 1912 publiceerde als Wat iedereen behoort te weten over uranisme (1912) terwijl van François de anonieme Open brief aan hen, die anders zijn dan anderen door een hunner (1916) verscheen.
Ondanks het half dozijn namen dat bij de oprichting van het NWHK was betrokken, werd het toch vooral een eenmansbedrijf van Schorer. Hij schreef onregelmatig jaarverslagen die vooral over de toestand rond homoseksualiteit in Nederland berichtten, deed de correspondentie, hield de administratie bij, lobbyde waar hij het nodig achtte, bracht homomannen met elkaar in contact en verzamelde een grote homobibliotheek die in 1940 door de Duitsers in beslag is genomen en nooit meer is teruggevonden. De jaarverslagen en de vermelde brochures werden gratis verstuurd naar duizenden Nederlanders zoals Kamerleden, dokters, juristen en studenten. Met het NWHK was Nederland na Duitsland het tweede land ter wereld met een beweging voor homorechten – dat is de grootste verdienste van Schorer geweest.

Haagse schandalen

Van der Meer noemt zijn boek niet een biografie van Schorer en dat is te begrijpen, want Schorer was een nogal saaie man. In plaats daarvan heet het “een biografie van homoseksualiteit.” De auteur ziet als een centraal thema van zijn boek (maar legt dat nergens goed uit) het tot spreken brengen van homoseksualiteit en om onnavolgbare redenen laat hij dat beginnen in 1920. In dat jaar was er een groot zedenschandaal in Den Haag, werd de vertoning van de film Anders dan de anderen, waaraan Hirschfeld meewerkte, door burgemeester Patijn van Den Haag verboden en vond de onopgeloste moord op de homoseksuele advocaat Jacques Wijsman in de trein van Amsterdam naar Den Haag plaats.

Drie keer was het nieuws in de media, maar zulke homoschandalen waren er eerder geweest rond Jacob Israël de Haan en zijn roman Pijpelijntjes in 1904 en Van der Meer zegt zelf dat het schandaal rond de thesaurier-generaal L.A. Ries (de hoogste ambtenaar op het ministerie van Financiën) in 1936 en het Indische zedenschandaal van 1938 tot veel meer ophef leidden dan de oprispingen van 1920. Grote media-drukte was er trouwens ook met de invoering van artikel 248bis in 1911.


Deze theorie over homoseksualiteit is ook bevreemdend, want in zijn eerdere boek Sodoms zaad in Nederland (1995) beweert Van der Meer juist dat de homoseksueel uit de achttiende eeuw dateert, hetgeen allerlei vragen oproept over inhoud en periodisering. Vanzelfsprekend bestaat er een verschil tussen homo zijn en spreken over homoseksualiteit, maar hoe wij deze verschillende eindjes aan elkaar kunnen knopen, vertelt de uitvinder van die losse flodders niet.

Zijn benadering vereist aandacht voor de inhoud van begrippen, voor de vraag hoe mensen zich identificeerden en de mate en de aard van de homopubliciteit die Nederland van zwijgen tot spreken zou hebben gebracht in het kroonjaar 1920, maar daar gaat hij nauwelijks op in. Alleen in een korte passage wijst Van der Meer op het opmerkelijke feit dat Schorer en veel homomannen uit die tijd de knapenliefde waren toegedaan. Homo’s waren toen nog wat ze tegenwoordig steevast keihard ontkennen te zijn: liefhebbers van jongemannen beneden een zekere leeftijd. Is dan deze biografie van homoseksualiteit er niet eigenlijk een van pedoseksualiteit? En is het NWHK dan nog wel een voorloper van het COC en niet eerder van Vereniging Martijn?

Alle drie keer speelde Schorer een rol in 1920. Bij de film die verboden werd, verzorgde hij een inleidend woord, bij het Haagse zedenschandaal bracht hij een bezoek aan een oude studiegenoot die secretaris-generaal op Justitie was om de zaak te bespreken en van Wijsman was hij erfgenaam.

Hij schreef een artikel voor het politieblad, maar onderbrak publicatie van de jaarverslagen voor een langere periode. In 1925 ontmoette Schorer zijn grote liefde, Duitse Helmut Imhoff, die hem na een decennium samenleven weer verliet voor een vrouw. De geliefde, die later een echte nazi bleek te zijn, kwam om op de Russische slagvelden. Het is overigens een raadsel waarom de relatie met Helmut, die bij Schorer introk, nooit de aandacht van de politie heeft getrokken want de geliefde was in 1925 als 15-jarige een zeer verboden vrucht.

Penibele tijden

In de jaren dertig gaf Schorer de jaarverslagen van het NWHK weer uit. Het waren moeilijke tijden met de komst van allerlei dictaturen in Europa die weinig met homo’s op hadden: Hitler in Duitsland, Stalin in Rusland, Mussolini in Italië en Franco in Spanje. Het duurde enige tijd voordat dat de germanofiel Schorer zich het gevaar realiseerde dat vooral van de kant van Hitler en zijn trawanten dreigde. Pas met de moord op Röhm in 1934 kwam hij tot dat inzicht. Zelfs in 1940 zag hij nog vooruitgang voor de homozaak. Het was een van de vele keren dat Schorer de sociale en politieke situatie verkeerd inschatte vanuit zijn ivoren toren als homoseksuele jonkheer. Kort daarop kwam de inval van de Duitsers en verkeerde de verwachte vooruitgang in een geweldige catastrofe.

Schorer zag zich in die meidagen gedwongen het NWHK op te heffen en zijn adresbestand en correspondentie te verbranden – zo alert was hij nog wel. Zijn boeken werden kort na de inval in beslag genomen en verdwenen met onbekende bestemming.
Het deel van Den Haag waar Schorer woonde, ontruimden de Duitsers in de oorlog en zij verplichtten de intussen oude man te verkassen. Met zijn zus vertrok hij naar Harderwijk, waar hij zijn laatste levensjaren sleet. In 1940 was een nieuwe homoblad verschenen, Levensrecht. Toen hier na de oorlog eerst de Shakespeare-club en vervolgens het COC uit voortkwam, besloot Schorer niet tot een herstel van het NWHK. Hij legde het bijltje erbij neer en herhaalde zijn intussen belegen opvattingen voor de laatste keer in een kleine brochure Gelijkheid van recht. Ook hier! (1947). Hij overleed tien jaar later, vrijwel vergeten door de mensen van het COC.

Het is jammer dat deze biografie geen bibliografie van het werk van Schorer bevat. Ook is het te betreuren dat er nogal wat foutjes in zijn geslopen. Zo werd prostitutie in 1911 niet verboden, maar het souteneurschap. Schorer was in zijn Berlijnse jaren tussen 1903 en 1908 niet verbonden aan het Instituut voor Seksuele Wetenschap van Hirschfeld dat pas in 1919 werd opgericht. Hoe Van der Meer erbij komt dat Louis Couperus, auteur van uitgesproken pederastische boeken als De berg van licht (1905/6) en De komedianten (1917) “helemaal niet geïnteresseerd was in minderjarigen,” is raadselachtig. Vervelender is het dat de lezers met veel vragen blijven zitten over de oprichting van het NWHK, het levenswerk van Schorer. Wanneer kunnen we de oprichting dateren, welke relaties bestonden tussen de bestuurders, waarom deden bepaalde personen wel en andere (Helpman; de altijd dwarse Jacob Israël de Haan) niet mee?

Tamelijk storend is het lichtelijk chaotische karakter van het boek. De auteur springt nogal eens van de hak op de tak. Zijn historische overzicht lardeert hij met uitstapjes over genoemde schandalen, de inhoud van toenmalige homoromans, de positie van homo’s in nazi-Duitsland en een zedenschandaal in de Amerikaanse marinehaven Newport.

Met zijn theorie of met Schorer heeft het vaak slechts zijdelings of helemaal niets te maken, zoals de intermezzo’s over de Amsterdamse oplichter en homobordeelhouder Kakebeen, wiens verhaal op minstens drie verschillende plaatsen wordt verteld. Het zijn op zich aardige verhalen, maar waarom hij deze wel en andere niet opneemt lijkt nogal willekeurig.

Hoewel Van der Meer zijn boek geen biografie van Schorer wil noemen, is het dat toch meer dan een biografie van homoseksualiteit in het Nederland van die tijd. Hoewel het een mooi uitgegeven boek, rijk aan illustraties en grappige verhalen is, had de auteur toch beter een biografie van Schorer in zijn historische context kunnen schrijven dan “een biografie van homoseksualiteit,” want daarvoor mist deze studie de intellectuele scherpte.




Theo van der Meer, Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (1866-1957). Een biografie van homoseksualiteit. Amsterdam: Schorer boeken, 2007, 438 blz., ISBN 9789073341302, E 28,50












GERELATEERDMEER VAN GERT HEKMAMEEST GELEZEN VAN GERT HEKMA

Dutch gay history

Gert Hekma, in Historie & Politiek op 28 augustus 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media