Back to Top
Vrijdag 15 Nov
86374 users - nu online: 1198 people
86374 users - nu online: 1198 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:





Uitgaan & Reports

Fietsen kan in New York steeds beter. Als Amsterdammer was het een van Gert Hekma’s wensen Manhattan op de fiets te verkennen en dat is hij dus gaan doen. In deze aflevering vervolgt hij zijn verkenning van the Big Apple, waarbij hij zich echter niet beperkt tot Manhattan, maar ook andere “boroughs” in zijn zwerftocht opneemt.

Een aardig uitje is om niet alleen de westkant van Manhattan te doen, maar het hele rondje om het eiland heen. Het voordeel van de oostelijke route is dat die verlaten is: geen joggers of racefietsers. Het nadeel is dat het fietspad niet doorloopt.


door Gert Hekma - 27 november 2005

lengte: 14 min. Printervriendelijke Pagina  
Fietsen in New York (2)


This article is also available in English
lengte: 14 minuten


Langs de oostkant van Harlem is het ’t lastigst. Daar kun je niet steeds langs het water omdat het er is volgebouwd en deels weer zo’n stomme autoweg de stad van de rivier afsluit. Het begin gaat nog. Vanaf de top van Manhattan rijd je eerst over de tiende avenue onder een verhoogde metrolijn door - kies het verlaten voetpad want de weg is gemaakt van hobbelkeien die een aanslag op je ruggenwervels zijn. Hier zijn grappige, spotgoedkope Latino-eetgelegenheden waar ze behalve burrito’s, bonen en pasta’s vaak lever op het menu hebben staan - gezond voedsel bij een zware inspanning.



Bij de kruising met de Dijckmanstraat moet je onmiddellijk naar de waterkant gaan en vooral goed opletten want het is een onoverzichtelijke kruising waar ik bijna onder de wielen zo’n Amerikaanse reuzenvrachtwagen verdween. Het fietspad langs de rivier biedt uitzicht op een park aan de ene kant en de East River aan de andere kant. Vanaf hier ziet de Bronx er verschrikkelijk uit met een heuse bidonville langs het water. Het fietspad zelf eindigt bij een kruising en als je niet over de brug de beschaafde wereld inrijdt, kom je terecht in een ander stukje Derde Wereld op z’n New-Yorks: onder een viaduct een pleisterplaats voor daklozen. Vanaf hier ontbreekt het fietspad dat de fietskaart van New York al jaren belooft. Nu moet je vanaf de 165ste tot de 125ste straat door het armste deel van Harlem heen ploeteren. Hier zijn nog de junkies en de boefjes waar Harlem zo berucht om was. We zagen op twee plekken dat de politie jongemannen in de boeien sloeg. Op een andere hoek schaften we ons een beker schaafijs aan, helemaal de Bijlmer. Om ons ontstond gelijk een oploop van politie-agenten, een vrouw die God in vele tongen prees, een verkoopster die ons voedsel wilde aansmeren en wat jong loslopend volk.

Oostelijke route

Waar Harlem ophoudt is weer een beschaafd fietspad langs de rivier die hier erg breed wordt. Hier liggen in het water verschillende eilanden, eerst Triborough, verwijzend naar de drie boroughs waar het tussenin geklemd is: Queens, Bronx en Manhattan. Dit is een verkeersknooppunt voor treinen en auto’s en er ligt ook een ziekenhuis in een park. De wandelbrug naar het eiland was gesloten zodat we er geen uitstapje naar konden maken maar het zag er niet interessant uit. Het volgende eiland is Roosevelt met vooral een serie lelijke flats. Helemaal onderaan ligt tegenover het gebouw van de Verenigde Naties een onbewoond eilandje dat naar Oe Thant is genoemd, de man die in een ver verleden secretaris-generaal van de VN was.

Van de 90ste tot de 80ste straat fiets je door een mooi oud park waar de rijke blanken van de Upper East Side zich vertreden (de Upper West Side is voor de liberale joden, die het niet zo hebben op de rechtse blanken aan de andere kant van Central Park). Na het park volgt een smal trottoir dat ophoudt net voor het gebouw van de Verenigde Naties. Nu moet de fietser zich gedurende vijfentwintig straten vanaf de 62ste langs avenues en over voetpaden wringen. Van de 37ste tot de 23ste straat is de route een beetje een zoekplaatje voor de wielrijder via een miniparkje, langs een chique restaurant en tussen flatgebouwen. Vanaf de 23ste straat volgt een aardig nieuw parkje waarna fiets- en wandelpad bij een elektriciteitscentrale samenkomen en een soort gang worden tussen snelweg en bijgebouwen van de centrale.



Na deze beproevingen volgt het aardigste stuk van de oostelijke route: een oud park met voet- en honkbalvelden en veel mensen die aan het barbecuen, feesten en joggen zijn. Omdat het park tegen de East Village aanligt, hier een hoog gehalte Latino’s en alternatieve types. Onder de grote bruggen door bereiken we de visafslag. Het wijkje eromheen wordt op het ogenblik omgetoverd van het hart van de New-Yorkse vishandel in een deftig horecabuurtje. Gelijk daarna volgt de South Street Seaport, een belangrijke toeristenattractie van de stad met oude schepen, restaurants en speelgelegenheden.

Langs het financiële district kom je bij een andere helicopterhaven. Via het voetpad rijd je tot de zuidpunt waar de mooie oude gebouwen staan van de pont naar Gouverneurseiland en tenslotte het nieuwe gebouw voor de veerboten naar Staten eiland. Dit laatste stuk is smal maar biedt een mooi uitzicht op Brooklyn en de havenmond onder Manhattan. Behalve de toeristische troep van de South Street Seaport is het zelfs in dit drukke deel van Manhattan moeilijk een leuk café of terrasje te vinden.

Staten Island

Staten Island verbaasde vanwege de totale afwezigheid van publieke cultuur. Er zijn banken in parken en op de kilometers lange boulevard langs het strand, maar nergens waar winkels zijn mag je een terras verwachten, zelfs niet een bankje. We kwamen op een hoekje terecht waar allemaal Albanezen woonden, met een heuse moskee en overal winkels en bakkerijen die slappe koffie verkochten maar helemaal geen stoeltje om even uit te puffen. Er zijn geweldig grote winkelcentra (malls) op het eiland, maar de horeca die daar is gevestigd, kent geen buitenruimtes. Je kunt op de stoeprand gaan zitten met je kopje koffie, verder is er niks. Of je moet weer helemaal van de mall naar het strand of het park rijden, maar dan ben je een half uur onderweg. Op zulke plaatsen, die helemaal gemaakt lijken voor een eettent of koffiehuisje, zijn zulke instituties niet te vinden.

Ze zeggen wel eens dat een democratie wel vaart bij publieke cultuur en die ontbreekt hier helemaal. Toen we ergens een ideaal plekje zagen om buiten te zitten voor een koffietentje en binnen ook nog klapstoeltjes zagen staan, vroegen we of we die buiten in de zon konden zetten. Er brak spontaan paniek uit: het was gevaarlijk, het mocht niet, er was geen vergunning! We bleken hier de eerste buitenlandse gasten te zijn en het werd uiteindelijk een heel genoeglijk gesprek boven een kopje koffie waar ze ongevraagd veel melk en suiker in deden, weer zo’n vreemd Amerikaans gebruik. We zaten niet in de zon, maar kregen wel allemaal koekjes mee voor onderweg omdat we de uitbaters van de tent zo’n memorabele dag hadden bezorgd.



Op Staten Island is van alles te zien, zoals het huis van de lesbische fotografe Alice Austen waar we helaas te laat aankwamen. En door de week waren zowel het historische dorp Richmond als het Jacques Marchais Centrum voor Tibetaanse kunst potdicht. Het was een warme en zonnige dag; het strand lag er op deze werkdag volstrekt verlaten bij. Leuk van Staten Island is vanzelfsprekend het pontje waarmee je erheen vaart.

Brooklyn en Queens

Het leuke van de oostelijke voorsteden Brooklyn en Queens zijn de geweldige bruggen die je over moet. Prachtig uitzicht. De prettigste vond ik de Brooklyn Bridge waar het fietspad niet naast de autobaan maar erboven ligt terwijl die een weidser uitzicht biedt naar het zuiden. Astoria (het westelijkste deel van Queens), daaronder Williamsburg en vervolgens Brooklyn zijn allemaal interessante plekken om te bezoeken. In die buurten leven steeds meer homo’s en lesbo’s die het peperdure Manhattan ontvluchten. In Astoria wonen ze te midden van Grieken en Arabieren en kunnen ze profiteren van een rijk bestand aan winkels en restaurants. Hier zijn gelukkig wel terrasjes.

Aan de rand van de wijk ligt aan de East River een aardig Sculpture Park en te midden van industrie bevindt zich een erg mooi museum het Fisher Landau Center for Art (38-27 30th Street, Long Island City). Ze hebben daar tot maart 2006 een tentoonstelling Counting The Ways: Word As Image. Daar las ik op een schilderij van Richard Prince de volgende prachtzin: “My parents kept me in a closet for years. Until I was 15, I thought I was a suit.” Er hing meer bijzondere kunst, van Andy Warhol, Matthew Barney, Barbara Kruger, Joseph Kosuth, Inez van Lamsweerde.

Meer naar het zuiden ligt Williamsburg waar rond de Bedford en Berry straten de alternatievelingen wonen, een buurt die snel opgeknapt wordt en soms mooi aan het water ligt. Fiets je verder door richting Brooklyn, dan maken de kunstenaars en homo’s plaats voor orthodoxe joden: zwarte kleren, pijpenkrulletjes, enorme achttiende-eeuwse hoeden. Hoewel ik een geweldige satijnfetisjist ben, kreeg ik niet de behoefte een van hun typische jassen van zwart-glimmend satijn aan te raken of te kopen. Het zijn zeer vruchtbare gezinnen en ik vroeg me af hoeveel van die jongetjes en meisjes later “queer” of satinist worden.

Brooklyn heeft vele attracties, de eerste die je tegenkomt vanaf de brug is de promenade langs het water. Hier stond het “February”-huis aan de Middaghstraat waar ik eerder over schreef; helemaal aan het begin van de promenade. We lunchten er om de hoek in een sympathiek Latino-restaurant. Vanaf die promenade heb je een prachtig uitzicht op het water en de boten, op downtown Manhattan, Governor’s Island en verder weg het Vrijheidsbeeld en Ellis en Staten Island. De buurt achter de promenade is de moeite waard om doorheen te peddelen. Bij het administratieve centrum van de wijk is een verzameling van die waardeloze winkels zoals je die te vaak in de VS ziet.



Leuker is het om langs de wel erg drukke Flatbush Avenue de wijk in te rijden. Het brengt je bij het Brooklyn Museum, de Botanische Tuin en Prospect Park. Dat museum is beroemd om z’n controversiële tentoonstellingen. Dit voorjaar was er een grote expositie van Basquiat (die wat tegenvalt als je zoveel van zijn schilderijen bij elkaar ziet). Ga er heen op de eerste zaterdagavond van de maand, dan is het open avond en is er drank, eten en muziek. Feest dus in het museum, maar wel erg druk en vol.

Ten westen van Prospect Park ligt de wijk Park Slope met de hoogste concentratie lesbiennes van New York. Gek genoeg zag ik al die dames in het geheel niet op de boerenmarkt bij de ingang van het park op een zaterdagmorgen. Dat zou in Amsterdam een geheide plek voor potten zijn geweest. Na het park loopt de Flatbush Avenue verder naar het zuiden; hier zit je midden in een zeer levendige zwarte buurt met veel winkels. Na enige tijd gaat die wijk over in een wat deftiger woonoord met een sterke concentratie orthodoxe joden. Aan het eind van Brooklyn bij Coney Island wonen vooral Russen.

Coney Island

Het strand van Coney Island was op de dag dat ik er kwam vooral gekoloniseerd door enorme schoolklassen. Terwijl het op Manhattan zonnig en warm was, stond er op het strand een kille wind en was het er bewolkt. Misschien was het vanwege die beroerde omstandigheden dat de attracties niet werkten. Het geheel van horeca en amusement zag er treurig uit. Ik moest erg denken aan Amsterdam en Zandvoort; in de stad schijnt de zon en op het strand hangt de mist. Op Coney Island kwam ik via een fietspad langs de zuidkust om Brooklyn heen, aardig uitzicht op water en schepen maar weer zo’n nare snelweg die de wijk afsluit van het water.



De hoofdstraat om te winkelen, de Brighton Beach Avenue, is een heerlijk zootje Russen onder een metrolijn op palen. Hun hoofdvoedsel is brood, dus veel bakkerijen en gek genoeg eens geen restaurants in een winkelstraat. Wel weer veel goud en goedkope kleren. Echt iets voor de liefhebber. Wat verderop naar het westen zitten langs een vissershaven in Sheepshead Bay een paar aantrekkelijke restaurants die Italiaans doen maar Turks zijn, helemaal Amsterdam. Als je hier doorrijdt kom je langs de Plum Beach bij de brug naar Rockaway Beach. Ik begreep dat daar een strand voor heren is, maar zover kwam ik niet.

Pow Wow

Voor die brug sloeg ik namelijk linksaf naar het verlaten Floyd Bennett vliegveld, in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke legerbasis waarvandaan de troepen en spullen naar Europa vertrokken voorzover ze per vliegtuig gingen. Het is een geweldig groot, verlaten terrein waar soms evenementen zijn maar de natuur meestal genoeg aan zichzelf heeft. Er staan wat ingezakte gebouwen en er is een opslag van de gemeente, maar het grootste gedeelte is groen met hier en daar wat betonbanen waar ooit de vliegtuigen landden. Achterop het terrein is een romantisch vliegtuigmuseum, een hangar waar oude heren als vrijwilligerswerk vliegtuigen opknappen die net zo oud zijn als zij zelf. Je loopt er zo binnen, kaartjes worden er niet verkocht en bezoekers komen er zelden.



De dag dat wij op dat vliegveld waren, vond er een “Pow Wow” plaats, een Indiaans feest met muziek, dans en veel kraampjes met gewaarmerkte Indiaanse kunst. Vanzelfsprekend gebeurde dat dansen in fraaie kostuums en met verentooien. Er zaten mooie dansjongens bij die zich voor het publiek ongemakkelijk voelden in die opzichtige kleren van ze. Buiten de danswei reageerden ze wat nurks, eenmaal erop waren hun bewegingen soepel. Ze werden begeleid door trommels en mannenstemmen die regelmatig de hoogte in gingen. Zowel de weelderige kleren als de falsetklanken maakten een aangename, nichterige indruk waar de Indiaanse jongemannen zelf niet helemaal gelukkig mee leken te zijn.

Resoluut het stuur om

Fietsen met een bestemming is aardig en nuttig. Maar het lekkerst is het wanneer de fiets je drijft en je zonder duidelijk doel door de stad peddelt. Wanneer het er links leuker uitziet dan rechts of rechtuit en je resoluut het stuur om kunt gooien naar de aantrekkelijkste plek. Wanneer de stad je in haar sterke armen opneemt en je toevallig op allerlei mooie en interessante plekken komt.

Min of meer per ongeluk belandden we eens op de hoofdstraat van Harlem. We hadden het Schomburg Center bezocht, dat is gewijd aan de erfenis van de Afro-Amerikanen. Daar was een tentoonstelling over de immigratiegeschiedenis waarin de periode van slavernij uitvoerig aan de orde kwam. Er lag een boek over lynchen, “Without Sanctuary” (vierde druk) met allemaal ansichten die blanken elkaar stuurden na weer zo’n illegale executie van meestal zwarte mannen die soms beschuldigd werden van verkrachting van blanke vrouwen. Op sommige van die foto’s zag je de haat en opwinding die de blanken voelden bij zulke moorden. Ik merkte dat ik die plaatjes ook nu nog opwindend vond, me weliswaar meer identificerend met de zwarte slachtoffers dan de blanke daders. Wat zouden andere lezers ervaren? Het is toch niet echt een plaatjesboek dat je koopt en ongegeneerd op de koffietafel laat slingeren.



Diezelfde middag kreeg ik een bizarre les in gebruik van het boek toen we twaalf straten zuidelijker op de 125ste straat liepen. Daar waren tafels waarop literatuur voor zwarte Harlemmers lag uitgestald. Ik verbaasde me over titels als “Male Love in Prison”, een roman over homoseks in de gevangenis die “goed” afloopt: na de bajesliefdes zijn er weer vrouwen. Heel realistisch voor de zwarte jongemannen in de VS, van wie tegen de tien procent in de nor zit. Tussen die tafeltjes stond ook een soldaat van Malcolm X in uniform, met microfoon; een zwarte nationalist die voor zijn geloof ronselde. Achter hem op een muur plaatjes, de illustraties uit het boek dat kort tevoren bij mij vreemde verlangens had opgeroepen.

Mijn vriend liep voor me uit en wrong zich tussen het zwarte publiek van de radicale meneer door, die hem de vraag toeriep waar hij vandaan kwam. M’n vriend maakte zich uit de voeten; hij kon toch moeilijk bekennen uit een natie van slavenhandelaars te komen. Nu was het mijn beurt en ik mompelde dat ik zelf het best wist waar ik vandaan kwam en deed er verder het zwijgen toe. Was het mijn opzichtige kleding die me verried? De zwarte nationalist schold me, nog steeds versterkt, uit voor een witte homoseksueel die zwarte jongemannen perverteerde. Gelukkig waren zijn luisteraars geen aanhangers van hem, althans dat lieten ze niet blijken in woorden of daden. Hoewel de situatie onprettig was als beledigde blanke homo tussen zwarte hetero’s, had die ook bizar-grappige kanten. Ja, inderdaad, ik had tijdens mijn lessen geprobeerd zwarte jongens het homoleven aantrekkelijk voor te stellen en zou niks liever willen dan die schatjes “perverteren”.

Ik wilde graag datgene zijn waarvan hij me beschuldigde. Het was ook bizar omdat ik me met die gelynchte zwarten identificeerde, weliswaar op een manier die onze zwarte nationalist zeker als pervers zou zien. We kwamen er veilig weg, met een interessante ervaring over homohaat rijker. Die zwarte nationalist kon me helaas niks leren, niet over slavenhandel en niet over seksuele verlangens.

Voorbodes?

New York is een stad van tegenstellingen. Op de “gay drag” langs de achtste avenue tussen de 14de en 23ste straat kun je vrijelijk homoseksualiteit uitdrukken. De East en West Village zijn homovriendelijk en op de pier van de Christopher Street hebben de homo’s en lesbo’s bijna het rijk alleen, op wat joggers en toeristen na. Bij de plek waar de rijke oude witte homo’s sinds de jaren zestig wonen, verzamelen zich tegenwoordig de arme jonge zwarte nichten en potten. Ver weg van de straten van Harlem, Brooklyn, Queens en de Bronx waar ze vandaan komen en de homovriendelijkheid zeer te wensen overlaat.



Wat zou het leuk zijn als die jongeren, daar op het kruispunt van enerzijds Christopher Street en Pier en anderzijds het fietspad langs de Hudson, de toekomst van de VS zouden belichamen. Met die andere groep Amerikanen die daar dwars passeert en van wie je mag hopen dat ze eveneens voorbodes zijn van een mensvriendelijker stadsleven, de fietsers. Multicultureel, homoseksueel en sportief leven langs de Hudson, wie wordt de opvolger van de bard Walt Whitman om dat te bezingen?



Commentaar:
Re: Fietsen in New York (2)-


Reactie van Bobolink dd. 30 november 2005
Hoi Gert, wat een leuk relaas over mijn geboortestad! Ik heb alleen maar als kind gefietst in Brooklyn (Sheepshead Bay waar ik opgroeide) maar wel de mooie route vaak genomen langs het water en over de brug naar Rockaway Beach.
Op 18-jarige leeftijd maakte ik Christopher en Greenwich onveilig en beleefde ik veel van mijn eerste contacten.
Als ik nu op bezoek ga, is het altijd een feest om te zien hoe veel van de stad veranderd is en hoeveel hetzelfde is gebleven.










GERELATEERDMEER VAN GERT HEKMAMEEST GELEZEN VAN GERT HEKMA

Fietsen in New York (2)

Gert Hekma, in Uitgaan & Reports op 01 december 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media