Back to Top
Dinsdag 10 Dec
86388 users - nu online: 1362 people
86388 users - nu online: 1362 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 10 min. Printervriendelijke Pagina  
Kom, Spring dan, Markies


door Leo Gillet in Films & boeken , 19 februari 2005

This article is also available in English
lengte: 10 minuten


‘Waar is Paulard?’ was de eerste gedachte van Franck op het bed van dennennaalden waarop hij was beland. Hadden ze hem ook gepakt? In dat geval was er geen helpen meer aan. Had hij ’m op tijd kunnen smeren? Zo ja, wist hij dan wat hem was overkomen en zou hij hem hieruit kunnen redden of zou hij hem aan zijn lot overlaten? Paulard liep waarschijnlijk onbezorgd verder, in de overtuiging dat ze elkaar vroeg of laat op het pad zouden tegenkomen, tenzij die smeerlap hem gewoon had laten vallen. ‘Wat ben je toch aan het hollen, kereltje? Zie je niet dat die broek je helemaal niet past?’ vroeg de gebladerde man, zonder verdere vragen te stellen over de herkomst van het kledingstuk. Hij gaf hem een hand om hem te helpen met opstaan.

‘Die kun je beter uitdoen!’
Verbijsterd liet Franck de militair de bovenkant van de broek en de bandjes van onderen losgespen en hem langzaam naar beneden doen: het gebladerte kietelde aan zijn dijen.
‘O, wat een mooie koppelriem, daar heb je al lopend geen last van,’ zei de man, toen hij het voorwerp ontdekte dat losjes over de korte broek om de heupen van Franck gegord zat. Al was de toon van de man niet gemeen, Franck stond op het punt in huilen uit te barsten.
‘Wat galoppeer je toch zo helemaal alleen in het bos?’
Jankend sprong de wolfshond tegen het joch op om zijn handen te likken: Franck trok ze verschrikt terug. Hij wreef over zijn dijen waar het dier zijn vreugdetekens had achtergelaten.


‘Zeg, Thomas, houd je het hondje even aan de lijn?’
‘Ik was met een vriendje,’ snikte Franck, ‘we waren verdwaald...’

‘OK, misschien kunnen we daar wat aan doen. Laten we maar terug gaan naar het kamp, dan kan ik deze uitdossing ook eens even uittrekken.’

De twee mannen en de jongen liepen over het pad terug. De soldaat had de broek om de nek van Franck gedrapeerd en had een hand op zijn schouder gelegd, in een beschermend gebaar of om te voorkomen dat hij ervan door ging. Maar Franck voelde zich te slap in zijn benen om het op een lopen te zetten. De hond zou hem trouwens al snel hebben ingehaald. Ik ben in hun macht, dacht hij.

Bij aankomst in het kamp, zag Franck Paulard op een van de kisten zitten, met een fles in zijn hand, terwijl hij doodgemoedereerd een andere soldaat aankeek, alsof hij aan het onderhandelen was.
‘Salut, Bébert. Kijk, daar hebben we de andere trapper. Ga daar maar even zitten. Hoe heten jullie?’ vroeg de aanvoerder die zijn camouflage begon los te maken.
‘Dus kort gezegd zijn jullie aan het spijbelen,’ vatte hij de uitleg van Paulard samen.
‘Niet echt,’ wierp deze tegen, ‘want vanmiddag hebben we vrij. We wilden dit pad nemen om te kijken of het terug naar de vlakte liep, maar Franck ging ervan door, toen hij dacht dat hij hoorde schieten...’
‘...met medeneming van de buit.’
‘Ik zei nog dat hij die hier moest laten, maar...’ loog Paulard.
‘Een mooi verhaal. Maar je hoeft je vriendje niet zwart te maken, hoor. Afijn, jullie zijn hier nu eenmaal. Laten we even wat drinken, ik heb dorst. Bébert, is er nog wat van over?’

Andere flessen werden uit de kisten gehaald en er werd vuur gemaakt. Op de vragen van de aanvoerder wijdde Paulard uit over het schoolleven en ondervroeg op zijn beurt de mannen. Franck sloeg een glas drank achterover, en toen nog één, en begon zich heel licht te voelen.
‘Wil je hem dan zien?’ vroeg Bébert.
‘Ja hoor, best wel,’ zei Paulard en stond op om achter de twee makkers aan de tent in te lopen.
‘Is dit nu whisky?’ waagde Franck, terwijl hij zijn lippen weer in het glas doopte, alleen achtergebleven met de aanvoerder.
‘Nee hoor, het is geen whisky. Het is mede. Een ouderwets drankje. Dat gaf men vroeger aan zieken om aan te sterken. We hadden er nog wat van in voorraad. De Kelten noemden het de godendrank. Het is gemaakt van gegiste honing, zoiets als bier of kwast.’
‘Lekker, ik houd van honing,’ glimlachte Franck, bijgekomen.

‘Het hondje heeft je wel een kras gegeven,’ merkte de aanvoerder op, terwijl hij met een vinger over de dij van het joch ging, ‘of heb je die schram van het vallen gekregen?’
‘Ik weet het niet, maar het doet geen pijn meer.’
‘Dus jij zit daar ook op internaat?’
‘Ja, mijn grootouders hebben me daarop gedaan.’
‘Je grootouders?’
‘Ja, want ik woonde bij mijn grootouders... Maar het kon niet meer.’
‘En je ouders dan, zorgen die niet voor je?’

‘Die zijn gescheiden... Mijn moeder komt uit Orange en mijn vader uit Algerije. Hij heette Mourad. Maar toen hij in Frankrijk kwam wonen, wilde hij een Franse naam hebben. Toen ik klein was, ging ik wel met ze mee naar Oran waar zijn familie woonde. Ik wist het verschil niet goed, tussen Orange en Oran, ik dacht dat die twee steden hetzelfde heetten. Maar mijn moeder kon het niet goed met die familie daar vinden en wilde niet meer dat ik erheen ging. Ze was bang dat ik daar moest blijven van mijn vader. Want die begon steeds vaker in de Koran te lezen en zo.

Ook heeft hij het op een dag in zijn hoofd gehaald dat ik versneden moest worden. Geen sprake van, zei mijn moeder. Maar ze hebben het toch gedaan. Ik was een jaar of vijf, zes. Ik heb niet gehuild, hoor, het ging heel snel, ze hadden me een prik gegeven. Mijn moeder was woedend. Ze heeft me teruggehaald en ik mocht van haar nooit meer naar Algerije. We zijn bij haar ouders ingetrokken, zodat mijn vader me niet meer kon vinden. Later is hij in Algerije gebleven.

En weer later vond mijn moeder een andere man en begon te drinken en ben ik bij mijn grootouders blijven wonen. Maar die zijn nu een beetje te oud geworden om voor me te zorgen.

Mijn vader beweerde dat ik een goede moslim moest worden. Maar ik had liever Orange dan Oran. Dus ben ik nu de enige versneden jongen op school.

Ik kan het u wel laten zien, hoor, als u me niet gelooft...’ zei Franck met een glimlach.

‘Ik geloof je wel, mijn jongen,’ antwoordde de officier met een zucht.
‘Ik wil het u best laten zien,’ hield Franck aan, die zijn korte broek begon los te knopen.



‘Nou, laat dan maar zien, jongen...’ mompelde de man.
Rechtop voor de militair, in het schemerlicht, deed Franck zijn korte broek naar beneden, waarbij de koppelriem over zijn ontklede heupen bleef hangen. Bewegingloos op de kist gezeten liet de officier zijn blik over de onderbuik en de benen van het joch gaan. Stevige benen, bijna van een man, sneeuwwit, maar aan de schenen bedekt met een licht, zwart dons dat in het middaglicht glansde. De commandant hijgde onhoorbaar. Grote God... Algerije... de zoon van Mourad... Een goed gehangen apparaat, beursjes boordevol sap, waarvan het bruin rustig afstak tegen het wit van het kruis, een kittige roze eikel. Djebel Dokrane... Hij wreef zijn ogen uit. Dat rottige rechteroog. Wanneer hield dat nu eens op met trekken? Het joch bleef staan met een verstilde glimlach op de lippen, binnen handbereik.
‘Ziet u wel?,’ vroeg Franck, die aan de onderkant van zijn overhemd frummelde.
‘Ja, ik zie het,’ zei de commandant. Hij stak een hand naar de jongen uit die een stap naar voren zette.
‘Dat hebben ze goed gedaan...’

Hij legde zijn linkerhand zachtjes de billen van de jongen aan en deed alsof hij, gelijk een specialist, het zaakje van dichterbij bestudeerde.
‘Soms jeukt het,’ giechelde Franck.
‘Misschien in het ook wel hygiënischer,’ vergoeilijkte Zaza.
Een lichte bries ritselde door de droge en vergeelde bladeren van de kurkeiken rond de open plek. De commandant pakte de fles van de grond en nam er een paar flinke slokken van, zonder zijn ogen af te houden van de half ontblote jongen wiens korte broek geplooid op zijn trappers lag. Hij gaf hem de fles aan.

Op dat moment doorbrak de rauwe stem van Paulard vanuit de geslote tent de stilte: ‘Oei! Stelletje zwijnen!’
De brul van zijn makker bereikte Franck slechts door een omhulsel van welbehagen. Paulard, altijd ruzie aan het maken, altijd aan het branie schoppen. Het kon hem geen zier meer schelen, net goed voor die lul dat ze hem eens een beetje aan het jennen waren. Maar die aanvoeder, die was hartstikke aardig. Vrolijk keek Franck hem in de ogen. Hij kwam nog wat dichter bij de officier staan en leunde met één bil voorzichtig tegen de ruwe stof van diens pantalon.
‘Wat heeft u daar om?’ wilde hij weten.
‘Jij bent me ook een mooie,’ barstte de commandant in lachen uit toen het joch guitig aan zijn kettinkje trok, ‘dat is mijn identiteitsplaatje.’


Zaza zat nu bijna met zijn neus in de wilde haren van Franck. Typische geur kwam er van het joch af, iets tussen beschimmeld en zurig in. Een geur die hij heel goed kende, van slecht gewassen en haastig gedroogde gevechtskleding.

Maar het was nog iets anders, een zweem van... O ja, de operatie tegen de moedjahidien uit Si Houaès, de rode oued van de Djebel Amour, het bloedeloze lijf van... de commandant kreeg een waas van tranen voor de ogen.

‘Kleed je maar weer aan, mijn jongen, ik heb het gezien,’ zei hij.

Franck betaste de koppelriem:
‘Ik heb hem niet gestolen, hoor. Paulard, die... hatsjoe!... Paulard, die zei dat ik hem aan moest doen.’
‘Ik weet best dat je hem niet gestolen hebt, en nu, hup! aangekleed, het begint koud te worden.’
Wat waren die andere drie daar in die tent aan het uitvoeren? Ze konden elk ogenblik weer naar buiten komen en het was toch beter dat ze hem niet zo met dat joch op zijn schoot zagen zitten.
‘Hopla!’ met vaardige hand hees Zaza Franck weer in zijn broek, terwijl hij de koppelriem eronder verborg.
‘Als het godver zo moet!’ brulde nu Bébert vanuit de tent.

De officier had ternauwernood de broek van de jongen dichtgeknoopt of de ingang van de tent werd opengerukt: met een paar schoppen achter zijn kont kwam Paulard op handen en voeten uit de tent gekropen. De twee soldaten keken helemaal niet tevreden. Afgezien van de uitroep van Paulard, had de commandant nog niet gemerkt dat er onenigheid was uitgebroken. En nu kwam Paulard daar naar buiten, als een schoothondje, met een riem die Bébert hem om zijn hals had gedaan.
‘Ze houden hem aan het lijntje,’ giechelde Franck, ‘hé, hondje woef!’
‘Hola, jongens, waar moet dat heen?’ vroeg de commandant.
‘Bemoei je er niet mee, Zaza,’ gromde Thomas, ‘jij hebt toch dat kleintje?’
De wolfshond die bij de vuurplaats aan de ketting was gelegd en die daar intussen had liggen dommelen, sprong overeind en begon te blaffen dat het een aard had.
‘Dus dat vindt mijnheer niet leuk. Hou je bek, Castor! Dat komt hier stropen en als we toch aardig tegen hem blijven doen, meent hij nog allerlei opmerkingen te kunnen maken.’



Bébert sleepte Paulard mee tot voor het vuur, net buiten het bereik van Castor, waarbij hij oplette dat hij de pot met verf niet omstootte.
‘Als dat zó gaat,’ zei de soldaat, ‘dan moeten we je maar eens even een lesje leren. Je hebt daarstraks je vriendje zo lekker zwart gemaakt, nu gaan we dat eens even witwassen.’
Met zijn linkerhand pakte hij Paulard bij zijn haren beet en trok zijn kop zonder pardon achterover. Thomas had geen instructies nodig en gaf hem met de kwast een lik witte verf over zijn snuit.
‘Een beleefdheidskusje!’
Paulard kuchte van walging. Franck was het lachen vergaan en drukte zich tegen de commandant aan. Zaza trok bleek weg. Waren die jongens nu helemaal gek geworden? Daar kon nog gedonder van komen.

‘Zo is het wel genoeg,’ bulderde de commandant, opgestaan om tussenbeide te komen.
‘Bemoei je er niet mee, ouwe zak...’ reageerde Thomas, die hem een duw gaf. Hij wankelde achteruit en viel tegen de boom met de schietschijf en de pijltjes aan, waarvan er een op zijn schouder bleef hangen en de andere op de grond vielen.
‘Pak eens zo’n dingetje voor me op!’ commandeerde Thomas aan Franck.












GERELATEERDMEER VAN LEO GILLETMEEST GELEZEN VAN LEO GILLET

Kom, Spring dan, Markies

Leo Gillet, in Films & boeken op 23 februari 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp







In het nieuwste nummer, Gay News 340, december 2019





















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media